VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Over brandweerkunde en depersonalisatie: Sara Rubbens, HVK

Sara Rubbens"Even een mailtje afmaken, dan bel ik je terug." Sara Rubbens is HVK bij Brandweer Amsterdam Amstelland en schiet in die rol heen en weer tussen ‘horizontaal en verticaal overleg’, het schrijven van landelijke conceptrichtlijnen en fysiologisch-technische onderzoeken. En als de nekflap kriebelt weet de brandwacht Sara ook te vinden. Naar eigen zeggen is Sara 75% denker, en 25% doener, en de balans is belangrijk. Een Stokpaardinterview kan er nog net tussendoor, als ze even de open kantoortuin verlaat. In elk geval mengen er zich dan geen opdringerige brandweercollega’s in het gesprek. Ook klinken er geen luide alarmen op de achtergrond. Je zou het bijna een rustige ochtend kunnen noemen.

Biografie

Sara Rubbens (1975) is Vlaamse van geboorte, maar heeft zich al in 1994 in Amsterdam gevestigd, waar ze sociologie studeerde aan de UvA. Voor haar scriptie vergeleek ze de manier van werken bij de Amsterdamse en de Antwerpse politie. Bij beide organisaties liep ze drie maanden stage. Eenmaal doctorandus werkte ze enige tijd als secretaresse van de Belgische ambassadeur. Sara: "Machtig interessant, al die diplomatie, maar ik had op zeker moment wel genoeg van het politieke gekonkel." In die periode volgde ze de postdoctorale opleiding Politie- en Veiligheidsstudies en hoorde ze van een Europese stimuleringsregeling om meer vrouwen op de werkvloer te krijgen bij (onder andere) brandweerorganisaties. Hoewel ze principieel moeite heeft met dergelijke positieve discriminatie, leverde het haar samen met vier andere dames een baan op als brandwacht, uiteraard na de selectieprocedure en de voorgeschreven trainingen. De acceptatie ging niet als vanzelf, maar desondanks heeft ze het ruim tien jaar volgehouden in de uitrukdienst. In die tijd rondde ze ook haar postdoctorale studie af. Binnen de brandweer is ze in 2014 gepromoveerd tot 'Adviseur Brandweerkunde' en een jaar later begonnen aan de studie HVK (bij Kader).


Sara, voor de uitrukdienst was je nogal overgekwalificeerd. Toch heb je dat meer dan tien jaar volgehouden. Waarom je interne carrièreswitch?
Sara: "Overgekwalificeerd? In technisch opzicht bepaald niet. Maar het was gewoon mooi geweest met de onregelmatigheid. In het begin overheersten de spanning en sensatie, maar er komt een moment dat je het allemaal wel gezien hebt en dat je je gaat storen aan bepaalde loze meldingen. Toch denk ik dat je beter een paar keer teveel kunt uitrukken dan één keer te weinig. Ik merkte gewoon dat ik minder warm werd van het werken in de repressie en de onregelmatige werktijden pasten inmiddels ook wat slechter bij mijn thuissituatie. In 2014 nam onze vorige veiligheidskundige afscheid en kon ik die functie overnemen. Nu ben ik – op één niet-vakmatig werkzame MVK na – de enige veiligheidskundige bij ons korps."

In een beroepsgroep die zeer veel uiteenlopende gevaren actief tegemoet treedt lijkt me dat wat weinig.
Sara: "Er zijn bij de brandweer wel meer veiligheidskundigen, maar bij Amsterdam Amstelland ben ik inderdaad de enige. Voor technische dingen kan ik terugvallen op verschillende deskundigen. Gelukkig hebben we ook nog een arbodeskundige, een adviseur fysieke veiligheid en verschillende adviseurs gevaarlijke stoffen, want (lachend) ik heb scheikunde al snel moeten laten vallen. Maar zelfs zónder gevaarlijke stoffen heb ik bij de brandweer genoeg te doen. En als ik me als veiligheidskundige wat eenzaam voel dan heb ik mijn app-groepje met studiegenoten."

Waar ben je nu druk mee?
Sara: "Op dit moment ben ik bezig met het veilig werken met hoogteverschillen en de problematiek met valbeveiliging. De meeste harnassen zijn gemaakt van nylon, en dus niet geschikt voor gebruik bij hoge temperaturen. Ze moeten ook te combineren zijn met onze adembeschermingstoestellen en geschikt zijn voor het extra gewicht. Met een cilinder op je rug verplaatst zich ook het zwaartepunt. Na een onfortuinlijke val van een brandweercollega (van een hoogte van slechts twee meter zeventig) moeten we er op last van Inspectie SZW mee aan de slag. Dat is niet eenvoudig en landelijk een dilemma. We kijken naar allerlei opties, zelfs pakken met ingebouwd harnas. Ik ben geen voorstander van daklijnensets, want je weet maar nooit hoe stabiel constructies zijn en blijven en je moet ook deskundig zijn in je manier van bevestigen. Als we bij een brand zouden moeten kiezen tussen adembescherming en valbeveiliging dan gaat het ademluchttoestel wél voor. Naast valgevaar zijn hitte en rook belangrijke risico’s waar ik hard aan werk. Ik concentreer me nu op enkele kernthema’s, waaronder ook de warmtebelasting van de manschappen."

Door stralingswarmte of van binnenuit door de inspanning?
Sara "Beide. We hebben weer een heel hete zomer achter de rug en zelfs in kazernes is het dan warm. Collega’s beginnen dan al verhit aan hun werk. Voor beroepsbrandweerlieden kun je nog voorspellen in welke omstandigheden ze aan hun inzet beginnen, maar bij de vrijwillige brandweer weet je het niet. Sommigen zijn zich al een hele dag fysiek aan het inspannen en als ze worden opgeroepen scheuren ze zó naar de kazerne, soms nog in de overall of andere werkkleding, en daar gaat het uitrukpak dan overheen. Het is wel interessant om te zien dat er – ondanks identieke werkzaamheden – bij de vrijwillige medewerkers een andere voorbereiding aan voorafgaat."

Oververhitting is vorige week net opnieuw in het nieuws geweest; bij de Dam-tot-Damloop is in 2016 een slachtoffer gevallen door een verkeerde ehbo-actie.
Sara: "Ik heb van het geval met de isolatiedeken gehoord. Ik ben aan het nadenken of de brandweer bij grote sportevenementen een rol zou kunnen spelen bij het voorkomen van oververhitting. In elk geval kennen we het risico van extreme warmte uit ons eigen werk. Momenteel experimenteren we met Slush-Puppies, van dat mierzoete gemalen ijs, omdat je daarmee de kerntemperatuur van het lichaam heel snel kunt verlagen. Sommigen zijn daar enthousiast over, anderen vinden ze vooral niet te drinken zo zoet. En die suiker is nodig als antivries, anders heb je een keiharde bonk ijs. Daarvoor hebben we nog geen oplossing gevonden. Koelvesten? Die gebruiken we wel in de gaspakken maar niet onder de normale uitrukpakken en adembeschermingstoestellen. Het is lastig én ze voorkomen dat je de stralingswarmte van buiten ervaart. Dat heeft namelijk ook een alarmerende functie die ervoor zorgt dat je je tijdig terugtrekt. Soms zijn onze pakken al té goed en gaan mensen langer door dan verantwoord zou zijn. We gaan erg ver in ons onderzoek; zelfs de Vrije Universiteit werkt eraan mee. We doen daar nu onderzoek naar de effecten van de onderkleding.
Samen met de afdeling fysieke vaardigheden kijken we ook naar sporthorloges die je huidtemperatuur en je hartslag registreren en we zijn aan het onderzoeken of we de kerntemperatuur van het lichaam op afstand kunnen monitoren. De grens die we hanteren is 39 graden, wetende dat die nog doorstijgt als de inzet is beëindigd. In proeven met 'thermopillen' (kleine insliksensoren, red) blijkt dat de huidtemperatuur geen betrouwbare maat is voor de kerntemperatuur, vooral niet onder een pak. Daar zijn de algoritmen in de sporthorloges (nog) niet op berekend."

En fysieke belasting? Het tillen van slachtoffers matchte niet helemaal met de Arbowet. Als je daar niet mee mag oefenen dan is de kans groter dat je bij een calamiteit – als het echt moet – door je rug gaat.  
Sara: "Het tillen op zich is bij ons geen aparte training, maar fysieke belasting is onderdeel van het PPMO (Periodiek Preventief Medisch Onderzoek, ook wel 'Sporttest' genoemd, red). Daar worden allerlei fysieke prestatietests gedaan en er wordt ook geoefend met poppen van circa 80 kilo. We zijn het tillen waar dat mogelijk is aan het vervangen door slepen, omdat je daar je rug minder mee belast.”

Waar je nu mee bezig bent is dus vooral fysiologisch-technisch. Heb je ooit baat bij je opleiding sociologie in je huidige werk?
Sara: "Sociologische kennis kan heel handig zijn als je je met gedrag bezighoudt. Maar het omzetten van sociologische kennis naar daadwerkelijke gedragsverandering is niet gemakkelijk. Het doorzien van een mechanisme is niet hetzelfde als het actief beïnvloeden van gedrag. Ik kan er het meeste mee bij het onderwerp communicatie. Dat is ook meteen een prima onderwerp waar veel winst te behalen valt. Ken je Air Crash Investigation van Discovery? Dat laat prachtig zien hoe communicatiedrempels en -fouten tot ongevallen kunnen leiden, bijvoorbeeld omdat een co-piloot de gezagvoerder niet durft te corrigeren, terwijl hij weet dat die fout zit. Bij de brandweer heerst een sterk hiërarchische structuur en bij een inzet worden discussies en tegenwerpingen niet gewaardeerd. Het houdt de inzet op, dus je moet kunnen vertrouwen op korte commando’s en procedures. Maar ná een inzet is er wel ruimte voor inbreng en discussie op basis van gelijkwaardigheid. Voor ‘bakkeleien’ heb je bij een brand geen tijd; dat snapt iedereen. Dat bewaar je dus voor later. We kunnen daarbij heel mooi de CRM-technieken (Crew Resource Management) uit de luchtvaart inzetten."

Communicatie is niet alleen onderling, maar ook gewoon het bereiken van de brandwacht, bijvoorbeeld bij opleiding en instructie.
Sara: "Precies. We hebben te maken met een publiek dat weinig leest. In elk geval geen 'moeilijke teksten'. Ik weet dat de procedures die ik schrijf op de werkvloer zelden worden gelezen. Ze zijn dan ook meer bedoeld om te laten zien hoe je dingen hebt georganiseerd en als informatie voor instructeurs. Om ze over te brengen vertalen we ze liefst in iets visueels, in beelden. Verder laten we mensen zoveel mogelijk zelf ervaren en doen. En we herhalen veel. Dan doen we weer iets met geluidsbelasting of met de brancherichtlijnen voor het rijden met optische- en geluidssignalen. Nuttige onderwerpen genoeg, en je moet dat om de zoveel tijd herhalen. Maar het voornaamste inzicht is dat je niet over de mensen regeert zonder ze er zelf bij te betrekken. Dat betekent dat de veiligheidskundige een netwerker moet zijn. En om in een organisatie als de onze iets voor elkaar te krijgen moet je weten hoe het werkt. Als buitenstaander iets bereiken is heel lastig."

Hoe zit het met de psychologische kant van het werk? Je hebt zelf ervaren hoe het is om de gevolgen van rampen en incidenten te zien.
Sara: "Niet iedereen is geschikt voor het werk en mensen die er niet tegen kunnen stoppen ermee, liefst al via de eerste selectie of tijdens de opleiding. Je komt hoe dan in aanraking met slachtoffers en een van de mechanismen om daarmee om te gaan is 'depersonalisatie'. Je ziet degene die je redt dan als de pop waar je mee hebt geoefend. Dat defensiemechanisme komt op de buitenwereld heel hard over, zo heb ik ook ondervonden als ik vrienden over mijn werk vertelde. Natuurlijk is er interne nazorg: voor de psychologische kant van het werk hebben we een bedrijfsmaatschappelijk werker, dus dat is niet mijn primaire taak."

Hoe zit het met de RI&E bij de brandweer? Dat lijkt me wel een primaire taak van jou.
Sara: "Een brandweer-RI&E is heel uitgebreid, vooral omdat we nooit weten in welke omgevingen we terechtkomen. We kennen onze werkplek niet. Bijna alle risico’s die je in 'gewone' Ri&E’s tegenkomt zijn ook bij ons aan de orde. Eigenlijk hebben we twee RI&E’s, een ‘warme’ en een ‘koude’. De warme RI&E is voor inzetten onder tijdsdruk en de koude RI&E bevat alle – veel beter te inventariseren – risico’s buiten de inzetten om. De koude RI&E is geslonken toen we afscheid namen van onze eigen werkplaatsen: voertuigonderhoud doen we niet meer zelf en ook het ‘sleutelen en knutselen’ buiten kantoortijden is verleden tijd, hoe jammer velen dat ook vinden. De meeste machines zijn de deur uit. Ik vind de diversiteit in risico’s en werkzaamheden heel leuk en ja, dat ik anderhalf jaar werk heb aan het maken van de warme RI&E hoort daarbij. Ik wil voorlopig niet ruilen met de collega in het productiebedrijf."

Dus je bent gelukkig in je werk?
Sara: "Zeker. Ik moet veel schakelen tussen verschillende niveaus: als ik een ongevallenonderzoek doe ben ik niet alleen rechtstreeks met betrokken collega’s bezig, maar ik ben tegelijk ook aan het bedenken wat er aan toeval te wijten is en wat er structureel aandacht behoeft. Dat vertaal ik in beleid. Maar nu eerst eten, want dat is ook belangrijk. Als je als veiligheidskundige een afwisselende baan zoekt dan kan ik je de brandweer aanraden!"
(MC)
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké