VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Marc Ettema, Marketing Manager en ‘sluimerend’ MVK

Marc Ettema MVK Marc Ettema heeft zich twintig jaar met hart en ziel gewijd aan veiligheidstechniek en raakt er nauwelijks over uitgepraat. Een van zijn vele taken betrof de deelname aan de normcommissie adembescherming, een taak die kennis, diplomatie en geduld vergt. Marc’s stokpaard is de norm.

Biografie
Ettema (geb. 1964) is na het VWO naar de Hogere zeevaartschool gegaan en vervulde zijn jongensdroom: varen op zeesleepboten. Hij is stuurman en kapitein geweest tot hij een baan aan de wal vond, in de veiligheidstechniek. Hij kwam terecht in de verkoop, specialiseerde zich onder andere in de adembescherming, behaalde zijn NIMA A, -B en -C en ontwikkelde zich verder in marketing en communicatie bij Dräger Nederland. Van accountmanager werd hij Product Manager, Sales Manager, Marketing Manager en Hoofd Marketing. De opleiding tot Middelbaar Veiligheidskundige deed hij (pas) in 2012. Op zijn LinkedIn-pagina meldt hij ‘beschikbaar’ te zijn.


Marc, waarom die MVK-opleiding in een periode dat je Marketing Manager was?
Ettema: “Omdat ik over dezelfde kennis wilde beschikken als ‘de andere kant’, onze klanten en de gesprekspartners in de normcommissie adembescherming. Ik was geïnteresseerd in de Arbowet, een kaderwet die algemene eisen stelt aan werkgevers en werknemers en net flink in revisie was geweest; van de ‘middelvoorschriften’ naar de ‘doelvoerschriften’. Diezelfde tendens zag ik in de nieuwe norm voor adembescherming. Ook die stelt de mens centraal en richt zich er veel minder op hoe PBM’s precies zijn opgebouwd: het gaat om de effectiviteit van het middel, de prestatie-eisen en hoe je dat controleert.”

Heb je wat gehad aan de opleiding MVK?
Ettema: “Zeker, en ik had het al jaren eerder moeten doen. Het stond eigenlijk al sinds 2005 op mijn verlanglijstje. Natuurlijk was ik van adembescherming, gasdetectie en al die andere productgroepen en diensten van Dräger al goed op de hoogte, maar veiligheidskunde is veel breder. Het is de brede basis die je naast je gezond boerenverstand nodig hebt. De valkuil voor een specialist in adembescherming is dat hij je exact het juiste masker voorschrijft, maar dat hij vergeet dat je ook de gaskraan dicht had kunnen zetten. Misschien was een masker helemaal niet nodig geweest of had je kunnen volstaan met een vluchtmaskertje. Het streven moet blijven om het bij wijze van spreken zó veilig te krijgen dat je op je pantoffels door de fabriek kunt. Dat er dan minder veiligheidsschoenen worden verkocht is jammer voor de fabrikant, maar preventie verdient altijd voorrang.”

Hoe kom je in een normcommissie terecht?
Ettema: “Als afgevaardigde van een groep belanghebbenden. Dat zijn gebruikers, de Notified Bodies (testinstituten), autoriteiten en natuurlijk de fabrikanten. In mijn geval fabrikant Dräger. Je doet zoiets naast je dagelijkse werk en vergadert een paar keer per jaar onder auspiciën van het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN). De normcommissie adembescherming buigt zich over alle persoonlijke adembeschermingsmiddelen, van kringloopademhalingstoestellen en airlinesystemen tot het eenvoudigste wegwerpmaskertje. Tot op heden gelden voor alle verschillende ‘uitvoeringsvormen’ aparte productnormen. Maar de EN149 voor de ‘snuitjes’, de EN136 voor de volgelaatsmaskers en al die andere normen voor de verschillende adembeschermingsmiddelen worden één ISO 17420. Voor een breed gedragen, geaccepteerde en werkbare norm voor alle adembeschermingsmiddelen moeten gebruikers, fabrikanten en de zogenaamde aangemelde, aangewezen instellingen uiteraard om tafel.”

Hoe ervoer jij dat overleg?
Ettema: “Allereerst is het een groep zeer gemotiveerde en deskundige mensen bij elkaar. Het proces is soms taai en tergend langzaam, waarbij het erop aankomt dat de teksten duidelijk en eenduidig zijn en dat de eisen die je stelt ook toetsbaar zijn. Als een norm iets eist moet je namelijk ook op een herhaalbare manier kunnen beproeven of een product aan die eisen voldoet. Daarom zitten de Notified Bodies ook aan tafel, want zij zijn straks degenen die de producten daadwerkelijk moeten beproeven op hun goede werking. Voor elke voorgeschreven eigenschap moeten zij een apparaat en een procedure hebben. Of bedenken! Er zitten politieke kanten aan dat overleg, maar je moet er niet gaan zitten om je commerciële belang door te drijven. Het gaat om de gebruiker die straks met deugdelijke spullen moet werken.”

Hoe gaat het overlegproces in zijn werk?
Ettema: “Een nationale normcommissie krijgt meestal een Europees normconcept voorgelegd, in het Engels. Dat heet een ontwerpnorm, een draft, meestal met een prEN-nummer (pr staat voor preliminary). Die draft moet uiteindelijk een norm worden, maar kan nog vele wijzigingen ondergaan en je hebt uiteraard ook de kans dat een ontwerp het helemaal niet haalt. Dat gaat met deadlines voor de inspraakrondes en leden van een normcommissie moeten alles begrijpen, consequenties afwegen en contact houden met hun achterban. Ik had buiten de vergaderingen om natuurlijk regelmatig contact met zowel commissieleden als met mijn Duitse of Engelse vakbroeders om te achterhalen waarom iets op een bepaalde manier was voorgesteld. Na een inspraakronde worden commentaren centraal in Europa verwerkt en verschijnt er een aangepast document. Daar wordt uiteindelijk over gestemd.”

Duurt dat allemaal niet heel erg lang?
Ettema: “Al die inspraakrondes kosten tijd en maken dat het hele proces van invoering van een nieuwe norm of wijziging van een bestaande – geen kwestie is van weken of maanden, maar zelfs jaren kan duren.  Vaak zijn technische innovaties en nieuwe toepassingen of processen op de werkvloer de drijvende krachten. Als iets niet ‘in een bestaande norm past’, kan de roep om aanpassing een soort noodkreet worden. Men voelt zich dan niet meer geholpen door een norm maar juist gehinderd. Veiligheidsschoenen met kunststof neuzen kunnen veel beter zijn, maar als in de norm staal staat, dan kan dat niet. Soms zijn gebruikers zo ongeduldig dat ze bij fabrikanten al aangeven dat producten aan een prEN moeten voldoen. Dat snap ik wel, maar toetsen aan een norm die nog niet bestaat en misschien nog gaat veranderen is soms niet eens mogelijk. Of het zorgt ervoor dat fabrikanten zich in allerlei bochten proberen te wringen om hun klanten tevreden te stellen.”

Waarom is die nieuwe norm voor adembescherming zo belangrijk?
Ettema: “Het is de voortrekker van alle nieuwe normen voor PBM’s. Deze norm zal tot gevolg hebben dat de markt weer écht vooruit kan vanuit de gedachte van bescherming van de werknemer, zonder dat we te maken hebben met beperkingen vanuit de bestaande productnormen. Die zijn immers geschreven vanuit een product dat inmiddels tientallen jaren geleden op de markt gebracht is. De prestatie-eisen in de nieuwe norm gaan uit van lichaamsafmetingen, fysiologie, metabolisme en ergonomie; allemaal bepaald door de mens, en niet door het product. Er zullen twee delen verschijnen: onafhankelijke adembescherming (deel 1 van de ISO 17420) en filtrerende systemen (deel 2). Menselijke aspecten zoals de gelaatsvorm en de ‘ventilatiegraad’ (hoeveel lucht de werkende mens bij het werk behoeft) zijn, om de gewenste bescherming te bereiken, belangrijker dan de precieze uitvoering van een product. Ook de fit-test (een lekkagemeting op de persoon zelf), waar we nu al aan aan het wennen zijn, maakt deel uit van de norm. Dat staat veel dichter bij waar het werkelijk om gaat. Als een norm een handicap wordt bij de innovatie dan staat hij de vooruitgang  alleen maar in de weg.”

Je hebt inmiddels geen zitting meer in de normcommissie. Hoe moet dat verder?
Ettema: “Heel jammer dat ik het net niet meer van nabij meemaak dat de norm wordt gepubliceerd. Er zit veel werk in, maar die norm komt er gewoon. En ik blijf betrokken, al is het maar via een interview”, lacht Marc. “Ik spreek de collega’s nog wel eens, krijg nog wel eens een vraag en volg de stroom openbare publicaties natuurlijk online. De veiligheidstechniek, de marketing en de communicatie waar ik altijd mee bezig ben geweest maken dat ik veel contacten heb, dus misschien ben ik er in de toekomst toch ineens weer dicht bij betrokken. Een stokpaard kan rare sprongen maken.” (MC)

Home
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké