Column Flip: Verwarde feestdagen
| Flip de Reede | Flip
De chocoladeflikken van Sint Sjef waren een doorslaand succes, maar een pallet vol betekent wel dat we ze nog tot in juni terug zullen vinden op morsige schoteltjes, in plantenbakken en achter de radiatoren. Dat krijg je als je mensen als Scheurwater hun gang laat gaan. Sjef is penningmeester van de Rotary, en de plaatselijke banketbakker doet het secretariaat. De zakelijke relaties zijn dus weer geborgd. Bovendien kan Scheurwater in de uren die hij aan bijzaken als Sinterklaas besteedt geen nieuw beleid uitzetten. Ik investeer graag in preventie.
Ik ben bezig met het ordenen van mijn administratie, een eindejaarsritueel dat ik niet van nature in me heb, maar dat mij in de loop der jaren is opgedrongen door auditors en superieuren, vooral door degenen die inmiddels ten prooi zijn gevallen aan hun eigen orde. Tegenwerpingen mijnerzijds halen weinig uit. Mijn voornaamste argument is dat ik beschik over persoonsgegevens van collega’s in de vorm van hun klachten en kwalen, ongevalsnotities met verboden passages en inzetbaarheidsmatrices met verboden kantlijncommentaren. Eenmaal geordend ben ik volgens de Autoriteit Persoonsgegevens in overtreding. Ze vallen dan onder de definitie van een ‘bestand’; zie de AVG. Ik houd het dus graag bij een bananendoos met losse notities waar een ander de weg niet in kan vinden, terwijl het sterk bijdraagt aan mijn onmisbaarheid. De grote gaten in mijn bananendoos zorgen ervoor dat hij nooit vol raakt. Het sluit allemaal naadloos aan bij mijn slordige en creatieve natuur. HR heeft echter niets met het uitnutten van reeds beschikbare capaciteiten, maar wringt de werkende mens het liefste in de vanuit hun organisatiedrift heilig verklaarde, ijzeren structuur.
Dat moet ík eens proberen: de mens aanpassen aan onze arbeidsmiddelen. Ik zou de Arbowet overtreden als ik een linkshandige medewerker verplicht een rechtshandige plaatschaar te gebruiken. De inzichten zijn wel veranderd. Toen ik op de lagere school moest leren schrijven werden linkshandigen nog hard- en rechtshandig ontmoedigd door de meester. Als de kroontjespen in al zijn ingebouwde rechtshandigheid nog onvoldoende verzet bood (want die stak zich bij tegendraadse beweging onherroepelijk vast in je schrift) sloeg de leerkracht hem met zijn houten liniaal wel uit je linkerknuistje. Er zijn nog steeds ouderen die op hun linkerhand gaan zitten als ze iets opschrijven, ook al hebben we tegenwoordig ballpoints.
Tijden zijn veranderd. Als het bureau 71 cm hoog is en niet kan worden versteld krijg ik mot, zelfs als die hoogte precies aansluit bij de onderuitgezakte referendaris erachter. Of als ik verlang dat Marije van de OR een polyester signaalhesje aantrekt bij de BHV-oefening. Haar huid schijnt alleen natuurwol, jute en hennep te velen. In aardkleuren. Ik durf me geen voorstelling te maken van haar allergische reacties (ik heb haar moeten schrappen als BHV’er, want schapenwollen signaalhesjes heb ik niet kunnen vinden). En berg je maar als De Knijt met zijn twee meter gebukt moet lopen achter een te kort steekwagentje. Maar gelukkig maakt hij dat arbeidsmiddel de laatste tijd voortdurend zoek en dat is in elk geval niet mijn schuld.
De Knijt. Ik heb hem laatst uit het magazijn moeten halen, nadat hij aan Balie-Bertus had gemeld dat hij absoluut loodmenie moest hebben. Dat was hoog opgelopen toen Bertus met milieuvriendelijke primer aan was gekomen en had uitgelegd waarom we al jaren geen loodmenie meer hadden. Net als het asbestkoord en de chloorrubberverf verbannen; geen VIB van, niet meer leverbaar via de groothandel (wat niets wil zeggen, want Scheurwater heeft zo zijn kanalen). Hartstikke verboden; geen pardon. Van die chloorrubberverf weet iedereen nog (behalve De Knijt), want ons halve laadperron is al jaren machinegroen dankzij de afvoerpoging via een wat lompe Oost-Europese chauffeur. Ik heb het geloof ik al eens beschreven, inclusief Lonnekes aandeel in die misser.
Maar De Knijt was niet tot rede te brengen geweest, vloekte en tierde dat het een aard had en trok Bertus over zijn balie. Op de muur van het magazijn zit nu een enorme flats milieuvriendelijke oranje primer, precies tussen de twee gaten die Herrie er met zijn heftruck in heeft geprikt. Gelukkig was nog niemand toegekomen aan de Alabastine, dus het totaalherstel kan nu in één moeite door. Mo is klaar met de herverankering van onze zwevende plafonds en het nieuwe klusje lijkt sterk op het Turkse kleien aan viaducten waar Erdal en hij zich in hebben bekwaamd, dus dat komt weer dik in orde.
Bertus werd door De Knijt zó ongenadig afgerost dat hij geen andere uitweg zag dan het activeren van het brandalarm. Gelukkig hebben we geen directe doormelding meer naar de brandweer en ook geen automatische GPI aan de sprinklerinstallatie. Op het alarm reageren sowieso alleen nieuwkomers, externen en ik, want als Hoofd BHV ben ik ook de beheerder van alle repressiesystemen. Uit de lasserij klinken boven het geloei uit de normale oerwoudgeluiden en gebruikelijke kreten als ‘wat een nahrighèèèd’; een teken dat er niets aan de hand is. Deuren worden netjes gesloten, want de slow-whoop-signaalgevers hangen vooral in de verkeersruimten; op de gangen dus. Vinkje op mijn checklist; prima in orde. Met de deur dicht heb je minder last van de herrie bij het telefoneren, want dat gaat natuurlijk gewoon door. Geen vinkje vanwege dat bellen en het volgen van de stay-in-place policy die we niet geacht worden na te leven. Er moet wat te verbeteren blijven in 2020.
Maar dat is niet waar mijn acute aandacht naar uitging bij het handgemeen tussen De Knijt en Balie-Bertus. Ik kwam mijn slaaphok uit met mijn BHV-band om de bovenarm (die had ik net weer teruggevonden in mijn bananendoos), op weg naar de brandmeldcentrale om te kijken welke melder nu weer het alarm had geactiveerd. Dat bleek dus de handmelder in het magazijn, natuurlijk helemaal aan de andere kant van ons tamelijk onoverzichtelijke gebouw. Ik moet eens een fiets hebben. Of net als Diesel-Tinus een scootmobiel, met verbandtrommel, tissue-dispenser en megafoon voor de noodcommunicatie. Misschien kunnen we dat eens bij Tinus neerleggen. Als hij de trekhaak mag overzetten van zijn eigen scootmobiel is hij als preventiemedewerker vást bereid een sneller exemplaar van de baas te accepteren. Mét zwaailicht, net als Herrie heeft op zijn heftruck. Alleen voorkomt dat geen gaten in de muur.
Balie-Bertus liet zich gretig verzorgen door Lonneke. Ik zei nog dat ze geen nieuwe spijkerbroek hoefde te declareren, want ze had haar gescheurde doorkijkmodel weer aan, maar dat rafelige geheel bleek in de uitverkoop nog steeds 169 euro te hebben gekost. Bertus kon er zelfs om lachen, terwijl hij onmatig door bleef bloeden met zijn hoofd op haar dijen. Intussen zat ik met De Knijt, die nog niet klaar was met het afscheiden van godslasteringen.
Ik ben er wel achter dat decorumverlies, driftbuien en onredelijkheid allemaal aspecifieke symptomen zijn van dementie. Net als zijn ontkenning van wat zijn directe collega’s al lang duidelijk is. De Knijt was de afgelopen weken al enige malen verdwaald geraakt en een keer op zaterdag op het werk verschenen. Hij had toen vanuit de snackbar gebeld (De Knijt heeft immers geen mobiel) om te vragen hoe het kon dat de deur om half acht nóg op slot zat. Lonneke had bereikbaarheidsdienst, voor de noodgevallen waarvoor Ons Bedrijf een niet geheel overbodige 24/7 doorschakelvoorziening handhaaft. Verder had De Knijt een 24-voltsrelais opgeblazen door er 230 volt op te zetten (gered door een rookmelder) en zijn saucijzenbroodje laten verbranden op het verwarmingsplaatje voor machinelagers (gelukkig net geen brandalarm, want er valt al bijna niet meer te bellen hier). En zijn steekwagentje blijft maar zoekraken.
Zorgen over De Knijt dus, zorgen die al een tijdje krachtig door mij werden gedeeld. De Knijt, gezeten in mijn stoel (want die heb ik vanwege een ontbrekend zwenkwiel omgewisseld met de gastenstoel), heeft zich een uur zitten verdedigen tot hij uiteindelijk in tranen had toegegeven dat het de laatste tijd niet helemaal goed ging. Vluchtgedrag en een veel te milde voorstelling van de werkelijkheid: hij werd wat vergeetachtig, maar het zou wel weer bijtrekken.
Ik deel zijn overtuiging op dat punt niet, dus ik heb met hem afgesproken dat hij contact met me houdt. En dat ik tegen niemand iets zal zeggen, als hij maar belooft dat hij zich nog dit jaar bij de bedrijfsarts meldt (wat krap wordt, besef ik nu). Ik kan hem er formeel niet toe verplichten, maar zoals het nu gaat kan het niet langer. Eerst de Kerst maar eens zien te overleven, als het even kan zonder brandalarm of handgemeen. De Knijt is vrijgezel en woont moederziel alleen, dus ik ben er helemaal niet gerust op. Thuis leg ik wel uit waarom ik even weg zal moeten, maar ik ga hem opzoeken. Dat zou ik zelf waarschijnlijk ook waarderen als ik de weg kwijt was, hoewel alleen anderen zich daar een voorstelling van kunnen maken. Of al hebben gemaakt.
Scheurwater wil dat ik onze Just Culture er nog voor de jaarwisseling doorheen forceer, maar ik heb hem naar de OR doorverwezen. Marije is namelijk ook allergisch voor uitrollen en implementeren en zij geniet wél ontslagbescherming. Ik heb het namelijk even gehad met zijn drammerige oprispingen van leiderschap. De pot op. Hersenschudding of niet, hij zoekt maar wat anders voor zijn nieuwjaarstoespraak. Van halal-kniepertjes, koosjere spekdikken en een fijne gratificatie worden we beduidend gelukkiger, onze minderheden incluis. Ik vrees dat het bij droge worst en chocoladeflikken blijft, want daar puilt het magazijn nog van uit.
Goede jaarwisseling en onthoud: áltijd kráchtig van u af zeiken, vooral bij tegenwind.
Flip de Reede
Ik ben bezig met het ordenen van mijn administratie, een eindejaarsritueel dat ik niet van nature in me heb, maar dat mij in de loop der jaren is opgedrongen door auditors en superieuren, vooral door degenen die inmiddels ten prooi zijn gevallen aan hun eigen orde. Tegenwerpingen mijnerzijds halen weinig uit. Mijn voornaamste argument is dat ik beschik over persoonsgegevens van collega’s in de vorm van hun klachten en kwalen, ongevalsnotities met verboden passages en inzetbaarheidsmatrices met verboden kantlijncommentaren. Eenmaal geordend ben ik volgens de Autoriteit Persoonsgegevens in overtreding. Ze vallen dan onder de definitie van een ‘bestand’; zie de AVG. Ik houd het dus graag bij een bananendoos met losse notities waar een ander de weg niet in kan vinden, terwijl het sterk bijdraagt aan mijn onmisbaarheid. De grote gaten in mijn bananendoos zorgen ervoor dat hij nooit vol raakt. Het sluit allemaal naadloos aan bij mijn slordige en creatieve natuur. HR heeft echter niets met het uitnutten van reeds beschikbare capaciteiten, maar wringt de werkende mens het liefste in de vanuit hun organisatiedrift heilig verklaarde, ijzeren structuur. Dat moet ík eens proberen: de mens aanpassen aan onze arbeidsmiddelen. Ik zou de Arbowet overtreden als ik een linkshandige medewerker verplicht een rechtshandige plaatschaar te gebruiken. De inzichten zijn wel veranderd. Toen ik op de lagere school moest leren schrijven werden linkshandigen nog hard- en rechtshandig ontmoedigd door de meester. Als de kroontjespen in al zijn ingebouwde rechtshandigheid nog onvoldoende verzet bood (want die stak zich bij tegendraadse beweging onherroepelijk vast in je schrift) sloeg de leerkracht hem met zijn houten liniaal wel uit je linkerknuistje. Er zijn nog steeds ouderen die op hun linkerhand gaan zitten als ze iets opschrijven, ook al hebben we tegenwoordig ballpoints.
Tijden zijn veranderd. Als het bureau 71 cm hoog is en niet kan worden versteld krijg ik mot, zelfs als die hoogte precies aansluit bij de onderuitgezakte referendaris erachter. Of als ik verlang dat Marije van de OR een polyester signaalhesje aantrekt bij de BHV-oefening. Haar huid schijnt alleen natuurwol, jute en hennep te velen. In aardkleuren. Ik durf me geen voorstelling te maken van haar allergische reacties (ik heb haar moeten schrappen als BHV’er, want schapenwollen signaalhesjes heb ik niet kunnen vinden). En berg je maar als De Knijt met zijn twee meter gebukt moet lopen achter een te kort steekwagentje. Maar gelukkig maakt hij dat arbeidsmiddel de laatste tijd voortdurend zoek en dat is in elk geval niet mijn schuld.
De Knijt. Ik heb hem laatst uit het magazijn moeten halen, nadat hij aan Balie-Bertus had gemeld dat hij absoluut loodmenie moest hebben. Dat was hoog opgelopen toen Bertus met milieuvriendelijke primer aan was gekomen en had uitgelegd waarom we al jaren geen loodmenie meer hadden. Net als het asbestkoord en de chloorrubberverf verbannen; geen VIB van, niet meer leverbaar via de groothandel (wat niets wil zeggen, want Scheurwater heeft zo zijn kanalen). Hartstikke verboden; geen pardon. Van die chloorrubberverf weet iedereen nog (behalve De Knijt), want ons halve laadperron is al jaren machinegroen dankzij de afvoerpoging via een wat lompe Oost-Europese chauffeur. Ik heb het geloof ik al eens beschreven, inclusief Lonnekes aandeel in die misser. Maar De Knijt was niet tot rede te brengen geweest, vloekte en tierde dat het een aard had en trok Bertus over zijn balie. Op de muur van het magazijn zit nu een enorme flats milieuvriendelijke oranje primer, precies tussen de twee gaten die Herrie er met zijn heftruck in heeft geprikt. Gelukkig was nog niemand toegekomen aan de Alabastine, dus het totaalherstel kan nu in één moeite door. Mo is klaar met de herverankering van onze zwevende plafonds en het nieuwe klusje lijkt sterk op het Turkse kleien aan viaducten waar Erdal en hij zich in hebben bekwaamd, dus dat komt weer dik in orde.
Bertus werd door De Knijt zó ongenadig afgerost dat hij geen andere uitweg zag dan het activeren van het brandalarm. Gelukkig hebben we geen directe doormelding meer naar de brandweer en ook geen automatische GPI aan de sprinklerinstallatie. Op het alarm reageren sowieso alleen nieuwkomers, externen en ik, want als Hoofd BHV ben ik ook de beheerder van alle repressiesystemen. Uit de lasserij klinken boven het geloei uit de normale oerwoudgeluiden en gebruikelijke kreten als ‘wat een nahrighèèèd’; een teken dat er niets aan de hand is. Deuren worden netjes gesloten, want de slow-whoop-signaalgevers hangen vooral in de verkeersruimten; op de gangen dus. Vinkje op mijn checklist; prima in orde. Met de deur dicht heb je minder last van de herrie bij het telefoneren, want dat gaat natuurlijk gewoon door. Geen vinkje vanwege dat bellen en het volgen van de stay-in-place policy die we niet geacht worden na te leven. Er moet wat te verbeteren blijven in 2020.
Maar dat is niet waar mijn acute aandacht naar uitging bij het handgemeen tussen De Knijt en Balie-Bertus. Ik kwam mijn slaaphok uit met mijn BHV-band om de bovenarm (die had ik net weer teruggevonden in mijn bananendoos), op weg naar de brandmeldcentrale om te kijken welke melder nu weer het alarm had geactiveerd. Dat bleek dus de handmelder in het magazijn, natuurlijk helemaal aan de andere kant van ons tamelijk onoverzichtelijke gebouw. Ik moet eens een fiets hebben. Of net als Diesel-Tinus een scootmobiel, met verbandtrommel, tissue-dispenser en megafoon voor de noodcommunicatie. Misschien kunnen we dat eens bij Tinus neerleggen. Als hij de trekhaak mag overzetten van zijn eigen scootmobiel is hij als preventiemedewerker vást bereid een sneller exemplaar van de baas te accepteren. Mét zwaailicht, net als Herrie heeft op zijn heftruck. Alleen voorkomt dat geen gaten in de muur.Balie-Bertus liet zich gretig verzorgen door Lonneke. Ik zei nog dat ze geen nieuwe spijkerbroek hoefde te declareren, want ze had haar gescheurde doorkijkmodel weer aan, maar dat rafelige geheel bleek in de uitverkoop nog steeds 169 euro te hebben gekost. Bertus kon er zelfs om lachen, terwijl hij onmatig door bleef bloeden met zijn hoofd op haar dijen. Intussen zat ik met De Knijt, die nog niet klaar was met het afscheiden van godslasteringen.
Ik ben er wel achter dat decorumverlies, driftbuien en onredelijkheid allemaal aspecifieke symptomen zijn van dementie. Net als zijn ontkenning van wat zijn directe collega’s al lang duidelijk is. De Knijt was de afgelopen weken al enige malen verdwaald geraakt en een keer op zaterdag op het werk verschenen. Hij had toen vanuit de snackbar gebeld (De Knijt heeft immers geen mobiel) om te vragen hoe het kon dat de deur om half acht nóg op slot zat. Lonneke had bereikbaarheidsdienst, voor de noodgevallen waarvoor Ons Bedrijf een niet geheel overbodige 24/7 doorschakelvoorziening handhaaft. Verder had De Knijt een 24-voltsrelais opgeblazen door er 230 volt op te zetten (gered door een rookmelder) en zijn saucijzenbroodje laten verbranden op het verwarmingsplaatje voor machinelagers (gelukkig net geen brandalarm, want er valt al bijna niet meer te bellen hier). En zijn steekwagentje blijft maar zoekraken.
Zorgen over De Knijt dus, zorgen die al een tijdje krachtig door mij werden gedeeld. De Knijt, gezeten in mijn stoel (want die heb ik vanwege een ontbrekend zwenkwiel omgewisseld met de gastenstoel), heeft zich een uur zitten verdedigen tot hij uiteindelijk in tranen had toegegeven dat het de laatste tijd niet helemaal goed ging. Vluchtgedrag en een veel te milde voorstelling van de werkelijkheid: hij werd wat vergeetachtig, maar het zou wel weer bijtrekken.
Ik deel zijn overtuiging op dat punt niet, dus ik heb met hem afgesproken dat hij contact met me houdt. En dat ik tegen niemand iets zal zeggen, als hij maar belooft dat hij zich nog dit jaar bij de bedrijfsarts meldt (wat krap wordt, besef ik nu). Ik kan hem er formeel niet toe verplichten, maar zoals het nu gaat kan het niet langer. Eerst de Kerst maar eens zien te overleven, als het even kan zonder brandalarm of handgemeen. De Knijt is vrijgezel en woont moederziel alleen, dus ik ben er helemaal niet gerust op. Thuis leg ik wel uit waarom ik even weg zal moeten, maar ik ga hem opzoeken. Dat zou ik zelf waarschijnlijk ook waarderen als ik de weg kwijt was, hoewel alleen anderen zich daar een voorstelling van kunnen maken. Of al hebben gemaakt.
Scheurwater wil dat ik onze Just Culture er nog voor de jaarwisseling doorheen forceer, maar ik heb hem naar de OR doorverwezen. Marije is namelijk ook allergisch voor uitrollen en implementeren en zij geniet wél ontslagbescherming. Ik heb het namelijk even gehad met zijn drammerige oprispingen van leiderschap. De pot op. Hersenschudding of niet, hij zoekt maar wat anders voor zijn nieuwjaarstoespraak. Van halal-kniepertjes, koosjere spekdikken en een fijne gratificatie worden we beduidend gelukkiger, onze minderheden incluis. Ik vrees dat het bij droge worst en chocoladeflikken blijft, want daar puilt het magazijn nog van uit. Goede jaarwisseling en onthoud: áltijd kráchtig van u af zeiken, vooral bij tegenwind.
Flip de Reede
Agenda
Vacatures
Process Safety Engineer (full-time)
HBO | Randstad, West
Adviseur veiligheid en gezondheid
HBO | Midden
Arbo & Preventie Coördinator
HBO, MBO | Oost
SHE Specialist | Safety, Health, Environmental | Food
HBO, MBO | West