VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Sjef van den Tillaart, SHEQ-coördinator

Sjef van den TillaartHVK Sjef van den Tillaart laat zich graag bij zijn voornaam aanspreken. Zijn pak helpt hem in zijn rol als adviseur van de directie en bij zijn zeer regelmatige contacten met klanten. Als hij een vochtige kruipruimte betreedt om – gewapend met gasmeter – te onderzoeken of er veilig gewerkt kan worden zit hij rondom in de PBM’s. Sjef: ‘Als je verkeerd binnenkomt, verspeel je je recht van spreken’.

Biografie
Van den Tillaart (geb. 1969) is opgeleid tot elektronicus, bedrijfskundige, MVK en HVK. In zijn gevarieerde loopbaan is hij achtereenvolgens gereedschap/instrumentmaker geweest, automatiseringselektronicus, trainer (Philips Semiconductors), operationeel/commercieel coördinator en nu SHEQ-coördinator bij SPIE Nederland B.V. Industry Services te Breda.


Wat moet je als veiligheidskundige kunnen?
Sjef: “Je moet vooral iets zíjn. De traditionele veiligheidskundige was politieagent: hij wees vooral op onveilige situaties en handelingen. Die VK is rap aan het uitsterven: in deze tijd moet je motivator en stimulator zijn om het werk veilig uit te laten voeren. Dat doe je in rechtstreeks contact met de mensen en dat is meteen wat het werk zo leuk maakt. Ergens een hek van vier meter hoog omheen zetten werkt niet: je moet mensen uitleggen waarom dat hek er staat. Zin van onzin kunnen scheiden.
Ik ben wars van papierwerk. Het eerste wat uit de functiebeschrijving van een VK geschrapt moet worden is administratieve vaardigheid. Het schaadt weliswaar niet, maar een VK is veel te duur om de halve dag lijstjes af te vinken en spreadsheets in te vullen. Als je die echt nodig denkt te hebben dan kan de receptioniste dat vaak veel beter. Leuk ook om anderen betrokken te houden.”

Heb je voorbeelden van niet-werkende pogingen om de veiligheid te bevorderen?
Sjef: “Naast dat hek waar iedereen tóch overheen klimt zijn er allerlei procedures die soms niet zinvol zijn en daarom nauwelijks worden gevolgd: als ik niet kan uitleggen waarom ze er zijn dan wordt het hoog tijd om ermee aan de slag te gaan. Als ik iets niet snap dan vraag ik er een specialist bij. Geef je eigen tekortkomingen toe, want daar heeft iedereen baat bij. Nog een voorbeeldje: het bord met het aantal ongevalsvrije dagen bij de poort. Dat blijkt een rem te zijn op het melden van incidenten; als werknemer X zich in zijn vinger snijdt en het bord moet van 513 terug naar nul, dan is werknemer X slachtoffer en dader tegelijk en beroemd in de hele onderneming. Hij plakt dus liever zelf de wond dicht dan dat hij het voorval gaat melden.”

Wil je je collega-VK’s nog tips geven?
Sjef: “Kijk meer over de schutting, wees generalist en gebruik je netwerk. Wees leergierig en ga te rade bij collega’s, liefst ook in heel andere branches, want heel veel is allang uitgevonden. Wetenschap is ook weten in welk schap je het kunt vinden. Als je daarvoor door de bibliotheek moet lopen dan moet je dat doen. Ik heb bijvoorbeeld veel geleerd van opleidingsinstituten en ziekenhuizen, waar ze toch met andere ogen kijken dan in de industrie. Andersom is dat net zo. Begin altijd met het formuleren van je doel voor je naar de middelen grijpt. Boeken waar ik veel aan heb gehad zijn “Start with why” van Simon Sinek (over succesvol ondernemen) en ‘Brain Based Safety’ van de psycholoog Juni Daalmans. Ten slotte – met excuses voor het schokkende beeld –: zorg er in elk geval voor dat je nooit aan nabestaanden hoeft uit te leggen waarom papa niet meer thuiskomt. Je moet er alles aan hebben gedaan om dát te voorkomen. Als je daarvoor in je nette pak naar de directie moet of afscheid moet nemen van klanten of medewerkers dan moet je dat doen, als persoon en als bedrijf.”

Hoe ben je ooit in het veiligheidsvak terechtgekomen?
Sjef: “Ik denk op het moment dat de KAM-coördinator van Numac, destijds mijn werkgever, (Numac is nu onderdeel van Spie, red.) mij verzocht de invoering van de STOP-methodiek van DuPont te gaan begeleiden. Ik heb altijd zijdelings met arbeidsveiligheid te maken gehad, maar dat was de eerste formele opdracht. Ik ben daar met veel plezier tegenaan gegaan.”

Van het een kwam het ander. Van den Tillaart heeft zich voor zijn studie MVK in 2011 uitvoerig verdiept in hoe starters op de arbeidsmarkt tijdens hun opleiding worden voorbereid op het veilig werken. Hij signaleerde daar een duidelijke tekortkoming. Zijn scriptie getiteld ‘Opleiden of Lijden? Onderzoek naar de mate waarin de opleidingsinstituten en het bedrijfsleven in een vroeg stadium een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het veiligheidsbewustzijn bij BBL-leerlingen op werktuigbouwkundig en elektrotechnisch gebied’ werd in 2012 genomineerd voor de NVVK-prijs voor de Veiligheidskunde. De jury looft zijn scriptie en ziet de noodzaak dat opleiders hun leerlingen vertrouwd gaan maken met veilig werken. Dat Van den Tillaart uiteindelijk geen podiumplaats kreeg, zou komen door een te weinig breedschalige aanpak. Sjef: “De basis werd te dun bevonden. Jammer, maar het probleem is dat als je iets negatiefs schrijft over veiligheid of veiligheidsbeleid dat je daar niet bepaald de meest hartelijke medewerking bij krijgt. Bedrijven of opleiders willen dat niet breed uitgemeten zien.”

Is het zo droevig gesteld dan?
Sjef: “Soms is er een verschil tussen wat men roept en wat men daadwerkelijk doet. Ik vind nog steeds dat je heel jong moet beginnen met de ‘veiligheidsopvoeding’. Je moet mensen leren vragen te stellen. Als ik zie dat er in een praktijklokaal incidenten en bijna-ongevallen gebeuren dan wil ik dat een docent daar meteen bovenop springt. Dat is gefundenes Fressen. Er zit een groep leerlingen aan een draaibank te sleutelen en tegelijk komt er een onderhoudsmonteur werk verrichten aan een andere machine. Hij past daarbij LOTO toe (Lock Out, Tag Out, red.). Dan moet je toch meteen de klas erbij trekken om te vertellen over het veiligstellen van een machine als je er onderhoud aan pleegt? Dat zijn gemiste kansen. Ook bij bedrijven wordt daar niet altijd over nagedacht. Een nieuwe medewerker wordt bij voorkeur gekoppeld aan een oude rot die al dertig jaar in dienst is en alles op de automatische piloot doet. Als je die mentor vraagt waarom hij iets op een bepaalde manier doet dan hoor je dat hij het altijd zo doet. De jeugd neemt dat onmiddellijk over.”

Daar komen ongevallen van.
Sjef: “Ja. En bijna-ongevallen, want er wordt heel wat langs de rand gezeild. De LMRA (Laatste Minuut RisicoAnalyse, red.) is een groot goed, maar het blijft moeilijk om mensen te bewegen eerst na te denken en dan pas te handelen. In de praktijk blijft het uitgangspunt dat het werk klaar moet. Ik zeg altijd: ‘Doe eerst even een stapje terug. Behalve als je op een steiger staat.’ Als het is misgegaan hoor je altijd het woord ‘effe’. Het slachtoffer of de veroorzaker wilde ‘effe’ iets doen en dacht niet na of was te lamlendig om zijn PBM’s te gaan halen. Ik heb daar ooit een verbodsbord van gemaakt: twee letters f met streep erdoor en een rode rand eromheen. Dat kun je bijna overal ophangen, want het is nagenoeg altijd van toepassing. Dat ‘effe’ speelt vooral als een karwei klaar is en er blijkt tijdens het opruimen nog een restpuntje te zijn. Dan heeft men de hele tijd nagedacht en alles volgens de regels gedaan en aan het einde gaat het toch nog mis omdat ze dat restpuntje nog even snel in orde willen brengen.”

Welke macht heb jij om iets te veranderen?
Sjef: “Ik doe alles wat ik kan. Ik blijf in gesprek, subtiel als het kan maar als het moet ben ik even een boeman. Mijn signaaljas is niet alleen hoogzichtbaar, maar geeft ook het signaal af dat je om je PBM-gebruik denkt. Als ik een groepje mensen zie met veiligheidsbril en één zonder, dan complimenteer ik de brildragende. Als mensen echter willens en wetens regels overtreden dan moet je daar korte metten mee maken. Dan maar even die boeman. Gelukkig ben ik gezegend met een directie die me daarin bijstaat. Dat gaat heel ver.”

Ook als het strijdig is met commerciële belangen?
Sjef: “Zelfs dan. Je moet, zoals ik eerder zei, ook afscheid durven nemen van klanten als zij je het veilig werken onmogelijk maken. Ik steek veel energie in overleg voordat we projecten oppakken en zorg dat aan alle randvoorwaarden is voldaan. Dat heb je bij aangenomen werk voor een groot deel zelf in de hand, zeker als je hoofdaannemer bent. Maar ook bij onderaanneming en zelfs bij het uitlenen van werknemers willen wij een veilige werkplek kunnen garanderen. Dat de directie van Spie daar heel strikt in is, heb ik zelf ervaren: er zijn gevallen geweest waar wij onze mensen hebben teruggetrokken.”

Terug naar je eigen werknemers. Die heb je toch niet altijd compleet onder controle?
Sjef: “We komen een heel eind. Ik vind bijvoorbeeld dat mensen goed in hun vel moeten zitten voordat ze aan het werk gaan. Ook daar voer ik gesprekken over. Sommige mensen vinden dat je niet aan hun privéleven mag komen, maar dat is snel weerlegd: als ze namelijk een keer beschonken aan de poort staan bij een petrochemisch bedrijf vanwege een feestje de vorige avond, dan zitten ze goed fout. Dat besef moet er zijn. Ik probeer werknemers ook anders te bereiken dan via de geijkte weg. Voor de zesentwintigste keer een toolboxmeeting geven over werken op hoogte zet geen zoden aan de dijk. Als ze me daarvoor uitnodigen dan worden ze verrast. Ik drop een stapel papier op tafel en zeg ze dat dáár de toolboxmeeting ligt. Zelf te bestuderen. En dan gaan we het gesprek aan over werkelijk wezenlijke zaken, praktische dingen waar ze zelf tegenaan lopen, met elkaar in kleine groepjes. Jan gaat aan Piet vertellen hoe hij het zou aanpakken als hij Piets klus moest doen. Geen monoloog van mij en vooral zonder dat ergens de smartphone op tafel ligt. Leren van elkaar, van hoog tot laag. Over die smartphone gesproken: ik ben samen met onze CSR-manager (Corporate Social Responsbility) bezig met het onderzoeken van de mogelijkheden van serious gaming om veiligheidsonderwerpen onder de aandacht te brengen. Hoe laagdrempeliger hoe beter. Ik geloof daar wel in.”

Je lijkt overal nogal nuchter in te staan. Hoe denk je over veiligheidsbeleid?
Sjef: “Beleid is noodzakelijk. De uitvoering blijft mensenwerk. Als VK heb je te dealen met het management. Je bent als VK twee-punt-nul niet langer de bewaker van de opgelegde regels, maar de adviseur van de organisatie, zeker als HVK. Het is je taak om tijdig te zorgen voor de juiste input en daarbij maak je ook gebruik van je mensenkennis. Bepaalde managers pikken het direct op en bij anderen moet je wat formeler zijn en je adviezen op schrift uitbrengen. Neem het stofvrij werken bij het boren in kwartshoudende bouwmaterialen. Een jaar of vier geleden was dat nog geen issue. Als je probeert daar werk van te maken dan heb je in zo’n stadium wel wat drempels te nemen, maar je kunt beter tijdig zorgen dat er actie op wordt ondernomen, voordat er weer een nieuwe serie boormachines wordt aangeschaft zonder door TNO goedgekeurde stofafzuiging. Beleid moet je in alle praktische zaken terugzien, niet alleen in een formele verklaring. De directeur mag alleen met de juiste PBM’s de vloer op, anders geef je de hele organisatie een vrijbrief om PBM’s achterwege te laten.”

Stuurt beleid niet teveel op een lage IF (Injury Frequency)?
Sjef: “De IF is bij ons geen leading indicator, maar een lagging indicator. Het is de output van het hele proces, het resultaat. Het is een gegeven dat een op de duizend handelingen mis gaat. Als een werknemer een vinger breekt, dan drijft dat de IF op. Dat is dan zo. Natuurlijk wil ik wel zorgen dat men niet zijn vingers breekt, dat is veel belangrijker. En als ergens in het voortraject iemand het daartoe nodig acht om meer inspectierondes te lopen dan is dat toe te juichen, net als het sturen op veiliger gedrag via extra gesprekken. IF nul haal je nooit. Maar ik wil wel dat er met alle middelen en mogelijkheden gestreefd wordt naar veiligheid, niet naar het afvinken van de verplichte maandelijkse inspectieronde op de VCA-lijst.”

Is het streven naar veilig gedrag daarbij het belangrijkste?
Sjef: “Dat betwist niemand meer. Wij zijn een grote onderneming, en dat betekent dat we ook meer mogelijkheden hebben om beleid uit te werken. Wij kunnen ons een behavioural specialist veroorloven, een eigen gespecialiseerde psycholoog die onderdeel uitmaakt van de SHEQ-afdeling van Spie Nederland. Die kijkt alleen naar de gedragscomponent en de mogelijke grote lijnen daarin. Bij een klein bedrijfje heb je die expertise niet, maar daar heb je het voordeel van de overzichtelijkheid, de korte lijnen, grotere invloed en het veel rechtstreeksere contact. Ook in het al dan niet gebruiken van PBM’s zit een belangrijke psychologische component, en daar kan de VK wat mee.”

Dus de VK moet ook een psycholoog zijn?
Sjef: “Je kunt het ook mensenkennis noemen. Als mensen hun veiligheidsbril niet opzetten dan vraag je je eerst af waarom dat zou zijn. Misschien doen de collega’s het ook niet of zit hij niet lekker. Mensen de keuze geven tussen meerdere geschikte modellen kan veel verschil maken, alleen al omdat ze erin gekend worden, omdat ze keuze hebben. Ik ben liever bezig met grote lijnen, met mensen en psychologie dan met administratie en registratie. Je wordt regelmatig psychologisch uitgedaagd. Toen we het stanleymes verboden kreeg ik overal de vraag hoe men dan dozen en verpakkingen open moest krijgen. ‘Wat dacht je van de schaar?’ luidde mijn voorbereide antwoord. Maar ik kan heel goed duidelijk maken waarom we dat stanleymes niet toestaan.”

Je voelt je dus wel op je plek, hoe de wereld ook aan het veranderen is.
Sjef: “Van het Kinderwetje van Van Houten zijn we inmiddels opgeklommen naar de MVO-prestatieladder, CO2-prestatieladder en de Veiligheidscultuurladder van ProRail. We doen mee met alle ladders die er zijn behalve de ladder om op te werken, want die verbieden we. Al die systeempjes, procedures en managementtools maken het soms best complex om de grote lijn vast te houden. De kans bestaat dat je een erg calculatieve en reactieve benadering krijgt, en dat is niet wat we willen. Ik schiet heen en weer van de ene rol in de andere, maar ik wil me niet druk hoeven te maken of er een formuliertje wel in het systeem is ingevoerd. Ik voel me als een vis in het water in ons kantoortuintje met alle experts binnen handbereik, terwijl ik om me heen mag motiveren, enthousiasmeren en stimuleren. Als SHEQ mijn feestje is dat ik in een eigen kantoortje moet vieren dan stap ik morgen al op.”

Wat vind je van de calculatieve benadering van veiligheid door ondernemingen en regelgevers?
Sjef: “Het politiek correcte antwoord is natuurlijk dat je nooit met mensenlevens mag gaan rekenen. Dat zeggen bedrijven en verzekeraars ook, maar ze doen het toch. Ook ik heb in mijn carrière bij besprekingen gezeten waar risico’s werden berekend en bepaalde verliezen of kansen daarop als aanvaardbaar werden beschouwd.  Dat er in een risicobeoordeling staat dat eens in de zoveel jaar een dode en een schadepost van een miljoen aanvaard moeten worden. Absolute veiligheid bestaat niet, maar roepen dat het prioriteit één is en daar vervolgens niet naar handelen vind ik niet kunnen. Eerlijk duurt het langst.”

Nu echt ten slotte: welke goede ontwikkelingen zie jij op het pad van de VK?
Sjef: “Ik zie bijvoorbeeld veel in het certificatieschema van de overheid om het puntenstelsel voor de persoonscertificering te hervormen. Intercollegiale toetsing als alternatief. Ga als VK eens met je collega praten. Daar mag best wat druk op worden uitgeoefend. Zoals je begrijpt wordt ik liever breed beoordeeld door mijn collega’s dan dat ik alle administratieve kruisjes in de vakjes heb staan.” (MC)
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké