Europees Parlement: arbowetten zijn er ook voor flexwerkers en zelfstandigen

Vlak voor zijn aftreden vroeg minister Asscher (SZW) de SER om advies over het toepassen van het arbeidsrecht op nieuwe typen arbeidsrelaties. De EU is al wat verder. Er tekent zich consensus af over het feit dat aanbieders van flexwerk, waaronder digitale platforms, geen status aparte toekomt.

"Flexwerk: een onbeteugelde bron van onveiligheid?" kopte deveiligheidskundige.nl twee maanden geleden. Aanleiding was het mislukken van besprekingen over een nieuw sociaal akkoord waarin de groei in het flexwerk zou kunnen worden beteugeld. We droegen argumenten aan voor de stelling dat  daarvoor vanuit een oogpunt van arbeidsveiligheid wel wat te zeggen zou zijn.    
Toen we dat schreven, wisten we nog niet dat diezelfde zorg bij Nederlandse en Europese beleidsmakers tot initiatieven zou leiden.

Langlopende trend
In Nederland gebeurde dat half oktober. Vlak voor zijn afscheid verzocht de toenmalige minister van SZW, Lodewijk Asscher, de SER om een verkenning van de gevolgen van de ontwikkelingen in arbeidsrelaties voor de gezondheid en de veiligheid van werkenden. Daarmee doelt hij niet alleen op flexwerk. Asscher noemt ook robotisering en digitalisering, en de opkomst van een "kluseconomie" waarin arbeid via het web wordt verhandeld, opgedragen en soms ook verricht. Als voorbeelden noemde hij Uber, Deliveroo en Helpling. Diezelfde namen vielen ook veelvuldig op een hoorzitting die de Tweede Kamer op 15 november over de platformeconomie hield. 
Als het aan Asscher ligt, gaat de SER verder dan het opstellen van een simpele inventarisatie. Er zal nagedacht moeten worden over de vraag of de huidige regelgeving voor gezond en veilig werken in de toekomst nog wel toereikend is voor alle werkenden. Er zijn langlopende trends gaande die verandering brengen in de samenstelling van de werkzame beroepsbevolking: het aandeel van de werkenden met een contract voor onbepaalde tijd daalde van 69 procent in 2007 naar 61,4 procent in 2016. Het aandeel van de zzp'ers steeg in vrijwel dezelfde periode van 9,3 naar 12,2 procent. En in die cijfers komt de opmars van de kluseconomie nog niet eens volledig tot uiting.
Sinds Asscher deze cijfers opschreef, is gebleken dat het aantal werknemers met een vast contract weer wat stijgt, maar niet ten koste van het aandeel van de flexkrachten en zelfstandigen. Die samenloop kan worden verklaard door het feit dat er niet alleen meer werk is, maar ook meer mensen die zich daarvoor op de arbeidsmarkt aanmelden, na een (soms lange) periode waarin ze daarvan wegbleven.

Op scherp
Ook op Europees niveau heeft de samenhang tussen flexibilisering en (on)veiligheid voor nieuws gezorgd:  de publicatie van een nieuw rapport van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA), "De impact van de online economie op de veiligheid en gezondheid op het werk in goede banen leiden". Die titel dekt de lading maar gedeeltelijk, want het rapport gaat ook in op fenomenen zonder directe relaties met digitalisering,  zoals flexwerk in het algemeen. Maar dat is nu eenmaal wat online platforms als Uber en Deliveroo doen: ze zetten de discussie over het hele arbeidsrecht op scherp. Volgens de opstellers van het rapport komt dat mede door het regelmijdende gedrag van die platforms, en niet alleen door het feit dat hun model zo innovatief is. Een andere reden is het feit dat hun werkers in menig opzicht vergelijkbare kwetsbaarheden vertonen als andere flexwerkers en 'afhankelijke zelfstandigen'. Ze zijn gemiddeld jonger, ontvangen minder training, maken geen deel uit van grote organisaties waar veel dingen goed geregeld zijn, en staan onder relatief hoge prestatiedruk door stukloonsystemen.  

Verschillende modellen
EU-lidstaten gaan op verschillende manieren met de opkomst van nieuwe arbeidsrelaties om. Sommige passen gewoon hun hele arbeidsrecht ook toe op werkers met niet-reguliere contracten, al dan niet met de juridische constructie van het "weerlegbaar vermoeden". Door die constructie is het aan de werkverschaffer om met opgave van redenen aan te tonen dat het gewone arbeidsrecht níét van toepassing behoort te zijn. Nederland behoort tot deze categorie landen. Dit vereist wel veel inspectie en handhaving, en de betreffende werkers moeten toegang hebben tot de rechter.
In andere landen worden niet-reguliere arbeidsrelaties juist in principe vrijgesteld van het normale arbeidsrecht. In al deze landen blijkt dat dit nog geen einde maakt aan gesteggel. Wel leert de ervaring dat rechters meer naar de feitelijke werkelijkheid kijken en minder naar de werkelijkheid op papier.
Het Verenigd Koninkrijk neemt met de Health and Safety at Work Act van 1974 een eigen positie in. Daar strekt het arbeidsomstandighedenrecht zich in de praktijk uit tot alle werkenden, tot en met de zelfstandigen onder hen. Ook Frankrijk is uitzonderlijk, maar op een andere manier. Sinds 8 augustus 2016 kent het land een wet op basis waarvan specifieke arboregels kunnen worden uitgevaardigd voor werkers die klussen aannemen van digitale platforms. Dankzij deze wet hebben ze recht op een arbeidsongeschiktheidsverzekering en op training (beide te betalen door het platform), en het recht op organisatie en collectieve actie.

Net wordt strakker
En de EU zelf? De Europese Commissie gaat uit van de definitie van 'werkers'  zoals die is gegeven door het Europese Hof van Justitie (EHJ). Hierdoor is het arbeidsrecht van toepassing op iedereen die voor een omschreven tijdsduur en tegen betaling werkzaamheden verricht voor een ander. De objectieve omstandigheden geven ook voor het EHJ de doorslag.
Dit is de basis waarop de Commissie werkt aan twee wetsvoorstellen. De eerste maakt sociale zekerheid toegankelijk voor iedereen die aan de definitie van het EHJ voldoet. In aanvulling daarop wil de Commissie regelen dat dit ook geldt voor andere rechten, zoals een maximale proeftijd, minima en maxima aan arbeidstijden en te werken uren, opzegtermijnen en onpartijdige geschilbeslechting. Het Europees Parlement steunt dit plan en heeft erop aangedrongen om dat ook te laten gelden voor bescherming tegen gevaren op het werk.
Natuurlijk is er een kloof tussen wat wetten regelen en wat er in werkelijkheid gebeurt. Het effect van arboregels voor thuiswerk was ook meer symbolisch dan dwingend. Toch lijkt het erop dat het net rond digitale platforms strakker gaat zitten. Zo gaat het Europese Hof van Jusititie een dezer dagen uitspraak doen over de vraag of Uber een leverancier is van informatie- of van vervoersdiensten. In het eerste geval bepalen EU-regels dat het bedrijf een grote mate van vrijheid toekomt, in het tweede geval zijn lidstaten vrij om hun eigen transportwetten op het bedrijf los te laten. In het advies van de advocaat-generaal, altijd heel zwaarwegend, staat dat Uber moet worden gezien als een leverancier van transportdiensten.
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké