Brief Asscher over de motie m.b.t. arbo-curatieve samenwerking
Minister Asscher (SZW) geeft in deze brief aan hoe het werkprogramma 'Arbo-curatieve samenwerking in de zorg' is vormgegeven in reactie op een motie van de Kamerleden Schut-Welkzijn (VVD) en Tanamal (PvdA).
Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het advies van de SER, heeft het RIVM een platform ingesteld met zorgprofessionals. Zij hebben gezamenlijk knelpunten geïnventariseerd die partijen ervaren bij de samenwerking in de praktijk. Vervolgens is verkend wat ervoor nodig is om deze knelpunten op te lossen. Met dit doel is ook de beroepsgroep van bedrijfsartsen (NVAB) vanuit hun praktijk en ervaring ondersteund. De inventarisatie heeft geleid tot een programma voor 2016 – 2017, waarin activiteiten zijn opgenomen die deels door het veld zelf worden opgepakt en deels door SZW worden ondersteund.
De in dit programma bijeengebrachte activiteiten gericht op arbo-curatieve samenwerking worden door verbetering van de onderlinge samenwerking gerealiseerd. Asscher is voornemens om in de loop van 2017 met de aan het brede platform deelnemende partijen de vooruitgang en effecten van de afgeronde en lopende acties van het programma te evalueren. In dat kader zal hij met collega's van VWS, in samenwerking met zorgprofessionals uit de bedrijfsgezondheidszorg en curatieve zorg, patiëntenorganisaties en zorg- en verzuimverzekeraars, een symposium organiseren. Doel van het symposium is om partijen te stimuleren om met elkaar te komen tot nadere afspraken over het verder verbeteren van arbo-curatieve samenwerking. Met het symposium wordt tevens een podium geboden om goede initiatieven van arbo-curatieve samenwerking breder te verspreiden.
Opvallende afsluiting van de brief: Nationale kop in de arbowetgeving
"Met deze brief maak ik van de gelegenheid gebruik om u ook te informeren over de heroverweging van de nationale kop in de arbowetgeving. De nationale kop omvat circa twintig verplichtingen die niet voortkomen uit Europese richtlijnen of ILO verdragen. Ik heb de Kamer toegezegd de noodzaak van deze verplichtingen, in overleg met de sociale partners, te overwegen. Voor het merendeel van deze verplichtingen, waaronder grenswaarden voor asbest, bepalingen voor psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en verplichtingen voor ZZP’ers, geldt dat er een breed draagvlak is. Op aangeven van VNO-NCW is de heroverweging gericht op de ‘ARIE-regeling’, het deskundigheidsbewijs voor hijskraanmachinisten, de grenswaarde van 2 uur voor onderbreking van beeldschermwerk, de registratie van reprotoxische stoffen en de verplichtingen bij arbeid door vrijwilligers.
Al eerder heb ik besloten de ARIE-regeling, in samenhang met de implementatie van SEVESO III richtlijn, te vereenvoudigen. Werkgevers en werknemers zijn daarbij betrokken. Werkgevers en werknemers steunden na bespreking ook het behoud van de verplichtingen over het deskundigheidsbewijs en over arbeid door vrijwilligers, maar zij verschilden van mening over de grenswaarde van 2 uur en de registratieplicht.
Gehoord de opvattingen heb ik besloten de verplichting tot registratie van reprotoxische stoffen te behouden. Vanwege actuele problematiek met gevaarlijke stoffen op het werk, het overleg over stoffen in Europees verband en de beleidsintensivering op beroepsziekten vind ik het nu niet wenselijk verplichtingen voor stoffen aan te passen.
Ten aanzien van de grenswaarde van twee uur voor onderbreking van beeldschermwerk wil ik het volgende opmerken. Ik vind het erg belangrijk dat mensen op tijd rust nemen. De verplichting voor werkgevers om het werk zodanig te organiseren dat beeldschermwerk op gezette tijden wordt onderbroken is van belang en blijft behouden. De grenswaarde van 2 uur vind ik echter niet passen bij de tegenwoordige variëteit aan beeldschermwerk. Daarom laat ik deze grenswaarde van 2 uur voor onderbreking van beeldschermwerk vervallen. Wat de juiste tijden zijn, kan per type beeldschermwerk verschillen. Er moet dus ruimte zijn voor maatwerk. Om dat maatwerk te ondersteunen heb ik TNO een beoordelingsinstrument laten ontwikkelen.
Hiermee heb ik u naar verwachting voldoende geïnformeerd over de actualisatie van de nationale kop in de arbowetgeving."
Lees hier de volledige brief aan de kamer
Bron: Ministerie van SZW
Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het advies van de SER, heeft het RIVM een platform ingesteld met zorgprofessionals. Zij hebben gezamenlijk knelpunten geïnventariseerd die partijen ervaren bij de samenwerking in de praktijk. Vervolgens is verkend wat ervoor nodig is om deze knelpunten op te lossen. Met dit doel is ook de beroepsgroep van bedrijfsartsen (NVAB) vanuit hun praktijk en ervaring ondersteund. De inventarisatie heeft geleid tot een programma voor 2016 – 2017, waarin activiteiten zijn opgenomen die deels door het veld zelf worden opgepakt en deels door SZW worden ondersteund.
De in dit programma bijeengebrachte activiteiten gericht op arbo-curatieve samenwerking worden door verbetering van de onderlinge samenwerking gerealiseerd. Asscher is voornemens om in de loop van 2017 met de aan het brede platform deelnemende partijen de vooruitgang en effecten van de afgeronde en lopende acties van het programma te evalueren. In dat kader zal hij met collega's van VWS, in samenwerking met zorgprofessionals uit de bedrijfsgezondheidszorg en curatieve zorg, patiëntenorganisaties en zorg- en verzuimverzekeraars, een symposium organiseren. Doel van het symposium is om partijen te stimuleren om met elkaar te komen tot nadere afspraken over het verder verbeteren van arbo-curatieve samenwerking. Met het symposium wordt tevens een podium geboden om goede initiatieven van arbo-curatieve samenwerking breder te verspreiden.
Opvallende afsluiting van de brief: Nationale kop in de arbowetgeving
"Met deze brief maak ik van de gelegenheid gebruik om u ook te informeren over de heroverweging van de nationale kop in de arbowetgeving. De nationale kop omvat circa twintig verplichtingen die niet voortkomen uit Europese richtlijnen of ILO verdragen. Ik heb de Kamer toegezegd de noodzaak van deze verplichtingen, in overleg met de sociale partners, te overwegen. Voor het merendeel van deze verplichtingen, waaronder grenswaarden voor asbest, bepalingen voor psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en verplichtingen voor ZZP’ers, geldt dat er een breed draagvlak is. Op aangeven van VNO-NCW is de heroverweging gericht op de ‘ARIE-regeling’, het deskundigheidsbewijs voor hijskraanmachinisten, de grenswaarde van 2 uur voor onderbreking van beeldschermwerk, de registratie van reprotoxische stoffen en de verplichtingen bij arbeid door vrijwilligers.
Al eerder heb ik besloten de ARIE-regeling, in samenhang met de implementatie van SEVESO III richtlijn, te vereenvoudigen. Werkgevers en werknemers zijn daarbij betrokken. Werkgevers en werknemers steunden na bespreking ook het behoud van de verplichtingen over het deskundigheidsbewijs en over arbeid door vrijwilligers, maar zij verschilden van mening over de grenswaarde van 2 uur en de registratieplicht.
Gehoord de opvattingen heb ik besloten de verplichting tot registratie van reprotoxische stoffen te behouden. Vanwege actuele problematiek met gevaarlijke stoffen op het werk, het overleg over stoffen in Europees verband en de beleidsintensivering op beroepsziekten vind ik het nu niet wenselijk verplichtingen voor stoffen aan te passen.
Ten aanzien van de grenswaarde van twee uur voor onderbreking van beeldschermwerk wil ik het volgende opmerken. Ik vind het erg belangrijk dat mensen op tijd rust nemen. De verplichting voor werkgevers om het werk zodanig te organiseren dat beeldschermwerk op gezette tijden wordt onderbroken is van belang en blijft behouden. De grenswaarde van 2 uur vind ik echter niet passen bij de tegenwoordige variëteit aan beeldschermwerk. Daarom laat ik deze grenswaarde van 2 uur voor onderbreking van beeldschermwerk vervallen. Wat de juiste tijden zijn, kan per type beeldschermwerk verschillen. Er moet dus ruimte zijn voor maatwerk. Om dat maatwerk te ondersteunen heb ik TNO een beoordelingsinstrument laten ontwikkelen.
Hiermee heb ik u naar verwachting voldoende geïnformeerd over de actualisatie van de nationale kop in de arbowetgeving."
Lees hier de volledige brief aan de kamer
Bron: Ministerie van SZW
Datum: 28 februari 2017
Auteur: DVK Redactie
© De Veiligheidskundige
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
Adviseur veiligheid en gezondheid
HBO | Midden
Arbo & Preventie Coördinator
HBO, MBO | Oost
SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food
HBO, MBO | West