Digitale competentie en het sjoemel-cv
| Flip de Reede | Flip

‘Op een natuurlijke manier praten met Gemini Live’, kopt mijn slimme telefoon terwijl ik juist even mijn zakelijke mail wil lezen (checken bedoel ik; lezen is ouderwets). Há, eindelijk, al klinkt het ook als een gebod en met de gebiedende wijs heb ik moeite. De vette pop-up is echter bedoeld als aanbeveling; als een soort luchtige instructie van één regel voor wie het nadenken zwaar valt. Vermoed ik. Want mijn telefoon is, net als mijn verloofde, van het soort dat in een heel andere werkelijkheid leeft dan ik. We begrijpen weinig van elkaar. Gelukkig zit mijn telefoon inmiddels op zo’n buitenaardse golflengte dat ik met de hand op mijn hart kan zeggen dat ik van haar nog het meeste begrijp.
Neem dat ‘op een natuurlijke manier praten’: in mijn referentiekader bestaat er geen natuurlijke manier van praten met een telefoon die zelf voortdurend spel- en stijlfouten maakt, reclame-pop-ups op zijn scherm stapelt en elke vijf minuten vraagt om beoordeling van een kennelijk geboden dienst, nog voor ik me kan realiseren met welke chatbot of agent ik nu weer in gesprek ben. Dat is vast de reden dat moderne mensen hun telefoon horizontaal voor hun hoofd houden met het volume op twaalf. Dan zien ze ook beter waar ze rijden.

Jeugdigen (en mijn betere helft, die gelukkig een stuk jeugdiger is dan ik) zijn op smartphonegebied competenter dan ik. Zij leven in een wereld waarin het oordeel sneller is dan de waarneming. Het dubbelklikt, twittert, duimelt en swipet links en rechts, sneller dan mijn oog kan volgen. Na die pijlsnelle microgymnastiek weet de moderne mens ook nog wat hij heeft gedaan en rest er in zijn hoofd een serie meningen die desgewenst in woord en gebaar kunnen worden omgezet. Meestal is dat niet nodig. Soms probeer ik een gecommuniceerd ‘feit’ aan de werkelijkheid te toetsen maar ook daar is zelden belangstelling voor, want het leven wacht op niemand. De Spelen ook niet en we (de helft van de bevolking) moeten ons tussendoor ook nog verlustigen aan de billen van Jutta*.
(* Flip heeft beloofd zich Christelijk te gedragen op deze Witte Donderdag. De redactie bewaart afstand, red.)
Ook de muis in het UMCG wachtte op niemand, maar andersom wachten er nu een heleboel patiënten op haar. Ik vermoed dat er een lollige collega-veiligheidsconifeer in het lab een proefdier heeft helpen ontsnappen. Of het was het speelkameraadje van een patiëntje op de kinderafdeling, naar binnen gesmokkeld tijdens het bezoekuur. Of een evacuee uit de eindelijk verwijderde corona-units die al iets te lang door het personeel werd getrakteerd op roze koeken en sigarettenpeuken. De tot dakloze gemaakte vertegenwoordigers der stedelijke rodentia werden aldus gedwongen zich intramuraal te spijzen. Ik bedoel: als er in en onder de rookhokken niets meer te vreten valt, dan vervoegen de hongerige beesten zich vanzelf in de dagverblijven van de afdeling neonatologie, waar ze zich compleet roze of blauw kunnen kauwen. Dat er niets bij gerookt mag worden is voor een knaagdier geen showstopper.

Feiten zijn relicten van vroeger. Ze hebben hun tijd gehad sinds de moderne mens digitaal competent is en alles altijd probleemloos functioneert (–). Digitale competentie is de vaardigheid om op grond van minimale informatie een maximale output te genereren. Het maakt niet uit waarover of in welke vorm van beroepsuitoefening, of je nu muizen vangt in prefab-corona-units of asbest uit kinetisch zand zit te zeven. Alles wordt split-second geanalyseerd, niks is six-seven (opmerkelijk dat juist deze niksige twijfelkreet zo populair is) en meteen is de koers óf links óf rechts. Alles of niets. Dat er een staatssecretaris moet aftreden op grond van een alternatief feit in haar cv is vast de schuld van een kwaadaardige boomer die drie keer zo lang over zijn studie mocht doen en toch maar half zo knap werd; iemand die alle tijd had om feiten te checken die er niet toe doen en titels te vergaren die aan de digitalisering zijn ontsnapt. Waar ik zelf ben schoolgegaan is ook hevig onduidelijk sinds alle instituten zijn kapotgefuseerd, opgeheven en afgebrand. Hoe competent ik ben is helaas niet meer vast te stellen, bovendien razen mijn mentale prestaties sneller achteruit dan Jutta vooruit.
Wie van de drie?

‘Willen de leden van de jury de bordjes op de knieën nemen?’ sprak quizmaster Herman Emmink in de jaren ’70 tegen de BN-kandidaten die moesten raden wie van de drie bevraagden de echte rattenvanger, ijsbeeldhouwer of spookhuisexploitant was. Er is zelfs een aflevering waarin men moest raden wie van de kandidaten de ware veiligheidsexpert was. De unaniem aangewezen kandidaat bleek in werkelijkheid geitenfokker, de andere valse veiligheidskundige was hypnotiseur. Een openbaring die Albert Mol (het leukste panellid) een welgemeend ‘ach gut’ ontlokte. De echte veiligheidskundige mocht volgens de spelregels alleen waarachtige antwoorden geven op de strategische vragen van het panel, de anderen fabuleerden er ongecontroleerd op los en mochten driehonderd gulden mee naar huis nemen als het complete panel tot een onjuiste keuze kwam.
Wikipedia was er nog lang niet. Zelfs de drager van alles dat de mensheid aan denkwerk had voortgebracht, het internet, moest nog ontstaan. Er was geen digitale sleutelcompetentie die raakte aan ieder vakgebied en de professional maakt of breekt. Men las de krant, luisterde naar de radio en keek tv. Een enkeling had een encyclopedie bijeen getankt of deel een gratis gekregen bij het lidmaatschap van het boekenpostorderbedrijf dat zich 'club' noemde. De oplage van deel 1 was astronomisch. De kennis hield bij de meeste inschrijvers op bij de letter B. Of men was lid van de bibliotheek, het instituut dat inmiddels is verworden tot hangplek voor mensen met een aanvullende gebruiksaanwijzing. Vanuit deze klassieke bronnen en het lokale leven had men zijn ideeën opgebouwd over het uiterlijk, de werkzaamheden en de competenties van slangenmelkers, ministers en veiligheidskundigen. Dat werd aangetoond dat die zelden bleken te kloppen zie ik als verdienste van Wie van de drie: het was een frivole poging de kijker te confronteren met zijn vooroordelen.

Diploma’s, certificaten en de hele verzameling feiten uit de wereldgeschiedenis bestonden op papier (echter niet alles in deel 1 van de encyclopedie), perkament of kleitabletten of kon later worden afgeleid uit een teruggevonden paardenbot of een stenen bordspel (handig in de knapzak). Jammer dat de spelregels van het spel in het heden door kunstmatige intelligentie moeten worden achterhaald bij gebrek aan een fatsoenlijke handleiding in spijkerschrift. Nog jammerder dat de hedendaagse wetenschappers geen idee lijken te hebben hoe AI dat flikt aan de hand van slechts een paar foto’s van lukrake krassen. Hetzelfde kunstbrein schrijft er meteen een proefschrift bij. In plaats van het verrichten van degelijk onderzoek zitten de promovendi neolithisch Flintstone-Yahtzeënd de wetenschapsbudgetten te verbrassen. Willen Joris en Lotte er nog een nootje bij tijdens de aanloop naar hun promotie?

Of het ‘ach gut’ van Albert Mol was ingegeven door de geiten, de valse geitenfokker of de sneuheid van de veiligheidsdeskundige kan alleen AI nog achterhalen; zo ver zijn we al gekomen. Degene die veertig jaar na dato óók nog weet uit te pluizen hoe AI dat voor elkaar bokst krijgt een gratis oppositiebestendig sjoemel-cv en een karrevracht ervaringscertificaten voor in de zorg, waar ook door veiligheidsconiferen nog iets nuttigs gedaan kan worden (waar had ik de Lecanemab nou gelaten?). Verder bewijst de functionaris zich in de praktijk. Want wie werkelijk iets presteert heeft helemaal geen cv, LinkedIn-leuterverhaal, titel of reanimatiecertificaat nodig. Die handelt naar bevind van zaken, zoals dat eeuwenlang de gewoonte was. Zalig Pasen.
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
Adviseur veiligheid en gezondheid
Arbo & Preventie Coördinator