Eugénie, Oeps en Nearmiss werken aan een betere wereld
| Flip de Reede | Flip

Eindejaarsbespiegelingen dringen zich op, krachtig aangezet door stagiaire Eugénie en twee nieuwe redactiekatten, Oeps en Nearmiss. Oeps heeft Nearmiss zojuist op haar arrogante tuitmuiltje geslagen maar nu zijn ze eendrachtig bezig met de staredown van een pissebed. Net als in de mensenwereld verbindt niets zo goed als een gemeenschappelijke vijand. De potentiële agressor in kwestie bevindt zich in de pantry, daar waar ook het kattenvoer staat, wat uiteraard van belang is bij de risk assessment.
Het ontbreekt Oeps en Nearmiss aan inzicht in de bedoelingen van de ongenode derde, die na wat experimentele klappen met de klauw nu rondjes draait op het laminaat. Het wezen heeft geen haar en de kop vertoont een frappante gelijkenis met de kont, wat natuurlijk zeer verdacht is. Wat afwijkt van de norm wordt met argwaan benaderd. Door Oeps en Nearmiss, door veiligheidsprofessionals en door mensen in het algemeen.
Met ‘veiligheidsprofessionals’ doel ik in deze vooral op de securityspecialisten, die in veiligheidsland de laatste tijd voor enorme begripsverwarring aan het zorgen zijn. De Act of God en het normale goedbedoelde gekluns staan de laatste tijd nogal in de schaduw van de moedwillig door mensen voor andere mensen gemaakte risico’s, zoals die van oorlog, geweld en onderdrukking. Ook in Nederland ontzeggen we vluchtelingen de vervulling van hun meest elementaire noden en ASML blijkt dual-use machineonderdelen te hebben geleverd aan een Chinees bedrijf dat wapentuig levert. Dat is niet humaan respectievelijk niet netjes, al meldt de glossy brochure van de betreffende Chinese onderneming luchtigjes dat ze het Chinese regime plegen te ontzorgen (bij elke nucleaire of conventionele dreiging).
De ware veiligheidskundige, de operationele ploeteraar die zich met zijn vinklijstjes ophoudt tussen de laatsten der werkenden, is goedaardig van inborst en niet tot geweld geneigd, zeker niet jegens wezens die voor en achter en links en rechts niet uit elkaar kunnen houden. Die verdienen louter begrip en af en toe een opbeurend woord, vooral nadat ze voor de zoveelste keer rechtsaf van het laadperron zijn gestuiterd terwijl de pallet met kerstpakketten linksaf naar PZ had gemoeten. Shit happens.
Een hoofd dat op het eerste gezicht veel wegheeft van een achtereind komt ook in de mensenwereld voor en het triggert het instinctmatige gedrag. Het delen van bepaalde kosmetische kenmerken draagt sterk bij aan groepsvorming en het is dus niet toevallig dat er hechte groepen zijn waarvan de leden allemaal met de kont naar de samenleving lijken te staan, terwijl ze er zelf van overtuigd zijn de wereld een vriendelijk en open gezicht te tonen.
In Duitsland heeft kop-en-kontverwarring geleid tot het schimpwoord ‘Arschloch’ of kortweg ‘Arsch’ ter aanduiding van de ander die, vaak geheel onwetend en onbedoeld, de wereld zijn of haar ware aangezicht toont. Wie daarentegen de wereld met voorbedachten rade zijn of haar achterste toont (zoals in het voetbalstadion en op menige werkvloer) is aan het ‘moonen’. Moonen op de werkvloer levert werk op voor de vertrouwenspersoon, voor de ware veiligheidsconifeer en voor de stagiair-socioloog die de cijfers in het sociaal jaar verslag moet verwerken (moonen en flashen behoren tot de ‘onschuldiger’ vormen van seksuele intimidatie, al moest ónze stagiaire, een universitair coronastudente* die haar studie arbeidssociologie geheel achter de laptop heeft volbracht, zich nog even inlezen). Ik ben benieuwd naar haar impactanalyse van het moonen, uiteraard vanuit beroepsmatige interesse.
*Met hun rijke randcultuur zijn universiteiten uitstekende kweekvijvers voor gedragsdeskundigen, maar tijdens de pandemie beperkten het moonen, het flashen en vele andere leerzame praktijkgebruiken uit de ontgroeningscultus zich tot de digitale communicatiemiddelen. De impact van een slecht belicht en onscherp achtereind van een dronken dispuutspraeses of introductiecommissaris op je laptopscherm is toch een tikje anders dan diens vochtige bilspleet vlak boven je bord bami met zoute drop.
Eugenie, onze arbeidssociologische stagiaire, ziet er niet uit alsof ze trek heeft in bami of de bips van een ouderejaars. Als feut zou ze ook nooit vrijwillig hebben deelgenomen aan onhygiënische ontgroeningen (en net zo min aan studentendemonstraties of aan het bezetten danwel slopen van universiteitsgebouwen). Haar mensbeeld is weloverwogen geboetseerd door gedoseerde blootstelling aan Kinderen voor kinderen, K3, roze meisjesbehang en (het meest riskante waagstuk) een poster van Harry Styles boven haar bed. Pas in haar laatste studiejaar kwam daar de Utrechtse Studenten Hockey Club (USHC) bij, waar ze in Dames 7 (5e klasse) regelmatig een punt drukte en dat soms zelfs na afloop vierde met een shotje bessenjenever. Op LinkedIn heeft ze bijna honderd volgers; een stuk meer dan ik, maar allemaal van het soort dat snel geschaad raakt door onaangekondigde bipsen in het visuele taakgebied.

Eugénie heeft de fijne ambitie om op afzienbare termijn bij te gaan dragen aan het welzijn op de werkvloer. Via persoonlijke interventie (of het samenstellen van sociale jaarverslagen, FdR) zal zij haar heil uitstorten over de werkende mens. Over de ontvankelijkheid van die werkende mens voor haar goede bedoelingen maakt ze zich nog geen zorgen, al is haar voorzichtig aangeraden eerst haar ‘corona-achterstand’ in te halen. Gewoon socialiseren; beheerst blootstellen van het mentale immuunsysteem. Dat doet ze online natuurlijk, want zover ik weet zijn gênante, persoonlijkheidsvormende real-life experiences verder alleen beschikbaar in zuipketen en televisieprogramma’s. Nadeel voor deelnemers aan persoonlijkheidsvormende realityshows is dat alle gênante scenes door tientallen robotcamera’s worden vastgelegd en dat de editor het materiaal zó uitkiest en monteert dat er een miljoenenpubliek en je moeder zoveel mogelijk aanstoot aan nemen. De moeder van Eugenie zéker. Bovendien zit je in elke promo of teaser en worden de allergenantste beelden de rest van je leven als fragment herhaald en nabesproken. Eugénie zou een dankbaar slachtoffer zijn voor de televisiemakers, die tóch al een heel eigen kijk hebben op menselijke verhoudingen en moraal.
Gelukkig ontkomt onze eigen organisatie, DVK, aan de verplichting een sociaal jaarverslag op te stellen (voor onze beursgang schrijft Speetjens Bc MSc wel iets wolligs over onze maatschappelijke impact en ons overweldigende duurzaamheidsbewustzijn). Het hoofdstuk welzijn blijft kort; collega Speetjens is – naast mijzelf – vooralsnog de enige met een neiging tot moonen en we hebben onszelf tot op heden doeltreffend uit de RI&E en de media weten te houden. Ook bij DVK zijn er vele onderwerpen die het incidentele moonen kunnen overschaduwen**.
**In RI&E-kader noemen we het verbloemen van persoonlijke mishaps zoals moonende werknemers dan ook maansverduistering. Maansverduisteringen zijn niemand aan te rekenen en dat is mooi meegenomen.
De vooruitgang (naar de betere wereld) gaat niet ontstaan vanuit onze RI&E, niet vanuit Eugénies sociaal jaarverslag en niet vanuit Oeps of Nearmiss, hoewel de laatsten hun pissebed inmiddels hebben laten gaan. The Subtle Art of Not Giving a Fuck mag voor de werkende mens als nieuw levensmotto zijn omarmd; voor Oeps en Nearmiss is het al generaties lang de basis van het samenleven. Als je natte poten krijgt omdat de gletsjers smelten moet je op schoot gaan zitten.
Peter Wennink, die van ASML en het Rapport Wennink, pleit voor fundamentele herzieningen in de organisatie van de arbeid. Frisse inzichten die weliswaar heel profijtelijk zijn voor ondernemers en voor de economie maar die – voorspelt Flip – zullen stranden in langdurig politiek geharrewar, slappe compromissen en wetenschappelijke herinterpretatie. Eugénie schrijft zonder AI-vrees of energieslurpschaamte in twee minuten een opstel dat korte metten maakt met Wenninks walhalla zonder knellende regels, zonder sociale vangnetten en met (daarom) heel veel nieuwe werklozen, met name onder sociologen en (ware) veiligheidsconiferen. Kortom; de nieuwe wereld komt te paard, de pissebed polijst zijn pantser en veiligheidsconifeer Flip zijn pen.
Over de aanstaande jaarwisseling en daarna:
Pas op dat hét laatste vuurwerk niet tevens úw laatste wordt, wees waar nodig Bob én Bock (Bewust oplettende carbidknaller), omarm de bejaarden, print uw routekaarten, uw tegeltjeswijsheden, checklisten en onze vrolijke tips en bewaar uw digitale schatten gewoon in de bananendoos bij uw noodpakket. Als u de Russen vreest, drink dan louter leidingwater dat Oeps en Nearmiss goedkeuren (of haal zelf een kat uit het asiel). Verder: geniet meer van minder en minder van meer. Doe ook eens iets níet. Houd uw drone en uw aandriften uit verboden zones, denk aan uw mentale ecosysteem en boven alles: toon de wereld uw allervriendelijkste gezicht, ook als het lijkt alsof die u haar achterste toont.
Fijn 2026, ook van Eugénie en de rest van het DVK-team.
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
Adviseur veiligheid en gezondheid
Arbo & Preventie Coördinator