'Risico's asbest vaak overschat, maar bescherming blijft nodig'

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de risico’s op kanker na blootstelling aan asbest vaak kleiner zijn dan gedacht. Vooral voor incidentele blootstellingen, zoals bij branden, is de kans op gezondheidsschade klein. Voor saneerders, die dag aan dag blootgesteld worden, is bescherming echter onverminderd noodzakelijk. Geen paniek bij asbest lijkt dus de boodschap, maar we moeten wel voorzichtig blijven in de bouw.

Samenvatting onderzoek
In het onderzoek, dat uitgevoerd is door onder andere TNO en de Universiteit Utrecht, zijn verschillende scenario’s onderzocht waarin mensen blootgesteld kunnen worden aan asbest. De gevonden blootstellingen zijn vervolgens gerelateerd aan een risico om als gevolg van deze blootstelling kanker te krijgen. Tegelijk is door middel van een vuistregel uitgerekend hoeveel kosten gerechtvaardigd zouden zijn om dit risico te verkleinen. Zo kon bepaald worden welke beschermingsmaatregelen economisch gezien gerechtvaardigd zijn bij de gegeven blootstellingen. Uiteindelijk blijkt dat eigenlijk alleen bij werknemers die veelvuldig aan asbest zijn blootgesteld, zoals saneerders, strenge beheersmaatregelen nodig zijn.

Kanttekeningen bij onderzoek
Nu past dit onderzoek goed in een trend waarin gevraagd wordt naar risico-gestuurde maatregelen en niet meer naar regel-gestuurde maatregelen. Oftewel: je moet doen wat nodig is en niet wat de regels voorschrijven. Maar het is wel goed om toch een paar kritische kanttekeningen te plaatsen bij dit onderzoek. Zo wordt er al terecht op sociale media geschreven dat dit onderzoek met nogal wat onzekerheid gepaard gaat. Voor veel scenario’s is maar een klein aantal metingen beschikbaar. En bij elke berekening die je maakt, zit er nu eenmaal een beetje onzekerheid in. En zoals in elk onderzoek zijn er ook aannames gemaakt. Terecht rekenen de onderzoekers bijvoorbeeld met protectiefactoren voor de verschillende ademhalingsbeschermingsmiddelen. Maar een filtermasker dat in het laboratorium een 1000-voudige bescherming biedt, functioneert alleen als men het op de juiste manier gebruikt. En als we laconiek worden over bescherming bij asbest, dan ligt het gevaar op de loer dat we onszelf uiteindelijk toch aan gevaarlijk hoge concentraties gaan blootstellen.

Hoe zat het ook alweer met kankerverwekkende stoffen?
Als het gaat om het beheersen van risico’s van kankerverwekkende stoffen dan zegt de arbowet dat een bedrijf niet op basis van economische motieven een lagere mate van bescherming mag aanbieden. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat een bedrijf geen persoonlijke beschermingsmiddelen mag uitdelen als er ook technische maatregelen mogelijk zijn om de blootstelling (collectief!) te verlagen. Maar hoe kunnen we dat nu rijmen met het uitgevoerde onderzoek? Daar wordt toch de vraag centraal gesteld hoeveel geld beheersmaatregelen mogen kosten? En was het niet zo dat één enkele asbestvezel al kanker kon veroorzaken?
Misschien wel. Van sommige stoffen is bekend dat ze schade aan het DNA veroorzaken en één mutatie op een cruciale plek in het DNA kan een kettingreactie in gang zetten die uitmondt in een tumor. Kanker dus. Maar kan één asbestvezel dat? Dat is lastig onderzoeken maar het lijkt niet waarschijnlijk. Asbest komt namelijk, net als bijna alle andere stoffen, ook in lage concentraties in de buitenlucht voor. Als deze lage concentraties al kanker kunnen veroorzaken, dan is de kans daarop enorm klein. Anders zouden er namelijk veel meer “spontane” gevallen van asbestkanker onder de bevolking moeten voorkomen.
Maar stel dat één enkele asbestvezel kanker kan veroorzaken. De kans dat dat gebeurt, is waarschijnlijk enorm klein, maar neemt toe bij iedere extra vezel waaraan men blootgesteld wordt. Oftewel: hoe hoger de blootstelling, hoe groter de kans op kanker. Maar wat is nog acceptabel? Iedereen neemt risico’s in het leven. Het woon-werkverkeer is levensgevaarlijk en zou verboden moeten worden. En toch doen we er aan mee, we accepteren het risico op een ongeluk met alle gevolgen van dien. In de arbosfeer zijn hier afspraken over gemaakt en deze worden in het TNO-onderzoek ook uitgelegd. Afgesproken is dat we voor kankerverwekkende stoffen accepteren dat ieder jaar maximaal één op de tienduizend werknemers ziek wordt van die betreffende stof. Er vanuit gaande dat mensen 40 jaar lang blootgesteld zijn, is het dus acceptabel dat één op de tweehonderdvijftig werknemers na 40 jaar kanker krijgt. Of: dat iedere werknemer een kans van één op de tweehonderdvijftig heeft om ziek te worden: 0,4 % dus.

Wat betekent dit onderzoek voor de bouw?
Voor mensen die incidenteel blootgesteld worden (en dus niet 40 jaar lang) komt de kans dat zij kanker krijgen volgens het TNO-onderzoek niet in de buurt van die 0,4% en zou er dus wel soepeler met bescherming omgegaan kunnen worden. Voor asbestsaneerders ligt dit echter anders, als zij zich niet goed beschermen is de kans op asbestkanker onacceptabel hoog. Ook voor onderhoudsmedewerkers geldt dit, als zij tenminste een dagdeel per week met asbest werken.
Wat nu? Betekent dit nu dat we in de bouw ook zelf wel incidenteel dat plaatje asbest kunnen verwijderen? Dat scheelt een hoop euro’s en die kunnen we goed investeren in preventieve maatregelen bij andere gevaarlijke stoffen, zoals kwartsstof… ook een kankerverwekkende stof.
Laten we dat nog maar even niet doen. Dit onderzoek biedt een interessant tegengeluid tegen de knellende regels die nu in de asbestbranche gelden maar maakt onverminderd duidelijk dat asbest een stof is waar we niet lichtvaardig mee om kunnen gaan. Laten we nog even afwachten welke ontwikkelingen mogelijk door dit onderzoek in gang gezet worden. Tot nader order gelden dus gewoon de regels zoals die nu ook gelden en blijft asbest verwijderen een kostbare zaak.

En dan nog dit…
Goed, we moeten pragmatisch blijven en ieder risico uitsluiten is onmogelijk. Maar wat nu als jij die ene op de tweehonderdvijftig werknemers bent die ziek wordt? De kans is dan wel 0,004%, maar als het jou betreft dan doet kansrekening er ineens niet meer zoveel toe. Of het moet gaan om de kans dat je het gaat overleven. En die is voor asbestkanker helaas nog bedroevend klein: vijf jaar na diagnose leeft nog slechts minder dan 10% van de patiënten. Alle reden dus om zoveel mogelijk de veilige kant van de lijn om te zoeken.

Lees de complete blog van Johan Timmerman, specialist arbeidsepidemiologie.

Bronnen: IKNL en Volandis
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké