VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Saskia van Dijk: “mijn duurzame streven naar Utopia”

Saskia van Dijk“Volgens mij is het heel goed om te streven naar je eigen overbodigheid. Om alles langs vanzelfsprekende lijnen geregeld te hebben, zonder dat het interventie behoeft. In ons vak gaat je dat toch nooit lukken, dus krampachtig aan je stoel vasthouden is nergens voor nodig.” Hoger veiligheidskundige Saskia van Dijk zegt het met stelligheid. Ze heeft net acht uur toegevoegd aan haar voorheen 32-urige werkweek bij haar werkgever VDL Weweler, en dat is niet omdat ze tijd over had. Ze voelt zich heel erg op haar plaats bij het productiebedrijf in Apeldoorn, waar onder andere stalen veren voor vrachtwagens worden gemaakt. Het is ook nog eens een BRZO-bedrijf, waardoor er voor een veiligheidskundige genoeg te doen is.


Biografie

Saskia van Dijk (1969) is in de techniek opgegroeid. Haar vader had een installatiebedrijf aan huis. Voor de kinderen was er niets leuker dan spelen met de zinkschaar (een exemplaar dat Saskia nu direct zou afkeuren). En mooie krullen walsen van strookjes zink. Of boomhutten bouwen, liefst met zinken dak. Dat je je vingers gemakkelijk open haalde aan scherpe bramen merkte Saskia al vroeg. Aan de effecten die zware metalen op het zenuwgestel hebben wil ze niet denken. Tot op heden heeft ze gelukkig geen klachten. Saskia noch haar broer hebben het bedrijf voortgezet, maar broer is uiteindelijk wel installateur geworden. Saskia mocht, zoals destijds gebruikelijk was voor meisjes, een vak leren waarbij je niet in de grond hoefde te wroeten of waar je geen zwarte handen van kreeg. Dat was aanvankelijk wat zoeken in de boekhouding, het secretariaat en de diergeneeskunde, totdat ze, inmiddels werkzaam bij AKZO Deventer de mogelijkheid kreeg om MVK (2013) en daarna HVK (2015) te worden. Toen ze nog als secretaresse werkte, volgde ze avondopleidingen chemie en natuurwetenschappen. Pittige studies, maar nauwelijks te combineren met het voeren van een directiesecretariaat en het werk als office manager. De laatste jaren werkt ze naar volle tevredenheid als adviseur arbo, veiligheid en milieu bij VDL Weweler. Sinds 2018 is Saskia ook bestuurslid van de NVVK.


“Het vroegere Weweler had mannen nodig met spierballen”, zegt Saskia. “En nog steeds werken er senioren bij VDL Weweler die nog met de hand de veren in het vuur hebben moeten leggen. Toen we de processen automatiseerden, hebben we die mannen gelukkig allemaal kunnen behouden. Tegenwoordig zijn er vooral mensen nodig met een VAPRO-opleiding, mensen die met een computer overweg kunnen om een robot te programmeren. En ICT’ers. Het is best jammer dat we daarmee verder af zijn komen te staan van de techniek, van de ambachtelijke basis van het maken van dingen. Ook operators kunnen de processen niet helemaal meer doorgronden; we snappen de complexe techniek niet meer; ook ik niet. Alleen de onderhoudstechnici met hun schroevendraaiers en meetinstrumenten moeten nog over diepere technische kennis beschikken en hebben overzicht over de samenhang van de productieprocessen. Ik moet ook heel erg mijn best doen en kom wel een eind, maar zal de finesses niet beheersen. Dat hoeft ook niet, maar ik ben wel blij dat ik MVK heb gedaan voordat ik HVK werd. Je staat daardoor toch dichter bij de praktijk. Het geeft mij veel bevrediging dat ik van het hele spectrum iets af weet, werktuigbouwkundig, elektrisch en chemisch. Heel diep hoeft dat niet te gaan; ik leun graag op de deskundigheid van de mensen op de werkvloer.”

Waarom is VDL Weweler, jouw werkgever, een BRZO-bedrijf?
Saskia: “Vanwege de grote hoeveelheden nitraatzout die we gebruiken. Als je verenstaal fabriceert dan moet dat na het heet vormen gecontroleerd worden afgekoeld, om het staal te harden. Vroeger gebeurde dat in oliebaden, maar in onze nieuwe fabriek in grote baden gevuld met gesmolten zout. Op 180 graden of zelfs 450 graden. Dat zout is niet bijzonder reactief, brandbaar of schadelijk voor de gezondheid, maar je moet er wel op de juiste manier mee omgaan. Het zijn enorme hoeveelheden die constant op temperatuur gehouden worden. Dat is een van de redenen dat we volcontinu produceren met het personeel in vijfploegendiensten.”

Jij hebt je wel moeten verdiepen in de risico’s. Waar vind je informatie?
Saskia: “Natuurlijk. Je moet bijvoorbeeld weten hoe heet en vloeibaar zout zich gedraagt. In Nederland zijn we naar mijn weten het enige bedrijf dat dit proces gebruikt, dus bij anderen te rade gaan is lastig. Maar natriumnitraat en kaliumnitraat worden zelfs in de voedingsmiddelenindustrie gebruikt, als conserveringsmiddel in vlees en binnen de HACCP-voedselveiligheidseisen. We voeren ook regelmatig metingen uit in de werkomgeving. Het zout kán ontleden en vormt dan nitreuze dampen, maar dat doet het pas bij ongeveer 650 graden en die temperaturen bereiken we niet. De elektrische verwarmingselementen zouden al zijn doorgebrand voordat we daar in de buurt komen en de kans dat er een grote lading witheet staal in terechtkomt is zo goed als nul. Daar hebben we een HAZOP voor uitgevoerd en het risico van alle scenario’s die tot een ontledingsreactie zouden kunnen leiden is nihil. Je moet zorgen dat er geen koolwaterstoffen in vloeibaar zout terechtkomen, en vooral dat ze niet ondergedompeld blijven. Maar de dichtheid van dat zout is zo hoog dat bijna alles – behalve het staal natuurlijk – op het oppervlak blijft drijven. Blussen van een brand in heet zout moet je uiteraard niet met water doen. We beschikken over een BHV-plus-organisatie die op specifieke incidenten is voorbereid. Dat is de afdeling van mijn collega-veiligheidskundige, toevallig ook een dame. Zij gaat echter minder uren werken en ik juist een dag meer, dus ik ga me ook meer bemoeien met de brandpreventie en de incidentenbestrijding. Dan ga ik me ook dieper in de chemie van de mogelijke ontledingsreacties verdiepen en in de specifieke blusmiddelen en methoden, want daar heb ik nog onvoldoende tijd voor genomen.”

Wil je niet liever in deeltijd blijven werken?
Saskia: “Het nadeel van werken in deeltijd is dat je altijd dingen mist. Dat je na een dag afwezigheid bijgepraat moet worden of je eerst in moet lezen in achterstallige mail en memo’s. Veertig uur is goed te doen.”

Wat maakt dat je met plezier naar je werk gaat?
Saskia, lachend: “Dat is een suggestieve vraag. Je hebt al geconcludeerd dat dat zo is. Maar inderdaad heb ik lol in mijn werk en in de taken die er op me liggen te wachten. Ik heb leuke collega’s en werk bij een gezellig bedrijf waar ik iets wezenlijks toe te voegen heb. Ik ben momenteel bezig met de aanpassingen in de inspectierondes: de checklist voor de materiële omgevingsdingen gaat eruit. Een dergelijke lijst kun je afvinken zonder dat je ook maar iemand aan het werk hebt gezien, terwijl het werk véél belangrijker is dan de staat van de spullen. Boeiender ook. Ik zie de aandacht van de HVK in het algemeen verschuiven van puur HTS-achtige technische dingen naar de sociale kant, naar opleidingen, psychologie en manier van samenwerken. Daar doe ik aan mee.”

Hoe zit dat met die inspecties? Saskia van Dijk
Saskia: “Dat mogen geen droge vinklijstjes meer zijn of alleen maar kijken of een blusser nog bereikbaar is en of een nooduitgang niet is geblokkeerd. Het is praten met mensen, bezig zijn met veiligheidsgedrag. En het valt me alles mee hoe goed onze mensen zelf nadenken over waarom ze iets op een bepaalde manier doen. Inspecties zijn prima aanleidingen voor gesprekken over veilig werken. En soms gaan we daarna dingen anders doen. Bijvoorbeeld als mensen om procedures heen werken. Als PBM naar eigen inzicht worden toegepast of als ze via kanalen buiten inkoop om worden verworven. Daar hebben betrokkenen vast goede redenen voor, maar ik wil wel graag weten hoe het komt dat de PBM-verantwoordelijke wordt gepasseerd. Dan kunnen we het eens hebben over de waarde van de CE-markering en een handleiding inkijken, want dat doet niemand uit zichzelf. De PBM-beheerder doet dat wel, dus alleen daarom al is zijn rol nuttig. Soms zijn het gewoon communicatiehobbels waardoor dingen anders gaan dan we hadden bedacht. De nieuwe inspecties zijn veel meer gericht op de noden van het werk en het gedrag van de mensen dan op de heftruck die misschien wel een keer een stukje voor de nooduitgang staat. Dat moeten ze helemaal zelf voorkomen.”

Is er een boodschap die je graag mee zou willen geven?
Saskia: “Bedoel je een of ander wereldhervormend inzicht? Een opening in de troebele wateren? Dat willen we allemaal wel, maar dan moet ik je teleurstellen. Ik zie de wereld om mij heen als een sociaal samenspel van mensen. Mensen met allemaal hun specifieke motivatie, hun zin en soms hun tegenzin. Ik hoop dat het me ooit lukt om een veilige samenwerking met het benodigde overleg en wederzijds begrip helemaal vanzelf te laten plaatsvinden. Zodat ik mezelf weg kan saneren. Niet om weer honden te gaan trimmen, want hoe leuk dat ook is: er is geen droog brood mee te verdienen. Ik heb mijn draai gevonden als veiligheidskundige en er zullen nog genoeg HAZOP’s te doen blijven en veiligheidsstudies te verrichten. En ik kan altijd nog de studie oppakken, bijvoorbeeld om ook arbeidshygiënist te worden. Het is maar goed dat de utopie niet bestaat, want het streven ernaar is véél leuker.”
(MC)
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké