Skip to main content

Koen Drijfhout kijkt achter elke deur die openstaat

| Lydia Lijkendijk

Veiligheidskunde kun je niet doen vanachter je bureau, vindt Koen Drijfhout. Als hoger veiligheidskundige bij de politie kijkt hij achter elke deur die openstaat, en praat hij met de mensen uit de praktijk. Over wat ze nodig hebben om zichzelf te beschermen, en over wat hen bezighoudt. Een luisterend oor hebben levert veel op, vindt hij. Zoals praktische oplossingen die van meer nut zijn dan theoretische modellen. ‘Je moet zicht hebben op de praktijk.’

Biografie

Na de havo studeerde Koen Drijfhout (Oldenzaal, 1986) integrale veiligheidskunde aan Saxion Hogeschool in Enschede. Aansluitend deed hij hbo-verpleegkunde. Tijdens deze duale studie werkte hij als leerling-verpleegkundige, en als huisartsenchauffeur in Twente.
Hij stapte toch over naar de veiligheidskunde. Bij Kader, bureau voor kwaliteitszorg, deed hij diverse langdurige projecten, tussen 2012 en 2017. Waaronder bij Friesland Campina in Borculo. Zo coördineerde hij als safety manager de nieuwbouw van een poedermelkfabriek. Hij werd middelbaar veiligheidskundige in 2013, en hoger veiligheidskundige in 2016.
In 2018 switchte hij naar het landelijk expertisecentrum VGW van Politie Nederland. In 2023 startte hij daarnaast zijn eigen bedrijf Arbo Koen. Als zelfstandig adviseur arbeidsomstandigheden houdt hij zich vooral bezig met RI&E’s en toetsing. In 2024 rondde hij zijn studie arbeidshygiëne af.
Na vijven houdt Koen Drijfhout zich, samen met zijn vrouw, bezig met de zorg voor hun gezin met drie jonge kinderen. Ze gaan er graag samen op uit. Zelf speelt hij graag een potje tennis. Ook houdt hij van motorrijden, en van af en toe een serietje kijken als hij een uurtje voor zichzelf heeft.

Wat doet een hoger veiligheidskundige bij de politie zoal, want de politie is toch één en al veiligheid?
‘Als ik met collega’s praat, zeggen ze altijd: “Wij zijn van de veiligheid.” De politie is waakzaam en dienstbaar. Ze staan voor de veiligheid van de samenleving. Daarbij komt ook arbeidsveiligheid kijken, want zelf moeten ze ook veilig zijn tijdens hun werk. Waar de gemiddelde mens een stap achteruit zet, zetten mijn politiecollega’s de stap vóóruit. De uitdaging voor mij en mijn vakgenoten is politiemensen kritisch na te laten denken over hun eigen veiligheid, ook al zetten ze die stap vooruit. Wat hebben ze nodig om zo veilig mogelijk te werken?
In bijvoorbeeld een melkpoederfabriek zijn procedures veel meer gestandaardiseerd. Maar ook daar is de vraag: wat hebben medewerkers nodig om veilig te werken? Het verschil is: bij de politie gebeurt alles wat je kunt bedenken, en komen ook situaties voor die je van tevoren niet voor mogelijk had gehouden. En wanneer zet een agent dan voor zijn eigen veiligheid een stap achteruit, om zich te concentreren op zijn blauwe vakgebied? Die scheidslijn is dun. Als een agent naar een brandend huis moet, en hij weet dat er nog personen binnen zijn, moet hij in theorie wachten op de brandweer. Die zijn onder andere verantwoordelijk voor het redden van mens en dier, en kunnen met ademlucht het huis in. Maar een agent moet in een split second beslissen om te handelen. Van achter mijn bureau kan ik wel adviseren: dat moet je niet willen, maar ik weet niet wat mijn collega gaat doen als het eropaan komt, onder stress. Dat maakt het werk lastig; het is niet zwart-wit als het om leven en dood gaat. Als je nadenkt over de veiligheid van een timmerman, dan is sneller duidelijk wat je aan PBM’s of procedures nodig hebt. Bij de politie is dat minder snel duidelijk en vergt dat soms een andere wijze van veiligheidsdenken.’

Hoe zorg je dan toch voor de veiligheid van collega’s?
‘Mijn collega-veiligheidskundigen en ik zijn ondersteunend en adviserend aan circa 65.000 collega’s. Zelf werk ik in het landelijk team, waar we vormgeven aan landelijk beleid. Bij de twaalf politie-eenheden werken specialisten arbeidsomstandigheden, die meer contact hebben met teamchefs en de collega’s in het blauw. Wij proberen in alles wat wij doen hun input mee te nemen, theorie en praktijk met elkaar te verbinden en veiligheid steeds verder te professionaliseren. Dat is best een klus. Om te beginnen hebben we vijftien vacatures openstaan. Of de politie geen leuke werkgever is? Zeker wel, maar ik denk dat veel veiligheidskundigen helemaal niet weten dat er ook MVK’ers en HVK’ers bij de politie werken. Je moet wel een beetje zitvlees hebben, besluitvorming kan soms lang duren bij de overheid. Maar als je intrinsiek gemotiveerd bent om bij te dragen aan de samenleving, dan is de politie een uitstekende keuze.’

Wat vind je leuk aan je baan?
‘De politie is een heel diverse organisatie. We hebben veel verschillende soorten disciplines, werkzaamheden en collega’s. We hebben paarden, voer- en vaartuigen, helikopters en mensen. Als het om arbeidsomstandigheden gaat, zul je altijd tegen zaken aanlopen die je van tevoren niet bedacht hebt. De uitdaging zit ‘m erin de juiste maatregelen of voorstellen op het juiste moment in te brengen bij de korpsleiding. Daar komt een stukje politiek bij kijken, bewustzijn moet groeien. Mijn collega’s en ik proberen het veiligheidsvak te profileren waar we dat kunnen. We haken aan bij voorlichtingsdagen, we zwengelen het belang van veiligheid aan bij de centrale OR en geven bij HR aan welk beleid we missen, om maar wat te noemen. Zo brengen we ons vakgebied steeds een stapje verder.’

Je hebt ook een eigen bedrijf, Arbo Koen. Wat doe je als Arbo Koen?
‘Ik concentreer me vooral op het uitvoeren en toetsen van RI&E’s, op basiswerkzaamheden in de veiligheid. Ik zie dat als hobby. Binnen de politie werkt veiligheid nét iets anders dan binnen een bedrijf. We hebben minder te maken met lasrook of gevaarlijke machines, bijvoorbeeld. Ik vind het leuk om daar als zzp’er wel mee bezig te zijn, om feeling te houden met andere bedrijfstakken en branches. Het is interessant om achter andere deuren te kijken, en ik vind het ook nuttig. Daarmee houd ik mijn kennis en kunde op peil, en kan ik mijn werk bij de politie ook weer beter doen. Ook het bijhouden van mijn netwerk op deze manier vind ik fijn. Contacten zijn altijd handig.’

Voor je naar de politie kwam, deed je voor Kader vooral grote opdrachten voor Friesland Campina. Was het een grote stap, van melkpoeder naar de politie?
‘Bij Kader kon ik van zoveel mogelijk dingen proeven op mijn werkterrein. Dat was een heel goede springplank voor mijn carrière en ik waardeer dat ik de kans kreeg om ontzettend veel te zien en achter allerlei deuren te kijken. Te zien hoe verschillende organisaties omgaan met veiligheid.
Het was inderdaad een hele stap naar werken bij de politie. Hier is niets standaard als het om veiligheid gaat. Wat ik leuk vind, is dat de mensen die bij de politie werken, enorm trots zijn op hun werk. Ze willen graag laten zien wat ze doen, en vinden het fijn als ik vanuit mijn rol meekijk. Om te horen of ze de goede dingen doen en of ik nog verbetermogelijkheden zie. En ze vinden het fijn om uit te leggen waarom ze dingen in de praktijk op een bepaalde manier doen, anders dan de theorie voorschrijft.’

Je hebt in je opleiding nog wel wat geaarzeld tussen zorg en veiligheid.
‘Iedereen bij ons thuis zat in de zorg. Ook mijn vrouw, die ik heb leren kennen op de huisartsenpost, is verpleegkundige; met mijn keuze voor integrale veiligheidskunde ben ik een vreemde eend in de bijt. Na mijn afstuderen wist ik niet goed wat ik met mijn studie kon. Ik ging toch maar de verpleegkundige richting op, tot ik via een oud-klasgenoot bij Kader terechtkwam, in de arbeidsveiligheid. Maar in de basis komen veiligheid en gezondheid op hetzelfde neer. Wie veilig werkt, blijft gezond. In de gezondheidszorg ben je erop gericht dat de gezondheid van een patiënt stabiel blijft of beter wordt. Als je je bezighoudt met arbeidsomstandigheden streef je naar precies hetzelfde. En iedereen die werkt, heeft ermee te maken. Dat vind ik leuk.’

Welke capaciteiten heb je als veiligheidskundige nodig volgens jou?
‘Eigenlijk hetzelfde palet aan capaciteiten dat zorgverleners ook hebben. Je moet goed kunnen luisteren en vertalen, informatie kunnen analyseren. Mensen vertellen je vaak dingen vanuit emotie, ze willen zich gehoord voelen. En wat is dan het onderliggende probleem? Wat je in de theorie leert, kan in de praktijk anders uitpakken. Soms moet je toewerken naar een oplossing die de wet niet geeft, maar die in de praktijk wel past. De geest van de wet gaat wat mij betreft boven de letter ervan. Het is leuk om te zoeken naar de beste oplossing - waar de werkvloer mee uit de voeten kan - die past binnen de arbeidsomstandighedenwet. De politie is goed in procedures beschrijven. Maar ik vind het belangrijk dat tussen de oren van mensen komt dat hun eigen veiligheid boven alles gaat.’

Veiligheid bij de politie kent ook een mentaal aspect.
‘Agenten krijgen te maken met alle facetten van het leven en zien veel heftige dingen. PTSS is beroepsziekte nummer 1, maar de politie is goed in nazorg, Echter, ook aan de preventieve kant kun en wil je dingen doen. Als er al collega’s aanwezig zijn bij een vreselijk ongeluk, en jij bent de derde aanrijdende auto, dan kun je ervoor kiezen om het slachtoffer níét te zien. Het ongeval je rug toedraaien en je bezighouden met de afzetting, bijvoorbeeld. Dat heeft niets te maken met disrespect voor het slachtoffer, maar alles met de bescherming van jezelf. Zo’n kleine beslissing kan een groot verschil maken voor je mentale welbevinden op de lange termijn. De Duitse politie is hier een goed voorbeeld in, daar zouden wij van kunnen leren. Soms is een stap naar achteren zetten beter dan een stap naar voren doen.’

Welke aanbevelingen heb je voor vakgenoten?
‘Ga kijken waar je kijken kunt, en maak gebruik van elke deur die zich opent. Je moet zicht hebben op de praktijk. Je moet zien en meemaken wat mensen doen, en ga het gesprek met hen erover aan. Dat waarderen zij. Je kunt niet vanachter je bureau veiligheidskunde doen. Sta open voor de visie en de blik van anderen. Leer van hen; van collega’s, medewerkers en andere arbo-kerndeskundigen. Het zorgt voor een brede blik, en het helpt je om anders te kijken en het beter te doen.
Geef mensen daarnaast de ruimte, want we hebben soms te veel regels. Daardoor denken mensen zelf niet meer na. Daar schuilt gevaar in. Neem mensen serieus en geef ze de ruimte om te leren. Als je je boerenverstand gebruikt, kom je een heel eind. Welk gevaar is er nou eigenlijk, en welk risico? Thuis geldt dat ook. Onze kinderen proberen we soms te veel te beschermen. Laat ze eens vies thuiskomen, of hoog in de boom klimmen, wat wij vroeger zelf ook deden.’

Wat is eigenlijk je stokpaard, Koen?
‘Ik probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen, en van toegevoegde waarde te zijn. Het werk voor collega’s veiliger en gezonder te maken. Dat is mijn werk, en het is mijn stokpaard. Zoals ik als mens ben, als vader, zo wil ik ook als veiligheidskundige zijn. Ik wil het beter maken voor anderen. Ervoor zorgen dat iedereen - en ikzelf ook - mentaal en fysiek in balans is.’

Datum: 20 november 2025
Auteur: Lydia Lijkendijk
© De Veiligheidskundige
Premium partners

VK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.

Vacatures

Veiligheidskundige

HBO, MBO | Nederland

HSE Officer BRZO/Seveso

HBO | Midden