Hongaarse chauffeurs vallen niet onder Nederlandse arbeidsvoorwaarden

Hongaarse chauffeurs die bij buitenlandse zusterbedrijven van een Nederlands transportbedrijf hebben gewerkt, vallen niet onder de Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Ondanks dat de buitenlandse ondernemingen in opdracht van het Nederlandse bedrijf vervoer hebben verzorgd.

Dat oordeelt het gerechtshof in Den Bosch. Het hof heeft dinsdag uitspraak gedaan in twee zaken die vakbond FNV en een aantal Hongaarse chauffeurs hadden aangespannen tegen het Nederlandse bedrijf en twee buitenlandse zusterbedrijven (zie uitspraken 2017-1873 en 2017-1874).
Een paar Hongaarse chauffeurs werkten voor een Hongaars en een Duits transportbedrijf, die tot hetzelfde concern als het Nederlandse bedrijf behoren. Volgens FNV moeten de Hongaarse en Duitse transporteurs de Nederlandse arbeidsvoorwaarden toepassen als ze internationale transporten verrichten in opdracht van de Nederlandse onderneming.

Detacheringsrichtlijn
Het hof ging niet mee in die redenering, omdat in de zogenoemde charterbepaling uit de destijds geldende cao staat dat de Nederlandse voorwaarden alleen van toepassing zijn als het transport vertrekt uit Nederland en de Europese Detacheringsrichtlijn kan worden toegepast.
Die richtlijn beoogt werknemers die tijdelijk in een EU-lidstaat werken de arbeidsrechten van dat land toe te kennen als die gunstiger zijn dan die in het land van herkomst.

Nederlandse vergoeding
In deze zaak zijn de charterbepaling noch de Detacheringsrichtlijn van toepassing, omdat de buitenlandse bedrijven waarvoor de chauffeurs werkten geen postbusfirma's zijn maar "wezenlijke activiteiten" verrichten, oordeelt het hof.
Daarnaast is niet gebleken dat de chauffeurs hun arbeid tijdelijk in Nederland verrichtten. De transporten in kwestie vonden voor het overgrote deel plaats in het buitenland.
De tweede zaak draaide ook om Hongaarse chauffeurs, die eisten naar Nederlandse maatstaven te worden betaald voor werk dat zij uitvoerden voor het Hongaarse zusterbedrijf van de Nederlandse transportonderneming. Het hof wees die claim af op dezelfde gronden als in de eerste zaak.
Het hof heeft de twee zaken terugverwezen naar de kantonrechter, die binnenkort een beslissing zal nemen.

Bron: NU.nl en Rechtspraak.nl
Cookies zijn essentieel voor een goede werking van deveiligheidskundige.nl. Door op oké te klikken geeft u toestemming voor het gebruik van cookies op deze website.
Oké Niet oké