VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Arie van der Harst over dwarsliggen en lul-niet-lolly’s

Arie van der HarstHet is de eerste keer in de geschiedenis dat DeVeiligheidskundige een telefoonnummer afleest van een brillendoekje. Het geel-zwart gestreepte stukje stof is het visitekaartje van Arie van der Harst, vorige week in de Stokpaardruif gedropt tijdens het congres van de NVVK. Arie is geen opticien, maar zelfstandig HSSEQ-consultant. Brildragend, dat wel. Shipping Lane, zijn bedrijf, is vooral actief in de scheepvaart en de offshore. Close reader Arie is DeVK-abonnee van het eerste uur. Hij markeert interessante passages in ons kwartaalblad en maakt er aantekeningen van. Hij roemt de losse stijl en de human interest als welkome tegenhanger van soms teveel van de praktijk losgezongen wetenschappelijke beschouwingen. Zijn complimenten steken we graag in onze zak, maar we blijven de diversiteit om ons heen waarderen, net als Arie zelf overigens. Lees over zijn motivaties en overtuigingen.

Biografie

 In 1963 werd Arie van der Harst geboren te Den Haag, waar hij nog steeds woont (Scheveningen, mét uitzicht op zee) en waar zijn bedrijf Shipping Lane is gevestigd. Zijn voortgezette opleiding bestond uit het meao (Arie: ‘Een mens maakt fouten’) en verschillende commerciële vervolgopleidingen in de nautische sfeer. Hij heeft achttien jaar met beduidend meer succes dan plezier gewerkt bij ‘s lands oudste telecombedrijf, PTT Telecom. In 2002 begon Arie zijn eigen onderneming, Shipping Lane, waarmee hij VGM-diensten verleent aan de offshore en de scheepvaart. Hij laat zich inzetten als veiligheidskundige, auditor, adviseur, coach en trainer. Voor wie zich – in tegenstelling tot Arie zelf – bekommert om formele kwalificaties: Arie is MVK en beschikt over een reeks internationaal erkende NEBOSH- en IOSH-certificaten. Op de Engelstalige website van Shipping Lane heeft Arie helder verwoord wat er in zijn optiek omarmd moet worden: doorzettingsvermogen, persoonlijkheid, autonomie en competentie, maar ook humor, uitdaging en beschaving. Te vermijden zijn: gebrek aan respect, saaiheid, wantrouwen en onveiligheid. Daaronder volgen negen geboden, die ook de moeite van het nalezen en vooral het naleven waard zijn (zie www.shippinglane.nl). 


Work hard play hard rest hard, be outspoken and open
Arie vertelt graag, maar luistert misschien nog wel beter (hoewel hij daar zelf zeer bescheiden over is). Het is een vaardigheid die veiligheidskundigen nog wel wat zouden kunnen oefenen, iets wat gelukkig tijdens het NVVK-congres waar we Arie ontmoetten expliciet werd beaamd, in elk geval door iedereen die niet door de presentaties heen zat te leuteren. We toeteren namelijk wat af, terwijl hetgeen we zeggen, bedoelen en nastreven maar matig ‘landt’. Ons ‘heilige gelijk’ is namelijk niet de waarheid van de ander, ook niet als je je argumentatie drie keer herhaalt. Arie wil echter zijn collega’s niet op de tenen gaan staan en steekt de hand uitgebreid in eigen boezem. Als muziekliefhebber – met tussendoor zijn complimenten aan het ensemble dat speelde tijdens het congresdiner – geeft hij een voorbeeld van een ludiek maar effectief instrument dat het luisteren bevordert: de ‘lul-niet-lolly’. Een uitvinding van muziekcafé Het Paard in Den Haag. Arie: ‘Als mensen naar jouw idee iets te luidruchtig zijn tijdens een optreden, kun je ze een lul-niet-lolly uit de bak op de bar aanbieden, zonder dat je zelf lawaai hoeft te maken. Ik zie grote mogelijkheden.’ Arie klinkt licht Haags en tijdens zijn geanimeerde commentaren klinkt hij als Wim T. Schippers in zijn rol als Ernie van Sesamstraat. Ook zijn humor vertoont gelijkenissen, maar de inhoud en achterliggende overtuigingen zijn bloedserieus.

Arie, waarom is communicatie zo’n struikelblok voor veiligheidskundigen?
Arie: ‘Omdat luisteren zo moeilijk is. We spreken de taal van de ander niet of willen die niet spreken. We horen onszelf te graag en we praten heel erg vanuit onze eigen achtergrond. In de veiligheidskunde wordt dat aangejaagd door publicaties in indrukwekkend jargon. Onderling houden we dat al dan niet bewust in stand. Als je het jargon niet spreekt, word je door je eigen beroepsgroep niet serieus genomen. Maar op de werkvloer is dat jargon vaak funest. ‘

Op jouw website meen ik te zien dat je er flink aan meedoet. Je noemt jezelf Tech IOSH en HSEQ Consultant.
Arie: ‘Haha, je doelt op al die cryptische afkortingen? Dat is inderdaad window dressing en soms nodig om bij opdrachtgevers binnen te komen. Ik opereer in een Engelstalige (en van oudsher Angelsaksisch georganiseerde) omgeving. Maar ik ben eigenlijk wars van al die letters voor en achter namen. Het gaat erom wie je werkelijk bent. Een curriculum vitae is niet geschikt om dat over te dragen. Ik kan dan beter dit Stokpaardinterview overhandigen, want dat geeft waarschijnlijk een beter beeld van mijn overtuigingen en van wie ik ben. Of dat ‘past’ bij een opdracht of een bedrijfscultuur is de belangrijkste voorwaarde voor een vruchtbare samenwerking. En als ik niet match met een opdrachtgever of als de opdracht niet bij me past, dan doe ik het niet, want daar wordt niemand gelukkiger van. Dat is een vrijheid van de ZZP’er die ik zeer waardeer.’

Geloof je in de maakbaarheid van mensen?
Arie: ‘Daarvoor moet je jezelf de vraag stellen in hoeverre je iemand werkelijk mag en kunt veranderen. Bovendien is het afwachten of je je doel ermee bereikt. Het kan zijn dat de persoonlijke beliefs van een bepaalde werknemer zich niet laten matchen zijn met de doelen van een bedrijf. Ik ben een groot voorstander van vrijheid, eigenheid en openheid, maar als ieder individu in een bedrijf zijn eigen Goddelijke gang zou gaan, dan bereiken we doorgaans niet het gemeenschappelijke doel. Ik ben blij dat cultuur, gedrag en psychologie bij de jongere generatie veiligheidskundigen meer aandacht krijgen dan vroeger. Opleidingen besteden er aandacht aan, grotere bedrijven ook. Prachtig als er een bedrijfsfilosoof is, of als er een dienstverlener wordt binnengehaald die zijn waarden mag uitdragen in woord en daad. Neem Harry Rienmeijer, die ik net (bij het NVVK-congres, red.) over alcohol- en drugsbeleid hoorde spreken. Hij wist heel goed duidelijk te maken hoe een werkgever zijn werknemer daadwerkelijk kan helpen, in beider belang. Die grondhouding moeten we koesteren, want zelfs in de zorg, de sociale en helpende sector bij uitstek, draait het louter nog om bedrijfsresultaat. Ook van Victor Lamme en de jongedames heb ik genoten. Al voel ik me nog vijfendertig, ik val midden in de groep grijze dakduiven die ze een spiegel voorhouden. Ik zie zelf ook nog teveel mensen die met een norse blik de geboden uit de veiligheidskunde proberen op te leggen terwijl ze zwaaien met allerlei argumentatie uit de wetenschap. Zorgen dat je de juiste mens op de juiste plek krijgt kost beduidend minder energie dan karakters forceren en procedures opleggen. En iedereen wordt er gelukkiger van.’

Dat geldt net zo hard voor jou.
Arie: ‘Precies. Ook ik wil geen maagzweer omdat mijn werk niet strookt met mijn idealen. Daarom werk ik niet meer in loondienst, maar als zelfstandige. Ik heb er alleen wel vrij lang over gedaan om daar achter te komen.’

Welke onvrede heeft jou doen besluiten de loondienst vaarwel te zeggen?
Arie: ‘Ik heb me jarenlang zo goed en zo kwaad als het ging moeten conformeren aan de culturen en managementsystemen in compleet verziekte organisaties. Eigenlijk begon dat al in militaire dienst. Zestien verloren maanden, maar het vormt je wel. Als jongeling weet je nog niet beter. Toen ik in een commerciële functie aan de slag ging bij PTT Telecom was dat een erg rationele keuze waar vooral mijn vader gelukkig van werd. Het was een werkgever waar je zorgeloos je pensioen kon halen. Ik begon er als uitzendkracht terwijl mijn chef niet eens wist wat hij me moest laten doen. Ik bouwde elke dag een decortje: eerst wat kettingformulieren uitdraaien, dan naar willekeur met de markeerstift erdoorheen en even flink tekeergaan op de rekenmachine tot de koffiepauze. Als je bureau maar goed vol lag tijdens het oeverloos leuteren met je collega’s dan was er geen vuiltje aan de lucht. Het inhuren van een uitzendkracht was helemaal niet nodig, maar het werkte statusverhogend; het was een signaal dat een afdeling het erg druk had. Ondertussen was het bedrijf allesbehalve klantgericht: als iets niet in de rigide structuur paste dan was het per definitie onmogelijk. Toen ik verkoper werd, mocht ik mijn chef uit komen leggen waarom ik niet het verplichte periodieke rayonanalyseplan inleverde. Dat zou nodig zijn om te weten hoe ik mijn markt “aan moest vliegen”. Terwijl ik mijn targets al ruimschoots haalde. Misschien heeft dat laatste me beschermd tegen ontslag. Ik had veel nieuwe, vooral Engelstalige klanten met unieke vragen. Daar kon ik wel wat mee, maar de organisatie waar ik voor werkte niet. Nu heb ik geen zorgen meer over administratieve keurslijven en functie-eisen.’

Maar dat heeft allemaal niets te maken met veiligheid.
Arie: ‘Maar wel met bedrijfscultuur. Veiligheid is pas later op mijn pad gekomen, in het verlengde van kwaliteitsborgings- en managementsystemen in de handel en de scheepvaart. Ik heb eerst enige tijd geprobeerd educatieve bouwpakketten te verkopen aan het onderwijs, leuke sterlingmotortjes, sextanten en ook simpelere practicummaterialen. In Nederland verkochten die vindingen goed, maar in België kreeg ik ze niet aan de man gebracht. Tót ik ontdekte dat verkoopsucces alles te maken heeft met cultuur. Of je tot zaken komt hangt in Nederland vooral af van je product, maar in België van je kwaliteiten in het socialiseren en de gezelligheid tijdens lunches en diners. Ze zien je daar aankomen op je motorfiets met je broodtrommel in je rugzak. Dat was wel een leermoment.’

Heb je daar nu nog profijt van?
Arie: ‘Het is een van de ervaringen die mij hebben gemaakt tot wie ik ben. In mijn huidige werk in de scheepvaart en de offshore ben ik voortdurend in contact met andere culturen. Ik heb meer oog gekregen voor andermans referentiekader, voor denkwijzen, motivaties en voor de persoonlijke kapstokken waaraan men inzichten en kennis ophangt. Die verschillen altijd van mens tot mens, maar door veel te praten en te luisteren krijg je er zicht op, vaak ook door gesprekjes die niets met werk of veiligheid te maken hebben. Op de werkvloer kun je natuurlijk niet de hele dag socialiseren; er moet ook gewerkt worden en in de bedrijfsvoering heb je soms gewoon procedures nodig om ergens te komen. Daarom is het ook geen democratie. Maar tóch is de cultuur de basis voor de manier waarop een proces loopt en heel bepalend voor het welbevinden van de mensen die erin werken.’

Kun je dat toelichten?
Arie: ‘Neem de overduidelijke verschillen aan boord van schepen. Als ik aan boord van het ene schip kom dan heerst er een norse of gespannen sfeer, en in de mess room zit men doodstil de soep naar binnen te lepelen, terwijl men op een ander schip juist sociaal en ontspannen met elkaar omgaat, ongeacht de culturele achtergrond en het werkterrein van de ander. Dat merk je ook aan hoe een werkstartpraatje (toolbox talk) plaatsvindt. Mensen conformeren zich direct aan de groepsmores. Als het ongebruikelijk is om als deelnemer wat te zeggen, dan laat je dat dus uit je hoofd. Het begint met degene aan de top van de roedel. Aan boord van een schip is dat de kapitein. Bij de een is het orde, tucht en starre procedures, bij de andere is veel meer overleg en onderling begrip, wat niet wil zeggen dat die laatste kapitein de zaak niet onder controle heeft.’

In welke rol opereer jij het liefst?
Arie: ‘Dat laat zich raden: in die van coach. En ik blijf heel veel in de spiegel kijken. Met de term HSE op mijn helm ben ik niet per definitie de vriend van de lasser. Zijn baas vindt al dat hij niet snel genoeg werkt, en dan kom ík ook nog eens zeuren. Dat wordt heel anders als ik vraag waarom hij een bepaalde elektrode gebruikt, hoe hij ergens op z’n kop bij kan en als ik vraag wat hij aan het maken is. Of als ik eens informeer naar zijn familieomstandigheden.’

Wat zet dat voor zoden aan de dijk?
Arie: ‘Meer dan je denkt. Natuurlijk praat je niet alleen over werk, maar moet ik bij de Filippijnse dekknecht die het schilderwerk doet dan aankomen met beschouwingen over de door het management gesignaleerde interdepartementale barrières? Dat landt niet. Muurtjes tussen afdelingen ¬– en mensen onderling – sloop je door eens te praten over hanengevechten, ook als je daar persoonlijk niks mee hebt. Of over de situatie thuis. Die betreffende schilder spaart misschien om een stukje grond bij zijn huis te kunnen kopen. Misschien kweekt hij pepers die de scheepskok graag zou gebruiken, bijvoorbeeld omdat de soep dan wél in de smaak valt bij Aziaten. Als die kok eens met de dekknecht gaat praten krijgen ze begrip voor elkaar. Ook als de soep er niet beter door zou worden, creëer je gemeenschapszin, betrokkenheid en vertrouwen. Dat is net zo op de wal, maar het is heel moeilijk om mensen achter hun laptop weg te krijgen. Of om ze eens aan te laten schuiven aan een andere tafel in de kantine.’

Moet jij de sociaal werker zijn?
Arie: ‘Soms. Mensen zijn: Patroonherkennende, verhalenvertellende, goedgelovige kuddedieren (Victor Lamme; NVVK Congres). Luisteren helpt.’

Heb je ook affiniteit met al die techniek om je heen?
Arie: ‘Affiniteit zeker, en een beetje technisch ben ik wel. Ik ben privé flink aan het sleutelen geweest aan mijn motorfietsen en aan mijn oude camper. Tot en met het inbouwen van een andere motor en versnellingsbak die eigenlijk niet pasten. Ik wil graag kunnen volgen waar een ander het over heeft en wat hij of zij doet. Om die reden heb ik bijvoorbeeld een vorkheftruckcertificaat behaald. Maar gelukkig hoef ik niet alles te snappen. Van een ICT’er verlang je tenslotte ook niet dat hij alle inhouden van de data van zijn klant begrijpt.’

Vind je dat milieu en duurzaamheid in het takenpakket van veiligheidskundigen thuishoren?
Arie: ‘Ja, en het wordt steeds belangrijker. Veiligheid, kwaliteit en milieu gaan hand in hand. Milieu is een wereldwijd probleem, maar het is zeer de vraag of wij onze westerse moraal mogen opleggen aan de mensen in de krottenwijken in India. We heffen vanuit onze comfortabele leunstoel in het meest luxe land ter wereld ons geleerde vingertje op, maar we verkopen wel skipakken in Abu Dhabi. Dat is een ethisch dilemma waar ik nog niet uit ben. Het zet me voortdurend aan het denken over mijn eigen ego en over datgene wat mij gevormd heeft. De discussie zal gevoerd moeten worden. Intussen ben ik wel onder de indruk van de veerkracht van mensen en het aanpassingsvermogen dat mensen overeind houdt in soms zeer uitzichtloze omstandigheden. Maar mijn eigen gedrag is nog niet zo principieel als ik zou willen: ik geef ook trainingen in Berlijn of in Kaapstad. Daar ga ik per vliegtuig heen. Tien uur vliegen voor drie dagen trainen en tien uur terug. Dat is voor mij een persoonlijk dilemma. Toch doe ik het nog, in de wetenschap dat als ik nee zeg, de organisatie waar ik het voor doe een collega uit Engeland invliegt.’

Hoe breng je je principes onder de aandacht?
Arie: ‘Door te handelen vanuit mijn eigen morele kompas. Gelukkig is dat niet strijdig met de NVVK gedragscode en de Code of Conduct van IOSH, die ik beide heb getekend. Je moet het idee hebben dat je iets kunt veranderen aan de wereld, anders kun je beter stoppen. En je mag best even lekker de andere kant opzoeken, dwarsliggen en bewust de advocaat van de duivel spelen in een directieoverleg. Harrie Jekkers, mijn mede-Hagenees, zei ooit: “je moet in 't leven dwars liggen, ben je lekker moeilijk te begraven.” Maandag heb ik een coachingstraining. Ik heb al een simpel casusje: stel, ik zit in mijn coachende rol en ik zie een technische nonconformiteit, een onveilige situatie, neem een slecht gemonteerde gasslang. Die kan ik niet “ont-zien”, maar ingrijpen fnuikt op dat moment wél mijn coachingsopdracht. Morgen kan de fabriek afbranden. Wat zal ik dan doen? Ik ben benieuwd wat anderen bedenken. Ik hoop vóór 2030 al mijn ethische dilemma’s te hebben opgelost.’

Waarom die deadline?
Arie: ‘Heel eenvoudig: in 2030 pensioneer ik mezelf. Op mijn website heb ik het vast aangekondigd. Geef de frisse winden de ruimte.’
(MC)
Home
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké