Striktere handhaving schijnzelfstandigheid
Bedrijven die zzp’ers inhuren lopen steeds meer risico op fiscale en arbeidsrechtelijke repercussies. Volgens een artikel van De Ondernemer groeit de druk op opdrachtgevers om scherpere grenzen te trekken tussen zelfstandige en werknemer-constructies.
Sinds 1 januari 2025 is de handhavingspauze bij de Belastingdienst voor schijnzelfstandigheid beëindigd, waardoor opdrachtgevers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor loonheffingen en sociale premies. Dit betekent dat bedrijven die zzp’ers inzetten zonder dat daadwerkelijk sprake is van zelfstandigheid, voor geselecteerd onderzoek kunnen worden aangemerkt. Uiteraard geldt dat bedrijven die aantoonbaar inspanningen leveren om correcte arbeidsrelaties te hanteren, in 2025 mogelijk nog geen boete krijgen, maar wel moet de juiste kwalificatie in werking zijn.
Nauwelijks effect
De handhaving op schijnzelfstandigheid voor zzp’ers heeft echter nauwelijks effect. Het aantal zelfstandigen is ten opzichte van een jaar geleden namelijk met slechts 4,2 procent gedaald. Wel overweegt zo’n 20 procent van de zzp’ers te stoppen door alle onzekerheid en onrust vanuit de politiek.
Constructies waarbij zzp’ers werken onder directe aansturing, binnen normale werktijden, zonder zelfstandige bedrijfsvoering, zullen eerder als dienstverband worden aangemerkt. In sectoren met een verhoogd risicoprofiel, zoals bouw, infra en onderhoud, versterkt deze ontwikkeling de noodzaak tot zorgvuldige inhuur, contracten en toezicht.
Bron: De Ondernemer en ZIPconomy
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
Adviseur veiligheid en gezondheid
Arbo & Preventie Coördinator