VK-stokpaardVK-stokpaard

VK-stokpaard is het open spreekgestoelte van DeVeiligheidskundige. Een vrijplaats waar een genodigde veiligheidskundige zijn of haar zegje mag doen, met onze redactionele steun. De spreker mag het stokpaard doorgeven, vóór of na zelf te hebben gesproken. Liefst erna.
Lees meer

Ingeborg Goutbeek: “Geen ‘ja en amen’ tegen de Arbeidsinspectie”

Ingeborg GoutbeekKAM- en MVO-medewerker Ingeborg Goutbeek (MVK) heeft van nature geen last van schuchterheid. Ook niet als Inspectie SZW op een van ‘haar’ bouwlocaties ten tonele verschijnt om een boete aan te zeggen wegens vermeende overtreding van de Arbowet of na een arbeidsongeval. Dat is gelukkig geen dagelijks fenomeen. Goutbeek: “Het is goed dat er een Arbeidsinspectie is, maar als ik denk dat ik in mijn recht sta, ga ik wel de confrontatie aan.”

Biografie
Ingeborg Goutbeek (1980) maakte na haar middelbare school de keuze om een opleiding dierverzorging/veehouderij te volgen. Die branche bracht niet de uitdaging die ze zocht. Werk was er voldoende, maar vooral voor vrijwilligers en het uitmesten van stallen gaat na verloop van tijd vervelen. De opleiding kwam wel van pas in de hippische hobbysfeer en met haar tractorrijvaardigheid scoort ze nog steeds. Na een hbo-opleiding HRM volgde een carrièresprong: ze werd P&O-adviseur bij een jobcoachingsbedrijf. Coach van de coaches. Toen er bij het bedrijf moest worden afgeslankt werd ze postbesteller, aangevuld met het onbezoldigd voorzitterschap van een rijvereniging, want alles is beter dan stilzitten. Drie jaar geleden begon ze in de KAM-sfeer, toen ze een baan aangeboden kreeg bij Bouwgroep Dijkstra Draisma. Daarvoor moest ze wel een opleiding tot middelbaar veiligheidskundige volgen, die ze in 2015 heeft afgerond. Daar heeft ze nog steeds geen moment spijt van.


Wat doe je bij de bouwonderneming?
Goutbeek: “Ik werk sinds 2014 bij Bouwgroep Dijkstra Draisma, een Friese bouwonderneming die vooral werkt in Friesland, Groningen, Drenthe en Noord-Holland. We hebben ongeveer 300 vaste werknemers en 75 inhuurkrachten. Die verhouding is prima. Het is een familiebedrijf en het uitgangspunt is dat als iemand bevalt, er een vast dienstverband wordt aangeboden. Ik voel me helemaal op mijn plaats en krijg de ruimte die ik graag heb. Het is prachtig om inbreng te mogen hebben in diverse beleidsaspecten en de directie en het MT zijn oprecht gemotiveerd om in de veiligheid en het personeel te investeren.”

Hoe is je werkgever bezig met veiligheid?
Goutbeek: “Wat ik zeg: oprecht. Dat we MVO-gecertificeerd zijn helpt. Maatschappelijk verantwoord ondernemen betekent dat je ook investeert in je personeel. Ik probeer momenteel samen met mijn HRM-collega een cursus Nederlands van de grond te krijgen, speciaal voor medewerkers die moeite hebben met lezen en schrijven. We denken dat dit met name de ambachtelijke doeners op de bouwplaats – de gemiddelde timmerman is nu eenmaal geen lezer – kan helpen, ook bij het maken van een VCA-examen. Ik hoop dat het aan gaat slaan, maar dat merken we pas als we het gaan communiceren en de uitnodigingen versturen. Dat willen we bewust per brief doen, en we richten ons dus ook tot de partner die thuis de post voorleest. Dat een partner alles voor moet lezen en regelen komt meer voor dan je denkt.”

Zijn jullie VCA-gecertificeerd?
Goutbeek: “Ja. Met twee sterren, want we zijn doorgaans hoofdaannemer. We hebben net besloten de examens VCA naar voren te trekken. De grootste groep moet pas in 2018, maar omdat vanaf september de examens alleen nog achter de computer kunnen worden afgelegd en we nog niet weten hoe de nieuwe vragen eruit gaan zien, bieden we de medewerkers de mogelijkheid om het dit jaar al te doen.”

Een van jouw docenten bij Copla, Rick van der Heide, had jou genomineerd als stokpaardruiter. Waarom?
Goutbeek: “Dat weet Rick het beste, maar ik neem aan dat het vanwege mijn ervaringen met Inspectie SZW is. Wat hij toejuicht, en ook overbrengt aan de aspirant-veiligheidskundigen, is dat je voor je rechten mag strijden en niet alles wat de Arbeidsinspectie signaleert voor zoete koek moet aannemen. Ik ben in ons bedrijf de aangewezen contactpersoon en ben ook gemachtigd om verklaringen af te leggen en boetes in ontvangst te nemen. Formeel is de directeur de geadresseerde, maar onze directeur heeft mij gemachtigd. Ik heb meer tijd en ruimte om alles rondom een ongeval of vermeende overtreding tot op de bodem uit te zoeken en hierop te reageren. Onze directeur is wel nauw betrokken bij dit proces, maar denkt dat ik – om het zo te zeggen – kwaliteiten heb die mij geschikter maken voor het vervullen van die rol.”

Heb je vaak te maken met de Inspectie?
Goutbeek: “Vrij regelmatig. Hoe groter je bedrijf is, hoe vaker je ermee te maken krijgt. De Arbeidsinspectie verschijnt soms op een bouwlocatie, aangekondigd of niet. Meestal spontaan. Ze melden zich bij de uitvoerder en kijken rond. Iedereen weet wat de inspecteurs wel en niet mogen doen, dat ze recht op toegang hebben en bijvoorbeeld om legitimatie mogen vragen. Daar hebben we namelijk een eigen toolbox over. Als ze zaken zien die niet in de haak zijn dan is de uitvoerder hun aanspreekpunt. De uitvoerder kan mij bellen voor overleg en ondersteuning. Ik zeg altijd dat hij zich rustig moet houden en moeilijke discussies beter niet aan kan gaan, zelfs als hij volkomen gelijk heeft. De inspecteurs mogen  hun zienswijze op papier zetten, dan reageer ik wel op schrift. Helaas is de Arbeidsinspectie tamelijk zwart-wit in hun beoordelingen. Als een inspecteur iets ziet dat niet ‘past’, dan wordt dat gesignaleerd en vervolgens bij mij over de schutting gegooid. Dat kan frustrerend zijn. De vraag ‘hoe moet ik het dán doen’ mag ik zelf beantwoorden. Ik zou graag wat meer samenwerken met de Inspectie, zodat we samen de veiligheid in de bouw verder kunnen verbeteren. Nu is het te vaak een welles-nietes discussie terwijl we beter energie kunnen steken in het oplossen van de oorzaak.”

Kun je een voorbeeld geven van een aanvaring met de Arbeidsinspectie?
Goutbeek: “We kregen een brief dat ons standaard V&G-plan uitvoeringsfase niet deugde. Ik heb daarop dat plan laten toetsen door een HVK en die concludeerde  dat er echt niets ontbrak. Daarna heb ik de betreffende arbeidsinspecteur opgebeld met de vraag wat er dan precies niet deugde. Dat bleek hij in de brief niet juist te hebben geformuleerd. Het ging meer om de opbouw en de omvang van het document dan om de inhoud. ‘Te veel formulieren’, was het meest concrete commentaar. Toen ik vroeg welke formulieren dan volgens hem overtollig waren, moest hij bekennen dat er inderdaad niets kon worden geschrapt. Aan de vorm hebben we nog iets kunnen verbeteren en het is nu toegankelijker. Het aardigste was dat de arbeidsinspecteur toegaf dat I-SZW inderdaad soms wat vaag was. Het voorval heeft ons echter wel aan het denken gezet en het heeft geleid tot een eigen app, waarmee het basis-V&G-plan is gelinkt aan de zeswekelijkse planning. Als een uitvoerder zijn planning maakt of aanpast, dan rolt daar meteen een risico-inventarisatie uit op basis van de STABU-codes voor de werkzaamheden. Die RI&E kan meteen worden gemaild aan onderaannemers. Alles staat in de cloud en dat werkt heel overzichtelijk, ook voor de werkvoorbereiders. In feite hebben zij de beschikking over een automatische checklist voor alle veiligheidspunten. Die wordt wel nagezien en eventueel aangevuld, want er zijn altijd zeldzame activiteiten of combinaties die het systeem nog niet kent.”

Dat pakte dus gunstig uit. Wat gebeurt er bij een meldingsplichtig ongeval?
Goutbeek: “Ook dat heb ik helaas moeten ervaren. Zodra er sprake is van ernstig letsel of een ziekenhuisopname dan moet je dit melden via 0800-5151. Ik heb twee praktijkgevallen meegemaakt waarbij er een boete werd aangezegd. Eentje was op een Waddeneiland, waar een werknemer zich met de flex (haakse slijpmachine, red.) in zijn rechter wijsvinger had geslepen. De vinger was er bijna af, en dan word je met een helikopter naar het ziekenhuis gebracht. ‘Geen traumaheli’, zei ik erbij tegen de Arbeidsinspectie, want het klinkt al ernstig genoeg. Hoe het precies heeft kunnen gebeuren met een flex met zijhandgreep is me nog steeds een raadsel. De arbeidsinspecteurs ter plekke vroegen waarom er geen rvs-gaashandschoen, je weet wel, zo’n maliënkolder-slagershandschoen was gebruikt. Die heb ik in de bouw nog nooit gezien en bovendien zijn handschoenen bij draaiende of grijpende delen uit den boze. Op zo’n moment moet je een uitvoerder echt dwingen om zich te beheersen. Als het in de brief komt dan ga ik er wel mee aan de slag. Dat ongeval had een aardige staart, maar een goede afloop. We kregen een boete, en ik heb schriftelijk bezwaar aangetekend. Je moet wel eerst betalen, maar je mag je bezwaar komen toelichten tijdens een hoorzitting op het hoofdkantoor in Den Haag. De oorspronkelijke ambtenaar die de zaak heeft geïnspecteerd en onderzoek heeft gedaan is daar niet bij; die heeft het dossier overgedragen. Het duurt minimaal een jaar voordat er een definitieve beslissing valt. Dat heeft te maken met het begrip ‘blijvend letsel’. Of daar sprake van is, kun je niet direct constateren. In dit geval had SZW helemaal niet gecontroleerd of er blijvend letsel was, ze namen het gewoon aan. Ik wist dat dat gelukkig niet het geval was, er was alleen een litteken. De werknemer vertelde mij dat hij geen contact had gehad met SZW. Dit heb ik onder andere gebruikt in mijn bezwaar. Hoe dan ook, mijn bezwaar scheelde ons bedrijf een boete van 5.000 euro.”

Zit je veel achter je computer?
Goutbeek: “Momenteel  heel veel vanwege het opzetten van een nieuw kwaliteitsmanagementsysteem.  Maar ik kom zoveel mogelijk op bouwplaatsen. Als de Arbeidsinspectie een boete komt aanzeggen dan doen ze dat ook op locatie en ze verwachten dat je aanwezig bent om die boete in ontvangst te nemen en een verklaring af te leggen. Ik adviseer werkgevers en collega-veiligheidskundigen om bij een boete alleen een schriftelijke verklaring af te leggen. Dat voorkomt emotionele taferelen en je komt beslagen ten ijs. Je moet eerst weten wat er precies aan de hand is; laat je niet verleiden om voorbarige conclusies te trekken. Er wordt soms van je verwacht dat je al allerlei uitspraken doet terwijl je vaak nog niet eens weet hoe het met je werknemer is. Wat ik dus doe na een ongeval, is rammen. Op mijn toetsenbord, bedoel ik. Alles wat ik heb gezien, gehoord en weet zet ik in klad op papier. Pas na eigen ongevallenonderzoek bepaal ik wat ik in welke bewoordingen in mijn verklaring zet. Ik kijk wat de betrokkene aan instructie heeft gehad, wat er over het onderwerp in onze RI&E staat, enzovoort.”
  
En dan?
Goutbeek: “Dan krijg je bericht uit Den Haag. Als je die boete krijgt dan kijk je goed naar het wetsartikel, onderzoekt welke matigingsgronden er van toepassing zijn en je maakt bezwaar. De vijf  algemene matigingsgronden zijn (1) de vooraf genomen maatregelen op grond van een risico-inventarisatie, (2) of de randvoorwaarden voldoende zijn zoals bijvoorbeeld de verstrekte PBM’s, (3) de gegeven instructies, (4) adequaat toezicht en (5) overige inspanningen van de werkgever. Elke matigingsgrond kan, als ze het toekennen, een vijfde van de boete schelen. Ik maak zelf een gemotiveerd lijstje waarin ik puntsgewijs opsom waarom de betreffende matigingsgrond van toepassing is en sluit documentatie bij. Dat mag je eventueel komen toelichten in een hoorzitting. Je krijgt dan twee of drie man tegenover je en het kan er nogal juridisch aan toe gaan. Ik neem mijn KAM-collega mee naar Den Haag en we hebben al twee keer succes gehad.”


Heb je praktische tips voor collega’s die in hetzelfde schuitje zitten?
Ingeborg Goutbeek
Goutbeek: “Zoals gezegd: Geef nooit een mondelinge verklaring af bij een ongeval, maar doe dit altijd schriftelijk na je eigen onderzoek. Het zou minder kies zijn om verdere details over specifieke ongevallen te vertellen, maar ik heb wel een aardig puntje dat te maken heeft met recidive. Bij herhaalde constatering van een bepaald feit gaat de boete omhoog, en men kijkt nu vijf jaar terug. Dat was voorheen drie jaar, wat ik redelijker vind. In vijf jaar verandert en gebeurt zo veel dat je echt niet meer gespitst bent op dat onderwerp, al heb je destijds nog zoveel geleerd van die eis, de boete of het ongeval. Maar goed: wij kregen een hogere boete omdat we twee keer eerder een eis op eenzelfde overtreding hadden gehad. Op andere projecten en met andere betrokkenen. Als je weet dat een bouwproject dat langer dan een half jaar heeft geduurd geldt als zelfstandige locatie, dan mag voor een eis elders in je bedrijf dus niet de recidiveregeling en de vermenigvuldigingsfactor worden toegepast. Dit heeft ons toen veel geld gescheeld. ”

Je maakt zo te horen niet direct vrienden bij de Inspectie. Vind je dat geen probleem?
Goutbeek: “Dat er een Arbeidsinspectie is vind ik prima, maar ik kom wel op voor de rechten van mijn werkgever en werknemers. Het moet redelijk blijven. Zo vind ik het wrang dat er soms een zzp’er aan de andere kant van de straat los op het dak staat terwijl de arbeidsinspecteur bij ons naar een vinkje op een steigerkaart komt kijken. Die zzp’er stond niet op de inspectielijst. Het doet zeer om je bij voorbaat al een zware crimineel te moeten voelen terwijl je er alles aan doet om veilig te werken. Wij tenminste wel, en dat zeg ik meteen als compliment aan al onze medewerkers.” (MC)


Home
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké