Bianca van Emmerik stelt 101 vragen en krijgt altijd antwoord

Twee jaar geleden durfde Bianca nog tegen haar werkgever te zeggen dat ze ‘niks had met veiligheid’. Toen was ze ook nog geen MVK. De werkgever, eigenaar van het snelgroeiende lasbedrijf waar Bianca toen nog de administratie deed, wist Bianca te overreden om wél iets met veiligheid te krijgen. En met milieu, kwaliteit en gezondheid. Bianca werd QHSE-coördinator bij Welding Group Piping en Montage B.V. en heeft nog geen moment spijt gehad van de interne carrièreswitch.

Biografie
Bianca van Emmerik (1985) is geboren Brabantse en woont met haar gezin in Sint Michielsgestel, op fietsafstand van de Welding Group in Den Bosch. Na haar middelbare school werd ze kapster. Tijdens haar kappersloopbaan voelde ze een zekere dreiging om op de lange duur te ‘vervlakken’, dus deed ze de opleiding tot secretaresse bij Scheidegger en volgde ze diverse schriftelijke cursussen voor de administratieve sector. Toen het kappersvak inderdaad wel eindeloze gesprekken maar geen perspectief bleek te bieden, verliet ze het vak om negen jaren te werken als administratief medewerker bij een boekhoudkundige dienstverlener. In de lente van 2017 solliciteerde ze bij haar huidige werkgever, het lasbedrijf, waar ze aanvankelijk de debiteuren en crediteuren mocht beheren. Daar kwam de administratie van de lasserscertificaten bij, waar eerst een cursus voor werd gedaan. Bianca was via het certificatiecircus al in aanraking gekomen met kwaliteit en veiligheid, dus toen eind 2018 haar VGM-collega afscheid nam mocht ze diens taken overnemen. Ze werd OVK en stroomde meteen door naar MVK. En dat is vast en zeker niet haar eindstation.


‘Er was wel wat overredingskracht voor nodig’, vertelt Bianca tijdens het telefonische vraaggesprek met De Veiligheidskundige op vrijdagavond. De maaltijd is binnen en manlief is thuis om een beetje op de twee kinderen te letten (tien en zeven jaar oud). ‘Ik had nog niet veel met arbeidsveiligheid, maar mijn werkgever is van het doortastende soort. Hij kent me voldoende en zag mij wel op die positie, ook al heb ik eerst de boot afgehouden. Natuurlijk zag ik in onze werkplaats de dingen wel gebeuren maar dat er zo’n wereld achter ‘veiligheid’ school was me op dat moment nog compleet onbekend. Onze externe werving verliep echter moeizaam en de voorkeur voor een interne kandidaat bleef. Uiteindelijk ben ik aan de slag gegaan. Ik heb VCA-VOL gehaald en erachteraan de opleiding tot Operationeel Veiligheidskundige gevolgd (Apply). Toen ik die eenmaal deed was ik om: dit was echt een leuk vak waar ik mijn ei in kwijt kon.’

Dus je stond plotseling als enige vrouw op veiligheidsschoenen tussen de lassers? Ging dat?
Bianca: ‘Prima. Natuurlijk had ik een flinke technische achterstand. Ik had dan wel de lasserskwalificaties bijgehouden en ieder halfjaar gezorgd voor het doorstempelen, maar nu moest ik thuisraken in het jargon op de werkvloer. Wij doen eigenlijk alleen maar gecertificeerd laswerk, vooral in de petrochemie en de levensmiddelenindustrie. En naast mijn veiligheidskundige taken verzorg ik ook de documentatie en administratie die dat vereist. Nu mocht ik me bemoeien met het echte werk dat erachter zat en heel veel bijleren over materialen, coderingen, pijpdiameters en ga zo maar door. De eerste keer dat ik een lasserskwalificatie onder ogen kreeg was een cultuurschok: ik heb me suf gegoogeld en een cursus gevolgd om er een touw aan vast te kunnen knopen. Met regelmaat stel ik honderdeneen vragen over het laswerk; waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt en waar het product voor dient. Ik merk dat de meeste mannen het heel leuk vinden als er interesse is voor hun werk. Dan hebben ze aan mij een goeie, want ik wil alles weten, zelfs waar de leiding heen gaat die ze aan het lassen zijn.’

Wat is een lasserskwalificatie?
Bianca: ‘Dat is een soort diploma, een persoonlijk certificaat dat de lasser moet hebben voor het leveren van gecertificeerd werk. Volgens ISO-normen of het Amerikaanse ASME. Er zijn veel verschillende kwalificaties; voor koper, voor rvs en voor staal, voor verschillende materiaaldikten, technieken en in welke stand (onderhands/bovenhands en onder welke hoek, red.). Bij gecertificeerd laswerk wordt precies bijgehouden wie wat heeft gelast. Als wij een installatie opleveren dan hoort daar een flink pakket documenten bij, dat wordt overgedragen aan de klant. Je kunt aan het product zien wie een las heeft gelegd: er staat een nummer bij of de initialen van de lasser.’

Wordt daar veel waarde aan gehecht?
Bianca: ‘Zeker. Het gaat uiteindelijk om de kwaliteit van de installatie die we bouwen; het is goed dat dat papierwerk gebeurt, ook al is het wel heel veel. Ik krijg af en toe vragen van klanten over de inhoud van documenten en als er iets ontbreekt dan valt het ze op. Er wordt dus echt goed naar gekeken en dat voorkomt onder andere dat er ergens ongeschikte materialen worden gebruikt. Als het alleen maar om het papier zou gaan dan zou het snel een deprimerende activiteit worden voor de betrokkenen; het is veel werk maar je borgt er wel iets mee. Bij ons zit kwaliteit niet in een ISO-9001-systeem, maar in alle procedures rond het gecertificeerde laswerk. Het is nodig om leidingwerk voor brandbare of giftige stoffen en koelinstallaties (ammoniak, red.) deugdelijk te fabriceren en te laten beproeven, soms ook destructief. In de levensmiddelenindustrie moet laswerk niet alleen gas- en vloeistofdicht zijn, maar er mogen ook geen randjes of kuiltjes aan zitten omdat dat broeinesten van bacteriën kunnen worden. De binnenkant van een pijpbocht kun je na het lassen meestal niet meer vlak slijpen, dus je moet gewoon heel netjes en secuur kunnen lassen.’

Wat voor soort mens moet je zijn om gecertificeerd lasser te worden? Wat maakt bijvoorbeeld dat jullie met Portugezen werken?
Bianca: ’Het is moeilijk om daar in het algemeen iets van te zeggen. Onze Portugese collega’s zijn stuk voor stuk goede lassers en harde werkers. Omdat ze hun familie in Portugal hebben zitten, werken ze graag veel uren: ze zeggen geen nee tegen wat overwerk op zaterdag omdat ze met hun kinderen naar de voetbalclub moeten. Goede technici zijn moeilijk te krijgen. Er is weinig animo onder de jongelui, terwijl er veel mooi werk te doen valt. Je máákt echt iets en daar kun je trots op zijn.  Over het functieprofiel van de lasser: iemand moet vooral in de groep passen. Rustig, behoedzaam en nauwgezet zijn misschien onderscheidende kenmerken.’

Spreek je Portugees?
Bianca: ‘Nee, hoewel ik het wel zou willen. Het opbouwen van een band met mensen gaat beter als je hun taal spreekt. Met mijn afstudeerscriptie voor de MVK-opleiding heb ik beoordeeld of er extra gevaren en risico’s zijn voor het werken met anderstaligen op de werkvloer. Er wordt met regelmaat ja-geknikt terwijl ze eigenlijk nee zouden moeten schudden als ze iets niet begrijpen. De communicatie gaat soms in nogal gebrekkig Engels en je wilt er wel zeker van zijn dat men elkaar begrijpt. Ook de voorlieden hebben daar een rol in: ze moeten in één keer over naar het Engels als er een Portugese medewerker in hun team ingepland is. Ook voor hen is dat soms lastig. Wij moeten goed opletten hoe we de teams samenstellen. Toevallig hebben we nu een project In Emmer-Compascuum waar we alleen maar Portugezen op inzetten. Maar wel met een voorman die zowel Portugees, Engels als Nederlands beheerst voor de externe communicatie.’

Emmer-Compascuum is voor jou een flink stuk van huis.
Bianca: ‘Dat is waar, maar toch ga ik met regelmaat het project bezoeken want ik vind het belangrijk om de mensen persoonlijk op te zoeken en de connectie met het project te behouden. Ik zit dus vrij veel in de auto. Vanachter mijn bureau, in Den Bosch, lukt het minder om een vertrouwensband te krijgen. Het is misschien wel een heel groot streven, maar ik hoop dat ik kan bijdragen aan de saamhorigheid en ervoor kan zorgen dat mensen plezier hebben en houden in hun werk. Dat ik vrouw ben is denk ik een voordeel: ze zijn voor mij – hoop ik – niet bang. Als ze kleine dingen met me durven delen kan ik misschien nét dat verschil voor ze maken. Ik probeer alles wat ik zie, ervaar en hoor mee te nemen in de toolboxmeetings.’

Wat vind je van het niveau van beschaving waaraan je wordt blootgesteld?
Bianca: ‘Ik ken vrouwen die zijn afgeknapt op het gedrag in de mannenwereld, maar ik heb zelf voor die wereld gekozen. Natuurlijk denk ik weleens ‘had je dat niet op een andere manier kunnen zeggen?’ als iemand een ongepaste opmerking maakt. Als het te gortig wordt maak ik er een grapje over of zeg ik er wat van. Ik heb met vijftien meiden in een kapperszaak gestaan en daar was áltijd wat. Doe mij die mannenwereld maar.’

Als veiligheidskundige wordt er van je verwacht dat je ergens een mening over hebt.
Bianca: ‘Ja, ik vind er meestal ook wel wat van, haha. Ik moet er wel eens om denken dat de waarde van wat ik vind thuis anders is dan op het werk. Gelukkig beginnen de kinderen een beetje te begrijpen wat ik doe, nadat ik het begrip ‘veiligheid’ heb uitgelegd aan de hand van het keukentrapje. Wat hun papa doet is voor onze kinderen gemakkelijker te bevatten dan de nieuwe taken van mama. Wat ik soms een beetje mis is een sparring-partner op het werk in de vorm van een vakgenoot, iemand met dezelfde achtergrond. Gelukkig zijn veiligheidskundigen behalve nieuwsgierig ook heel behulpzaam. Er wordt goed en oprecht naar me geluisterd, wat ik zeer waardeer. Samen bereik je meer dan alleen.’

Home
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.