Houd privé en werk gescheiden; een moment van bezinning
| Flip de Reede | Flip

De veiligheidskundige studie gaat bij mij de hele dag door. Ik bestudeer momenteel de verschillende activiteiten die de mens buiten werktijd ontplooit. Soms ondersteun ik dat door gedwongen deelname aan het vrijetijdsverdrijf (het practicum), maar gelukkig steeds vaker door niet-participerende observatie. Of, nóg passiever, door verhalen van recreanten vanuit hun ziekenhuisbed, gedempt door verbandzwachtels.
Er gaat namelijk nogal wat mis bij het zoeken naar Pokémons, de re-eneactment van de tachtigjarige oorlog en het bloemschikken. Dat is nog afgezien van het luchtig en ongedwongen vrijetijdsgekeuvel over handelsbazooka’s, snelheidsbeperkingen voor hoogrisicotreinen, Afrikaans voetbal en gewoon het weer, want ook dat ontaardt steeds vaker in een handgemeen met aansluitend ziekteverzuim.
In de rij voor de zelfscankassa draagt men dan ook steeds vaker oordopjes, steekwerend ondergoed en een helm. Op de camping komt de stoere winterrecreant alleen nog uit zijn gepantserde RV voor een snelle selfie in het gecertificeerde ijsbad van de all-inclusive wellness en eventueel om de buren op de bek te slaan vanwege hun beslag op het kamp-internet. Die komen namelijk speciaal naar het vijfsterrenresort om al hun devices eens lekker te gaan zitten updaten achter de gordijntjes van hun dubbellucht kampeerkarikatuur. En om tijdens het mega-HD Netflix-breedbeeldstreamen ook alle kinderen tegelijk op hun eigen device hun eigen Roblox-experience te laten vormgeven op hun eigen IP-adres en VPN (waar ze ook nog eens niet op te bereiken zijn). In combinatie met zwakke wifi is Netflix op de camping een sterk polariserend en dus risicoverhogend element. Daar houden de bedenkers van on-demand netwerkdiensten* zelden rekening mee.
*mediaprofessionals noemen hun digitale transitieproducten treffend OTT (van Over the Top)
Kerninzicht: hoe minder er in werktijd te zwijnen valt, hoe gevaarlijker het vrijetijdsverdrijf kennelijk moet zijn. Ter compensatie. Bekendheid met dit waterbedeffect kan uiteindelijk grote gevolgen hebben voor de visie op het nut van veiligheidskundige interventie op de werkvloer. Mijn advies is dus om dat stil te houden. Zwijg over alles wat met waterbedden van doen heeft als uw broodwinning u lief is.
Voor de werkgever is het gevolg van een geslaagde miskleun in privétijd in negen van de tien gevallen precies hetzelfde als in werktijd: de werknemer loopt in de Ziektewet en verschijnt niet op het werk. Hij/zij onttrekt zich aan het arbeidsproces. Het enige voordeel van een succesvolle miskleun is dat het actuele risicovolle gedrag direct – en doorgaans vrij duurzaam – stopt. Met beide armen in een mitella, de ogen afgedekt met verbandgaas of met het gehavende lijf vastgesnoerd in de banaan van de opruimploeg op de skipiste steekt men namelijk geen rotje meer af, laat staan dat men zijn skipas of creditcard nog uit het ritsvak van zijn pipopak krijgt voor een volgende ronde.

De werkgever wordt geacht zich daar niet mee te bemoeien. Hij dient zich tot in detail bekommeren om mogelijke ge- en misdragingen van zijn personeel in werktijd, maar heeft niets meer in te brengen zodra zijn beschermelingen zich buiten zijn hekken op de camping, in een darkroom, een zuipkeet of op een goeddeels ontdooide skipiste bevinden. En eenmaal in de banaan, aan een buitenlands infuus of in de gecapitonneerde separatiecel van de psychiatrische zorginstelling is het weer volop de zaak van de werkgever, want er moet binnen de gestelde wettelijke termijnen een terugkeerplan zijn. Ook voor werknemers die door hun privéacties al hun vingers en hun verstand kwijt zijn, alle denkbare besmettelijkheden aan, op en onder hun lid of de leden hebben of als ze zichzelf op andere onbespreekbare wijze van hun laatste restje inzetbaarheid hebben beroofd.
Als veiligheidsconifeer kun je maar het beste overal verstand van hebben, want voor je het weet bedenkt er iemand dat de darkroom ook als werkplek geldt, bijvoorbeeld als de werknemer tussen de bedrijven door even zit te Citrixen op zijn tablet. In de blote reet of erger. Of dat een ambtenaar zich in een pauze korter dan een kwartier bezeert aan het mes van de huisdealer van de croissanterie bij het ophalen van een gesponsord broodje. Zeg nimmer dat iets denkbaars in uw geval onmogelijk is, want u wordt ingehaald nog voor u uw risicomatrix hebt ingevuld. Ook als gemeenteambtenaar, als u dacht bijna met pensioen te kunnen, net als het merendeel van uw fijne collega’s. Denk vooral niet dat ik louter vakmatig gemotiveerd ben bij de keuze van mijn studie-onderwerpen.
Om een ‘dikke Carbage Run te beuken’ moet je een refo-container hebben, met lekker wat pk’s, zo leer ik op Feesboek. Hotboxen doe je vervolgens zelf, naar smaak, met gekleurde ventieldopjes, uitlaatschuif en sirene, extra usb-poorten op het ledverlichte dashboard en een zwiepspriet voor het breakiebreakiebakkie op je imperiaal. Dat weet ik dan weer van Diesel Tinus. En een sleepkabel, zodat je de hele rotzooi weer vanaf de Noordkaap of uit de rimboe naar huis kunt laten slepen. Tinus heeft veel verstand van dat soort dingen want in zijn leven sleept er meer dan wij aankunnen.
Tinus had de bedenker kunnen zijn van de Carbage Run, een rally met nog maar net aan toegelaten voertuigen, ware het niet dat hij tot voor kort al zijn tijd stak in de handel in vooral vuurwerk. Met semi-legale stalinorgels als de nieuwe hardlopers. Stalin-orgels zijn verschijningsvormen van de lichtkogel-lanceerinrichtingen waarmee tijdens de oudejaarsfeesten de handhavers op afstand en in conditie werden gehouden.
Tinus heeft groene ventieldopjes op zijn Canta, want er zit stikstof in de banden. Dat geeft ‘dikkere lucht’ die minder vlot door het poreuze Chinese sinteetiese klapperboomrubber heen lekt. Dan rijd je niet op je velgen bij het zoveelste vrachtje vuurwerk van net over de grens. PUR erin helpt ook, maar dat moet je wel opgekrikt laten uitharden, want anders kost het je later je nieren wegens vierkante wielen. Met een lading vuurwerk in je Canta rijd je niet graag op vierkante banden door de Utrechtse binnenstad.

Hoe PUR zich houdt bij strenge vorst moet ik nog navragen, maar je kunt niet alles tegelijk bestuderen. Bovendien zit Tinus bij de notaris een stichting op te richten. Stichting nationaal afsteekmoment, Volkstraditie radicale knalbeleving. Of zoiets. Hij heeft zeven sponsors met ideële pyrotechnische motieven en een opleider die tegen kostprijs online cursussen geeft in het afsteken van vuurwerkbommen tot maximaal 200 kilogram. De beoogde stichting krijgt een ANBI-status en een onbeperkt aantal bestuursleden, als de dorpsnotaris en de Kamer van Koophandel tenminste een beetje willen meewerken.
Toen de strenge hoofdredactrice me zojuist appte over mijn re-integratie na een ziekmelding waaraan ik geen actieve herinnering heb, volgde ik net een luchtig college over ftalaat- en latexvrije paardenvoetballen van een-meter-twintig van een buurmeisje (slechts negenentachtig euro; koopje!). Dergelijke paardenspeeltjes moeten knalvrij zijn, want anders kan het paard erg schrikken als er een lek ontstaat. Bij doorboring (met paardenbek of hoefnagel) mag de paardenvoetbal dus niet knallen. De bedoeling is dat hij langzaam leegloopt en daarbij zo min mogelijk geluid maakt. Nuttige weetjes voor wie denkt zich na het eten van bonen of spruiten in de paardenstal ongegeneerd te kunnen laten gaan. U kunt zomaar door vertrapping omkomen tussen de allergenen op de vers opgestrooide stalvloer: paarden zijn van nature nogal schrikachtig en horen weinig verschil tussen knallen met ballen en uw scheurende deflatie. Eigenlijk zou elk paard waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld moeten worden uitgerust met muilkorf en pluchen veiligheidsschoeisel (of preventief worden ontdaan van de benen). En oordoppen. In welke richtlijnen dat allemaal zou moeten staat heb ik nog niet achterhaald, maar het is interessante materie (welks bestudering zich slecht verdraagt met appende hoofd- en/of eindredacteuren).
Vreemd genoeg achten collega-veiligheidsconiferen die zich met beesten bezighouden het paard ondanks zijn talloze nadelen en gebrekkige normvastheid nog steeds geschikt als vervoer- en arbeidsmiddel voor handhavende diensten. Ook buiten het Verenigd Koninkrijk, waar het vasthouden aan volkomen achterhaalde tradities het al eeuwen wint van het gezonde verstand. In het gemenebest staakten de gevangenen zelfs voor hun recht om marmite op hun brood* te blijven smeren (*dat was niet louter ter behoud van Brits cultureel erfgoed, Flip! Red.).
Het buurmeisje van het paardenvoetbal is de zestien al gepasseerd en nog steeds volkomen bezeten door het paard. Ze moet daarom – ondanks haar aardige verschijning – als verloren worden beschouwd voor de huwelijksmarkt. Brieven onder nummer kunnen worden gericht aan haar paard Rocco fan it Keningsfjild, al vrees ik dat de Friese stamboekhengst zich liever zelf laat bepotelen door de amazone dan haar te delen met een minnaar met minder indrukwekkende geslachtskenmerken. Nou, voor ik me helemaal in de nesten van het redactiestatuut werk even terug naar de veiligheidskundige kern van mijn betoog.

Kernthema 2; paardenvoetbal. Ik vraag me af of het nodig is om een van nature schrikachtig beest bloot te stellen aan – of all things – voetbal. Op de gemiddelde manege is er al genoeg voorhanden om het stressniveau onder paarden op peil te houden (denk aan piepende banden van te dikke 4WD’s met trekhaak (voor de paardentrailer), krijsende kinderen en hun geparfumeerde moeders in trendy sportswear en normaal alcoholisch horecagedruis). Het is niet nodig om daar nog een extra dynamisch element aan toe te voegen in de vorm van een felgekleurde bal met een diameter van minstens een meter.
Voor de pony’s mag het overigens iets kleiner omdat ze er anders niet overheen hunnen kijken, maar niet té klein want dan gaan ze erop staan en dat is een verboden circusact. Opgehitst door een meisje op je rug dat zich wél laat meeslepen door sportieve aandrift kun je lelijk op je muil gaan, zo kan ik me herinneren (al vermoed ik dat mijn persoonlijke ervaringen met hitsige meisjes hier net zo weinig gewicht in de schaal leggen als op de werkvloer). Respect voor het paard. Het gebeuren op de manege is geen Carbage Run waar de materialen en de partners na intensief gebruik mogen worden verschrot of uitgeruild op Feesboek. Paard, pony en mens zouden in elk geval hun natuurlijke zelf moeten blijven. Helaas conflicteren daarvoor menigmaal de randvoorwaarden net iets te veel.
Dat lijkt me het moment waar alles bijeenkomt: de veiligheidsconifeer komt tot zijn recht waar valse pony’s, Range Rovers, Carbage- refo-containers met ondeugdelijke stuurinrichtingen, witte recreatietanks en paardenmeisjes zich opeenstapelen. Waar randvoorwaarden botsen glorieert de veiligheidsprofessional: hij kan schitteren in deskundige beschouwing.
De tip van Flip: volg uw studieobjecten met gepaste professionele distantie.
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
Adviseur veiligheid en gezondheid
Arbo & Preventie Coördinator