Skip to main content

Nieuwe Arbowet door Tweede Kamer, ondanks "destructieve" VVD

De behandeling van de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet is uitgelopen op een parlementair unicum. Minister Asscher - eigenlijk het kabinet dus - zag zich bij de plenaire behandeling op 7 september geconfronteerd met onverzoenlijke tegenstand van de VVD-fractie. Bij de stemming op 13 september bleek dat die slechts de eenmansfracties Klein en Van Vliet aan zijn zijde had. Alle acht VVD-amendementen werden verworpen.
De wijziging van de Arbowet (zie ook onze eerdere berichtgeving) heeft tot doel om werknemers meer toegang te geven tot de zorg van onafhankelijk opererende bedrijfsartsen, en om de preventie van beroepsziekten te verbeteren.
Hoe dit het best kan gebeuren, is een vraag waarover de SER een ongebruikelijk verdeeld advies heeft uitgebracht. Minister Asscher kreeg in de Tweede Kamer complimenten voor het feit dat hij knopen heeft doorgehakt en daarbij het juiste midden probeert te vinden. Maar niet van VVD-woordvoerder Anoushka Schut-Welkzijn. Zij betoogde een en andermaal dat Asscher dingen wil borgen die in de praktijk vaak al goed gaan. Maar ook dat hij het bedrijfsleven opzadelt met 'rompslomp' zonder aantoonbare bijdrage aan betere preventie.

Reeks amendementen
Gedurende het debat gingen steeds meer fracties zich erover verbazen dat Schut-Welkzijn een hele reeks amendementen aankondigde die de kern uit de wet leken te gaan halen. Leken, want de teksten had ze pas op het laatste nippertje gereed. Meerdere Kamerleden noemden haar optreden "destructief". D66-woordvoerder Van Weyenberg zei dat hij nog nooit iets dergelijks had meegemaakt. "Dat zijn blijkbaar de verhoudingen voor de komende zes maanden." Daar voegde hij aan toe dat de VVD zich sterker verzette dan werkgeversorganisaties.

Dit zijn de amendementen die Schut-Welkzijn uiteindelijk indiende:
  1. Schrap het instemmingsrecht van de OR bij de benoeming van een preventiemedewerker.
    Asscher vond dit nodig om ook 'de werkvloer' in zekere zin eigenaar te maken van het onderwerp preventie.
  2. Zet in de wet dat bedrijfsartsen de werkgever "bijstand" verlenen, in plaats van "advies" geven.
    Asscher: met "advies" herstel ik een oude formulering, die beter duidelijk maakt dat werkgevers en artsen aparte rollen hebben. Werkgevers zijn eindverantwoordelijk.
  3. Geef werkgevers alleen directe toegang tot bedrijfsarts of arbodienst in gevallen waarin sprake is van ziekteverzuim.
    Asscher: die ruime toegang, zonder toestemming of medeweten van de werkgever, is belangrijk voor het detecteren van zaken waarop preventie moet plaatsvinden. Bovendien is schrappen in strijd met artikel 44 Arbowet, en met de EU-kaderrichtlijn over arbeidsomstandigheden.
  4. Schrap de verplichting om een bedrijfsarts in de gelegenheid te stellen de werkplek te bezoeken.
    Asscher: u zegt dat dit al goed gaat, maar ik zet het liever in de wet.
  5. Schrap de verplichting om werknemers de gelegenheid te geven tot het inwinnen van een second opinion op het oordeel van hun bedrijfsarts bij zaken als ziekteverzuimbegeleiding, een PAGO of een aanstellingskeuring.
    Asscher: de mogelijkheid om een second opinion in te winnen is in de hele zorg normaal, en uit niets blijkt dat daar een overmatig gebruik van wordt gemaakt.
  6. Verwijder de bepaling dat de bedrijfsarts over een klachtenprocedure moet beschikken.
    Asscher: dat is in het belang van de bedrijfsartsen zelf.
  7. Schrap het recht van de bedrijfsarts op overleg met de ondernemingsraad, want dat recht bestaat al.
    Asscher: ik zet het liever in de wet.
  8. Schrap de bepaling dat er in de verplichte contracten tussen werkgevers en bedrijfsartsen moet staan hoe het contract gaat worden uitgevoerd en wat er wel en niet onder valt.
    Asscher: dat zou het hart uit mijn voorstel halen en er niets van overlaten.
Al deze amendementen werden bij de stemming verworpen. Wel nam de Kamer een motie van Schut-Welkzijn aan. Die pleit ervoor om de samenwerking tussen bedrijfsartsen enerzijds en huisartsen en specialisten anderzijds te verbeteren, "om langdurige arbeidsuitval" te voorkomen en daarmee "lasten voor de werkgever" te verminderen. Asscher hoefde die motie niet te ontraden, zei hij. Het stimuleren van samenwerking is zijn tweede beleidsspoor, naast wetgeving.

Meer inzicht of privacy?
Twee andere amendementen die werden verworpen, kwamen van de Kamerleden Ulenbelt (SP) en Kerstens (PvdA). Die wilden het liefst dat de werkgever verantwoordelijk wordt gemaakt voor het melden van beroepsziekten, en niet de bedrijfsarts. Hun argument: zo werkt het bij ongevallen ook. Maar anderen zagen meerdere bezwaren. Sinds het bedrijfsartsen zijn die moeten melden, wordt er meer gemeld dan voorheen, toen deze plicht op werkgevers rustte. Een ander argument ligt in de privacysfeer: de plicht bij werkgevers leggen, betekent dat artsen tegenover hun opdrachtgever in detail moeten treden over persoonlijke gezondheidsgegevens. Wel was er begrip voor het argument dat meldingen van bedrijfsartsen aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten slechts leiden tot statistieken, niet tot concrete preventie. Minister Asscher meldde in dit verband dat het NCvB vanaf volgend jaar met gedetailleerdere cijfers gaat werken waar 'subsectoren' meer mee kunnen.
Het tweede amendement van Ulenbelt en Karstens hield in dat het recht op een second opinion niet mag worden beperkt door een uitzondering vanwege 'zwaarwegende belangen'. Asscher hechtte daaraan, omdat hij er geen wapen van wil maken voor werknemers met een uit de hand gelopen arbeidsconflict.

Hygiënisten, veiligheidskundigen, A&O'ers
Wel aangenomen werd een amendement dat Ulenbelt indiende met Grace Tanamal (PvdA). Asscher had in zijn voorstel, zo meenden zij, niet genoeg geëxpliciteerd dat de bedrijfsarts ruimte moet krijgen voor het verrichten van preventieactiviteiten. Dat moet, vonden Ulenbelt en Tanamal, standaard deel uitmaken van de verplichte contracten, omdat de bedrijfsarts anders "een lamme eend blijft". Die weet dan wel wat er fout gaan, maar mag niets doen. Doordat dit amendement is aangenomen, staat vast dat preventieactiviteiten declarabel zijn.
En dat krijgt nog meer betekenis doordat Asscher uitdrukkelijk zei dat "toegang tot de bedrijfsarts" óók betekent dat werknemers, zij het via de arts, recht hebben op toegang tot arbeidshygiënisten, veiligheidskundigen en organisatiedeskundigen bij arbodiensten. Ulenbelt merkte tevreden op dat dit nu in de wetsgeschiedenis is vastgelegd. De strekking van die opmerking is dat rechters zich op deze ministeriële uitleg kunnen baseren bij hun uitleg van de nieuwe wet.

Nog geen boetebepaling
De Tweede Kamer overreedde Asscher om in de wet nu nog niets op te nemen over boetes aan bedrijfsartsen die hun meldingsplicht verzaken. Asscher wilde de wet voorzien van een stok achter de deur, die een toekomstige minister van SZW tevoorschijn kan halen als de naleving hem niet bevalt. Maar de Kamer vond dat daar alsnog parlementair beraad over moet plaatsvinden, als daar aanleiding toe is.
Andere dingen waar Kamerleden op aandrongen, zijn uitbreiding van de Inspectie SZW en de oprichting van een onafhankelijk instituut dat slachtoffers van beroepsziekten moet bijstaan in het halen van hun recht. Op het eerste komt Asscher bij de begrotingsbehandeling terug. Een voorstel voor het tweede ligt er uiterlijk februari 2017.

Overgangstijd
Dat de nieuwe wet het ook in de Eerste Kamer gaat halen, lijdt gezien de stemverhoudingen in deTweede Kamer weinig twijfel meer. De verwachting is dat de wet in 2017 in werking treedt. Bedrijven krijgen een jaar de tijd om hun contracten aan te passen. Het Steunpunt RI&E houdt er rekening mee dat ook branche-RI&E's aangepast moeten worden.
Datum: 15 september 2016
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Premium partners

Vacatures

Process Safety Engineer (full-time)

HBO | Randstad, West

Adviseur veiligheid en gezondheid

HBO | Midden

Arbo & Preventie Coördinator

HBO, MBO | Oost

SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food

HBO, MBO | West