VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Jacqueline van Kan: “Petrochemie kan een turnaround gebruiken”

Jacqueline van KanVan de olie- en gasindustrie valt een hoop te leren. Ere wie ere toekomt: de veiligheid zoals wij die kennen en toepassen is er uitgevonden. Maar als je koploper bent, heb je ook te maken met de wet van de remmende voorsprong. En met een loodzware erfenis van meer dan honderd jaar ingesleten procedures, gewoontes en mores. Alles overboord gooien en met een heel nieuwe cultuur weer opbouwen kan niet, want die cultuur zit niet alleen in de bedrijven, het procesmanagement en de veiligheidskundige modellen, maar ook in de mensen die er werken. Hoewel dat er steeds minder worden – vanwege de automatisering, maar ook door de recentelijk ingezette omslag naar groene, hernieuwbare energie – blijven de handjes en hersentjes nodig. Vooral tijdens de plantstop of turnaround (het periodieke groot onderhoud) zijn dat er een heleboel. Met Jacqueline van Kan als veiligheidskundig geweten. Je kunt het slechter treffen.

Biografie

De Maastrichtse Jacqueline van Kan is in 1962 geboren als dochter van een champignonkweker. Vader kweekte zijn waren in de mergelgrotten en bouwde (vanwege toenemend instortingsgevaar) in 1970 een kweekhuis. Mét een voor die tijd hypermoderne conservenfabriek. Dat Jacqueline in het bedrijf aan de slag ging was geen logische stap, want ze had een opleiding tot medisch secretaresse gevolgd. Toch heeft ze jarenlang met plezier gewerkt in het familiebedrijf. Zoals dat gaat, in de administratie, ze deed het klantcontact maar was ook bezig met de machines, de voedselveiligheid (HACCP) en raakte betrokken bij de veilige procesgang. Toen ze een vriend leerde kennen die veiligheidskundige was, raakte ze geboeid door het vak, vooral omdat je als veiligheidskundige mensen daadwerkelijk helpt. In 2011 werd het champignonbedrijf verkocht en ging Jacqueline zich bezighouden met kwaliteitsmanagement, projectorganisatie en veiligheid bij de Nederlandse spoorwegen en in de petrochemie. Ze is MVK geworden en heeft sinds 2017 haar eigen eenmanszaak, JVK-Safety. Aardig detail: haar zoon en haar twee dochters zijn ook veiligheidskundige.
 
Jaqueline, wat voor werk doe je op dit moment?
Van Kan: “Momenteel begeleid ik een turnaround in Rotterdam Botlek, waar 2500 man bezig zijn met groot onderhoud aan de raffinaderij, dit voor de duur van de stop. Aansluitend heb ik een volgende turnaround op Chemelot, vlakbij huis.”

Ik kan me voorstellen dat chemie en petrochemie vragen om technische kennis. Sorry voor het impliciete vooroordeel, maar beschik jij over de benodigde expert power?
Van Kan: “Natuurlijk moet je bekend zijn met de processen en installaties, met de techniek en gewoon met de locatie. Wat zit er waar, hoe is het terrein ingedeeld? Ik ben dan ook niet pas op de eerste dag van de turnaround aan de slag gegaan , maar had het geluk al een paar maanden eerder te kunnen beginnen voor een andere aannemer. In die periode heb ik de kans gekregen om het bedrijf en de medewerkers goed te leren kennen. Die expertise is een groot voordeel, maar misschien is het nog wel belangrijker dat je sociaal vaardig bent. Arbeidskrachten komen van heinde en verre en zijn doorgaans de Nederlandse taal niet machtig. Je hebt dus een voorsprong als je zelf meerdere talen beheerst en bereid bent de tijd te nemen voor goede instructie. Binnen de kaders die gesteld worden door je opdrachtgever en diens planning.”

En die zal heel strak zijn, want elke dag dat een shutdown langer duurt dan gepland is een extra kostenpost.
Van Kan: “Dat is zeker waar, maar toch moet je oog hebben voor de menselijke behoeften. Mijn volgende opdrachtgever, Sabic (bij Engie, red), heeft bijvoorbeeld tijd ingeruimd voor een dagelijkse werkbespreking met alle betrokken werknemers, en dat gaat heel dynamisch: iedereen stelt zich voor en vertelt wat hij doet. En daar komen nog genoeg nuttige punten uit voort. Als een schilder op een steiger werkt en de flensmonteurs zouden net daaronder aan het werk zijn, dan kan er soepel worden geschoven. In de meeting kan dan worden besloten om bepaald werk even op te schuiven of te verwisselen. Als er ergens een extra kraan of hoogwerker nodig is, dan wordt dat in overleg geregeld. Door dergelijke communicatie weten mensen wie er om ze heen aan het werk zijn, het is sociaal goed, creëert betrokkenheid en voorkomt ongevallen.”

Kan de petrochemie op dat punt leren van de energiesector?
Van Kan: “Dat denk ik wel. In de petrochemie zijn kaders beduidend strakker, op veel punten té strak. Het is supergestructureerd en helemaal dichtgeregeld. Statistieken, planningen en checklisten moeten kloppen. Elke aannemer op de plant moet per vijftig werknemers één veiligheidskundige hebben. Even zonder PBM werken en je vliegt eruit. Ook mijn takenpakket als ingehuurde ‘huisveiligheidskundige’ is precies vastgesteld, net als de kleur van mijn overall. Die is blauw, bij operators rood, enzovoort. Er zijn veel dingen waar ik me niet mee mag bemoeien, terwijl dat misschien heel nuttig zou zijn. De cultuur kent uitwassen waar ik me over op kan winden: ik moet bijvoorbeeld dagelijks twaalf zogenaamde LPS-kaarten (Loss Prevention System) invullen. Alsof ik elke dag precies twaalf onveilige situaties of handelingen zie. Maar ik word er wel op afgerekend als ik mijn quotum niet haal. Dat is schrijnend en draagt in mijn optiek niet bij aan de veiligheid op de plant. Maar ook ik heb me neer te leggen bij de structuren en de cultuur zoals die nu is, wil ik me niet onmogelijk maken.”

Jij moet zorgen dat iedereen volgens de regels werkt.
Van Kan: “Ja, en aan de kwalificaties voldoet. VCA-basis is bijvoorbeeld vereist. Ik wil me vooral niet autoritair opstellen; het contact moet wel gezellig blijven. Er zijn mensen die bij een wat bruuske benadering meteen dichtklappen. Hoe dat werkt ga je op den duur aanvoelen. Soms sta ik bewust heel hard te praten tegen iemand die zijn gehoorbescherming niet in heeft. Op zeker moment valt het kwartje dan wel. Het is boeiend om te zien hoe verschillend culturen kunnen zijn. In Nederland zijn we eigenlijk tamelijk bot en onbeleefd. Kijk hoe men zich in België gedraagt: daar stel je je netjes voor en schud je de hand van je collega. Van Hongaren en Duitsers krijg ik ook altijd netjes een handje. Nederlanders onderling doen dat niet. Met meer dan tien nationaliteiten op de plant is het een hele opgave om iedereen de juiste instructie te geven. Het aanbod van werknemers op de arbeidsmarkt is krap. Vroeger kwamen de arbeiders vaak uit Polen, nu meer uit Rusland, Hongarije, en Roemenië. Men komt van steeds verder. Je hebt daardoor te maken met mensen die dingen heel anders doen dan wij gewend zijn. Je moet ze informeren over onze regels en gebruiken. Corrigeren moet je op gepaste manier doen, want ze zijn er helemaal van overtuigd dat ze het goed doen.”

Heb je wel eens een ongeval mee moeten maken?
Van Kan: “Niet bij mijn huidige opdrachtgever, maar in het verleden heb ik het in België mis zien gaan. Een ploegje buitenlandse medewerkers moest een ‘pakking steken’ in een benzeenleiding. Benzeen is kankerverwekkend. Bij het lossen van de flensbouten bleek die leiding niet leeg. De mannen waren letterlijk doorweekt. Geen chemopak, geen gelaatsscherm. Er was zelfs geen nooddouche in de buurt. Ik heb ze in hun besmeurde kleren in de auto gepropt en afgevoerd naar de EHBO-post. Ze hebben naderhand verschillende bloedonderzoeken ondergaan in het ziekenhuis. Na een half jaar bleken ze gelukkig schoon.”

Met welke praktische zaken heb je te maken bij een turnaround?
Van Kan: “Een heleboel. Om te beginnen komen die 2500 man bij mijn huidige opdrachtgever allemaal met de auto, en daar is onvoldoende parkeergelegenheid voor. De opdrachtgever heeft daarom een maandelijkse loting voor de parkeerplekken. Ook ik doe mee. Nu heb ik het geluk gehad dat ik vlakbij mag parkeren, maar volgende maand kan het zijn dat ik veertien kilometer verderop mag staan en met een pendelbus op en neer moet. Dan moet ik nóg wat vroeger van huis. Ik moet goed de weg weten op het terrein, weten waar meetkamers zijn, waar procesinstallaties zich bevinden en waar men zich moet melden voor bijvoorbeeld werkvergunningen. Verder heb ik te maken met de complexe werkorganisatie. Het is een soort mierenhoop die nogal wat coördinatie vergt. Driekwart van de fabriek ligt stil. Het merendeel van de installaties is dus vrijgesteld, delen zijn ingeblokt, gespoeld en de besloten ruimten worden vóór de werkzaamheden gemeten en vrijgegeven. Desondanks moeten werknemers weten wat er voor restrisico’s zijn, welke procedures ze moeten volgen en hoe ze zaken controleren. Ik heb te maken met Deltalinqs-instructie, toolboxmeetings, PBM, gasdetectie, enzovoorts. Voor de toolboxen heb ik heel mooie filmpjes in een heleboel talen. Die maken meer indruk dan lange verhalen in een slecht begrepen taal. Het taalprobleem is voor een deel beheerst door de eis dat elke groepsleider minstens het Engels of het Duits machtig moet zijn. Wat ik dan hoop – en waarop ik moet toezien – is dat die voorman ook voldoende moeite doet om de informatie over te dragen aan de anderen. Hoewel ik me goed red in vijf talen is dat nog lang niet voldoende. Het is onmogelijk om álle talen die er op de werkvloer gesproken worden te beheersen.”

Ervaar je het als een voordeel dat je een vrouw bent in een door mannen bevolkte omgeving?
Van Kan: “Misschien wel. En mijn Limburgse accent valt meestal ook wel goed. Ze vragen me soms om iets in het Limburgs te zeggen omdat het zo mooi zacht klinkt. Maar ik ben over het algemeen heel blij dat ik met mannen mag werken. Die werken met hun handen, ze zijn opener in hun werk en zeggen tenminste direct waar het op staat. Ook als iets ze niet bevalt. In de vrouwenwereld heb je meer kans dat je allerlei wrevel later via een omweg terugkrijgt.”

Heb je ooit iemand moeten wegsturen?
Van Kan: “Ik heb wel eens meegemaakt dat een werknemer een LOTOTO-slot van een veiliggestelde installatie had verwijderd; gewoon doorgeknipt omdat hij er iets aan moest doen. Zoiets doe je niet, want je brengt er willens en wetens mensen mee in gevaar. Op de tag staat wanneer en door wie die is aangebracht, dus áls je al de behoefte voelt om hem te verwijderen, dan neem je eerst contact op. En dan nóg. LOTOTO is er niet voor niets. De medewerker mocht vertrekken.”

Jij kent dus de petrochemie en de wereld van de champignonkwekers. Wat in de petrochemie in overvloed geregeld is, kent de agrariër doorgaans nog niet. Ook daar zou wat kruisbevruchting mogelijk zijn.
Van Kan: “We blijven leren, maar elke branche blijkt vooral te leren van zijn eigen fouten. Als ik terugkijk naar de champignonkwekerij, dan zijn daar ook activiteiten en processen met grote risico’s. LOTOTO loont bijvoorbeeld bij het ‘doodstomen’ van compost. Die compost wordt zes weken gebruikt en verliest dan zijn kracht. De hele kweekcel wordt dan verhit tot honderd graden en verandert in een groot stoomhuis. Er zijn al kwekers doodgebleven na betreding van zo’n stoomhuis, bevangen door hitte en zuurstofgebrek. Pas ná dergelijke incidenten zijn er brede maatregelen ingevoerd.”

Ten slotte: wat zou je graag willen veranderen?
Van Kan: “Ik ben ervan overtuigd dat een persoonlijkere benadering met meer doelmatige instructie helpt. Wat meer menselijk overleg in gewone taal en betere informatie over de context van het werk en de risico’s zou zeker geen kwaad kunnen. Dat dat meer tijd kost is waar. Maar je verdient het terug. Ik wil mensen beter kunnen benaderen. Dat is sociaal gunstig en het vergroot de betrokkenheid bij het werk. En het voorkomt ongevallen: dat is waar we allemaal naar streven.”
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké